Amper ruimte voor tegengeluid

Alle partijen die de afgelopen 50 jaar betrokken waren bij de gaswinning in Groningen faalden, concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in haar rapport.

Infographic Boudewijn van Diepen

Een klein, gesloten gezelschap dat elkaar goed kent en onvoldoende openstaat voor kritische tegengeluiden. Zo karakteriseert de Onderzoeksraad voor Veiligheid de partijen die de afgelopen vijftig jaar betrokken waren bij de gaswinning in Groningen. Alle betrokkenen faalden, aldus de Onderzoeksraad: het ministerie van Economische Zaken, gasbedrijf NAM, toezichthouder SodM en kennisinstituten KNMI en TNO. De belangrijkste passages over de hoofdrolspelers.

Economische Zaken

Het ministerie van EZ vervult een dubbelrol: verantwoordelijk voor de veiligheid van de Groningers én voor de exploitatie van het gasveld. De balans, zo schrijft de Onderzoeksraad, sloeg structureel door naar de rol van exploitant: „Het ministerie van EZ [is] zodanig onderdeel van het gasgebouw en de daarbinnen dominerende belangen dat veiligheidsbelangen gemakkelijk ondersneeuwen.” Ook heeft het ministerie ten onrechte nooit aangedrongen op extra onderzoek naar de risico’s van gaswinning: „Het ministerie van EZ laat de kennisontwikkeling bij NAM en bij de kennisinstellingen. [...] Vanuit de integrale verantwoordelijkheid van het ministerie van EZ mag een meer actieve houding verwacht worden.”

NAM

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), eigendom van Shell en ExxonMobile, heeft zijn eigen commerciële belangen altijd vooropgesteld, schrijft de Onderzoeksraad: „ NAM had [...] meer onderzoek moeten doen en entameren naar de onzekerheden inzake de veiligheid van de bewoners van het gaswinningsgebied. [...] De ontkenning van NAM tot 1993 van de relatie tussen gaswinning en aardbevingen en het niet communiceren over bestaande onzekerheden voedt het wantrouwen over NAM tot op de dag van vandaag. [...] Burgers hebben het gevoel dat zijn niet serieus worden genomen en dat de NAM het aardbevingsrisico bagatelliseert”. De Onderzoeksraad is ook kritisch over de manier waarop NAM de bewoners behandelt: „De wijze waarop NAM de schade afhandelt, leidt tot onvrede en versterkt het negatieve imago van de exploitant. Ook verkleint het het vertrouwen van de Groningse bevolking dat NAM aandacht heeft voor de gevolgen die de [...] aardbevingen voor burgers kunnen hebben.

KNMI en TNO

„Kennisinstellingen KNMI en TNO beschouwen ten onrechte het aardbevingsrisico lang als zijnde voldoende bekend en ook als beperkt in omvang. [...] Zij ervaren weinig urgentie om iets aan de onzekerheden te doen of de uitgangspunten kritisch te benaderen. Dit ondanks het feit dat de gaswinning in Groningen een grootschalig menselijk ingrijpen in de ondergrond betreft. Hierbij zou ieder signaal, hoe klein ook, aanleiding moeten zijn tot heroverweging van de risico’s.”

Staatstoezicht op de Mijnen

Toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) „conformeert zich lange tijd aan de consensusbenadering die het gasgebouw eigen is. Hij stelt zich lange tijd niet op als de onafhankelijke, kritische waakhond. Hoewel de toezichthouder in 2007 al zorgen heeft over de aardbevingen, grijpt hij niet in tot eind 2012. SodM stelt zich tot de beving van Huizinge afwachtend op tegenover NAM.”

‘Gasgebouw’

Ook is er harde kritiek op het ‘gasgebouw’, waarin alle betrokken partijen zitting hebben: NAM, Economische Zaken, gasverkoper GasTerra en staatsdeelneming Energie Beheer Nederland (EBN): „In het gesloten en besloten gasgebouw ontbreekt het aan checks and balances die ervoor zorgen dat alle belangen voldoende aandacht krijgen. In het gasgebouw is het veiligheidsbelang zwak belegd ten opzichte van de andere belangen waar het gasgebouw voor staat. Denkbare tegenkrachten vanuit het ministerie van EZ, SodM, gemeenten, provincie en burgers speelden tot 2013 nauwelijks een rol. Het veiligheidsbelang heeft mede hierdoor te weinig aandacht gekregen.”