Column

Een bepaalde dosis bloed is nodig

In het vliegtuig naar Miami kijk ik Pulp Fiction. Ik heb behoefte aan de smerige scène waarin John Travolta het hoofd van een jongen kapot knalt. De auto kleurt rood, bloed en hersenstukjes kleven aan de bekleding. Dit beeld als tegenwicht, omdat het kind dat naast me zit voortdurend door zijn Parijse ouders op de vingers wordt getikt. Omdat hij kruimelt. Of snottebelt. Omdat hij zijn in leer gestoken voetjes enthousiast in de lucht steekt. Pulp Fiction verbeeldt de macht die je verdient wanneer je ongeremd – en zonder ironisch voorbehoud over de belachelijkheid van je daden – durft te leven.

Op mijn eerste ochtend rijd ik naar South Beach. In de lagunes liggen jachten die het uitzicht op de kasteelhuizen belemmeren. Wanneer ik parkeer, vragen mensen of ik vertrek – het blijkt dat ik geluk heb met mijn plek. Het spijt me bijna dat ik niet een half uur heb moeten zoeken. Nu ontbreekt de verlichting na frustratie.

Ik bestel een welkom-in-de-VS-ontbijt: pancakes met banaan en aardbei. Op de siroop zit een velletje van suiker, alsof het crème brûlée is.

Een Toyota Tundra-truck parkeert voor mijn terrastafel. In de geblindeerde ramen reflecteren de palmen die langs de weg staan. Het waait, waardoor de bladen deinen en ze toch nog iets natuurlijks krijgen.

De koffie is als thee, maar dat ben ik gewend in dit land. Je moet gewoon je mechanisme van waardering aanpassen: ik drink drie refills cafeïnewater en voel me door de kwantiteit verzadigd.

Een man loopt over straat met een knalgele slang om zijn nek. Hij knijpt in de kop zodat de kaken zich opensperren en de toeristen gillend uiteenspringen. Hij is hun enige confrontatie met gevaar vandaag; de kranten bij het News Café zweten inkt in hun schappen.

Op de volleybalvelden langs het strand spelen halfnaakte lekkere lijven tegen halfnaakte lekkere lijven.

Een sporter zit op een muurtje. Wanneer een vrouw passeert, spant hij zijn borstspieren aan. Zo knipoogt hij, soms links, soms rechts. Kan iets wat keihard is, ook pulp zijn?

Een vrouw plukt de haartjes van haar benen met een pincet. Ze is zo dun dat de witte iPhone-snoertjes die uit haar oren lopen als kleding zouden kunnen dienen. Haar vriend zit ernaast. Zijn favoriete ijshockeyteam staat op zijn kuit getatoeëerd. Zijn spieren drukken de aders omhoog, zijn oranjebruine huid lijkt op de krokant gebakken korst van sweet potato fries.

Voor een trendvoorspellende hipster is Miami perfect: er is hier genoeg ongeremd fout dat, mits ironisch, goed kan worden gedragen.

De stoep voelt ruw onder mijn blote voeten. Het strand is niet van zand, maar van suiker. En het zit overal, tot in het donkerste hoekje.

Misschien is het met suiker als met bloed. Een zekere kwantiteit is nodig, wil het indruk maken.