Antonioni’s ‘Blowup’ op een swingende expositie in Berlijn

In de expositieruimte voor fotografie in Berlijn C/O is nog tot 10 april een mooie expositie te zien over fotografie en Blowup, de klassieke film van Michelangelo Antonioni. De film uit 1966 gaat over een modefotograaf in Londen in de swingende sixties. Blowup moet wel de meest diepgravende film zijn die er ooit over fotografie is gemaakt, Antonioni geeft een haast encyclopedisch beeld van de fotografie van dat moment.

Die gelijktijdige expositie is een beetje pech voor Life, de nieuwe film van Anton Corbijn die vorige week ook in Berlijn in première ging op het filmfestival. Dat is eveneens een film over een fotograaf: Dennis Stock, gespeeld door Robert Pattinson, die jaagt op de opkomende filmster James Dean. Maar die film heeft niet zo gek veel te zeggen over het vak van de fotograaf, en het spel tussen fotograaf en onderwerp.

Heel anders is dat in Blowup, zo laat de expositie zien. Antonioni ging buitengewoon grondig te werk. Voordat hij met filmen begon, liet hij Londense modefotografen een lange vragenlijst beantwoorden: niet alleen met vragen over hun werk, maar ook over hun liefdesleven en eetpatroon. Antonioni modelleerde zijn hoofdpersoon, Thomas, op modefotograaf David Bailey, maar ook twee andere fotografen stonden model: Terence Donovan en Brian Duffy. Hij gebruikte de studio van de jong gestorven John Cowan voor de fotosessies in zijn film.

Antonioni’s Thomas is niet alleen modefotograaf maar heeft ook ambities als fotograaf van sociale misstanden. Aan het begin van de film zien we hem uit een pension voor daklozen komen. Voor zijn portfolio van sociale reportages gebruikte Antonioni werk van de beroemde oorlogsfotograaf Don McCullin. Hij kreeg ook de opdracht om de voor de film cruciale ‘blowups’ te maken; uitvergrotingen die een bij toeval vastgelegde moord in een park moeten onthullen, maar die zo ver zijn opgeblazen dat ze alleen nog een abstract patroon van stippen en strepen laten zien. Niet alleen fotografisch realisme, ook abstracte kunst krijgt zo een plaats in de film.

Blowup is een heel precies gedocumenteerde weergave van fotografie in Londen tijdens de jaren zestig. Maar dat was geen doel op zich. Al die documentatie staat in dienst van de filosofische vragen die Antonioni stelt: mogen we op onze waarneming vertrouwen? Kunnen we alleen iets waarnemen vanuit ons eigen perspectief? Kan de camera iets ‘zien’ wat het menselijk oog niet registreert? Maar juist omdat de regisseur zo diep inging op al die bijzondere details blijven zijn vragen niet hangen in vage generalisaties.