Nederland ziet kosten voor organisatie al oplopen

De kosten lopen langzaam op, lijkt het. Waar twee maanden geleden de plannen voor Europese Spelen in Nederland nog strak werden afgebakend op 100 miljoen euro, sprak Jeroen Bijl, manager Topsport bij sportkoepel NOC*NSF, gisteren op een persconferentie over de Europese Spelen al van „100 tot 125 miljoen euro.”

Bijl noemde die bedragen, in het portiershuisje van het Olympisch Stadion in Amsterdam, in zijn hoedanigheid als chef de mission voor de eerste Europese Spelen, in juni in Baku, hoofdstad van Azarbajdzjan. Daar is het nieuwe multi-evenement op de sportkalender een prestigeobject van president Ilham Aliyev, die zijn land vooral via sport nadrukkelijk als ontwikkelde Europese natie wil profileren. En dat mag wat kosten: naar schatting acht miljard euro.

Zo veel geld wenst Nederland niet te spenderen voor de tweede editie van de Europese Spelen in 2019. NOC*NSF onderzoekt momenteel of er draagvlak is voor een kandidatuur. Eind maart valt daarover de beslissing, waarna de 50 landen van de Europese Olympische Comités (EOC) in mei op een congres in Turkije de toewijzing afhandelen. Naast Nederland hebben ook Moskou, Minsk, Sotsji en naar het schijnt Liverpool belangstelling.

Nederland zoekt het vooral in samenwerking van een zestal grote steden en een aantal provincies en vooral in de gebruikmaking van bestaande accommodaties. Het is de bedoeling dat de gemeenten en provincies ook bijdragen in de kosten. Gedacht wordt aan een vorm van adoptie van sporten.

Naar ‘Baku’ zendt Nederland een team uit van 100 tot 120 sporters, onder andere in niet-olympische sporten als karate en 3x3 basketbal voor vrouwen. Het niveau van de sporten in Baku zal nogal verschillen, maar zeker is dat Nederland bij wielrennen Marianne Vos inzet en het vrouwenvolleybalteam op volle sterkte aantreedt; maar ook olympisch schermer Bas Verwijlen en olympisch schutter Peter Hellenbrand.