Alles gaat verkeerd in Libië

Vandaag praat de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Libië. Vier jaar na de zo hoopvol begonnen revolutie is de chaos er compleet.

In Tripoli werd vorige week de munitie opgeblazen die werd gevonden na de wekenlange gevechten om het vliegveld van de hoofdstad. Foto Mahmud Turkia/AFP

„Eerst hebben jullie ons op een heuvel in Syrië gezien. Nu zijn we ten zuiden van Rome, in Libië.” Deze dreigende woorden spreken gemaskerde strijders van de Islamitische Staat (IS) uit aan de Middellandse Zee. Even later, als de zee rood is door het bloed van Egyptische kopten die ze hebben onthoofd, zeggen ze: „We zullen Rome veroveren, als Allah het wil. Dat is de belofte van onze profeet.”

1 Is Libië echt een kalifaat aan de Middellandse Zee?

Zover is het nog niet. De Islamitische Staat heeft Libië al wel netjes opgedeeld in drie provincies: IS in Tripolitanië (west), IS in Barqa (oost) en IS in Fezzan (zuid). Maar voorlopig is dat demagogie. Alleen in de stad Derna in het oosten en sinds kort in Sirte is IS aanwezig. Maar ook daar gaat het niet over een echte verovering zoals in Raqqa in Syrië of Mosul in Irak.

Het is onduidelijk of de regionale IS-groepen hun acties coördineren. IS in Tripolitanië, dat zondag een video naar buiten bracht van de onthoofding van 21 Egyptische kopten, is relatief nieuw. De groep liet voor het eerst van zich horen toen het in januari het luxehotel Corinthia in Tripoli aanviel. Daarbij vielen tien doden.

Tot dusver leek de invloed van IS in Libië beperkt tot Derna. Vorig jaar hielden leden van de Raad voor de Islamitische Jeugd daar een grote bijeenkomst waarin ze trouw zwoeren aan IS. Derna staat al lang bekend als een haard voor extremisten. In de jaren negentig voerde kolonel Gaddafi hier oorlog tegen Libische veteranen die in Afghanistan tegen het Sovjetleger hadden gevochten. Later leverde Derna de helft van alle Libiërs die naar Irak trokken om er tegen de Amerikaanse bezetting te vechten. Toen in 2011 de opstand tegen Gaddafi begon, sloten veel Afghanistanveteranen zich aan bij de rebellen.

Volgens sommige bronnen valt het uitroepen van IS in Barqa samen met de terugkeer van zo’n driehonderd Libische IS-strijders uit Irak en Syrië.

De Libische analist Mohamed Eljarh waarschuwt voor de vaak gemaakte analyse dat IS in Libië vooral bestaat uit lokale groepen die trouw zweren aan IS. „In het geval van Libië is er directe coördinatie geweest met het leiderschap van IS in Irak en Syrië. Dat is een belangrijk onderscheid. Al-Baghdadi heeft persoonlijk een Jemeniet aangeduid als emir van IS in Barqa. „Derna was het model. Het is voor mij duidelijk dat IS nu kans ziet om zijn gebied uit te breiden in Libië. We gaan een herhaling meemaken van wat in Irak en Syrië is gebeurd als er geen actie wordt ondernomen.”

2 Waarom heeft IS Egyptische christenen onthoofd? En wat deden die eigenlijk in Libië?

Ondanks de instabiliteit blijft Libië een populaire bestemming voor gastarbeiders. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) schatte in september dat er 2,5 miljoen gastarbeiders aan het werk waren in Libië waarvan tweederde uit Egypte. De cijfers dateren wel van voor het uitbreken van de grootschalige gevechten vorig jaar. Maar de economische situatie in Egypte is zo slecht dat zelfs na de onthoofdingen nog Egyptenaren naar Libië zijn vertrokken.

Met het onthoofden van de kopten overtreft IS zichzelf in wreedheid. Dat de groep geen medelijden heeft voor Iraakse yezidi’s – die het beschouwt als duivelaanbidders – en het liefst alle shi’ieten over de kling zou jagen is bekend. Maar zelfs in de meest radicale interpretatie van de Koran zijn christenen ‘mensen van het boek’, die gerespecteerd moeten worden. Toen IS Mosul veroverde, stelde het de christenen daar voor de keuze: een speciale belasting betalen, zich bekeren tot de islam, vertrekken of sterven. De meeste christenen zijn vertrokken.

3 Waarom na Jordanië ook Egypte uitdagen, dat het sterkste leger heeft in de Arabische wereld?

Het lijkt op het eerste zicht geen verstandige strategie om zo veel vijanden tegelijk te maken. De keuze voor de Egyptische kopten kan worden gezien als een antwoord op de coup van 2013, toen huidig president Sisi zijn voorganger Morsi van de Moslimbroederschap afzette en duizenden van zijn aanhangers doodde of gevangenzette. Egypte heeft ook posities van de door de Moslimbroederschap gedomineerde regering in Tripoli gebombardeerd.

Maar IS is zeker geen vriend van de Moslimbroederschap. Sterker nog: IS heeft de Moslimbroederschap in Egypte en Hamas in Gaza „afvalligen” genoemd. En de eerste aanslag door IS in Tripolitanië vond plaats in Tripoli, waar juist de Moslimbroederschap aan de macht is.

Voorlopig lijkt juist Egypte politiek baat te hebben bij deze nieuwe escalatie. Door zich te mengen in de strijd tegen IS wordt Egypte opnieuw salonfähig op het internationale toneel. De strijd tegen het terrorisme is voor Kairo ook een gelegenheid om de repressie van de Moslimbroederschap te rechtvaardigen. Voor het Egyptische regime zijn de Moslimbroederschap en IS één pot nat.

4 Waarom is het in Libië zo’n chaos, vier jaar na de revolutie die juist vrijheid moest brengen?

Na de val van Gaddafi in 2011 was er veel hoop voor Libië. Het land had alle troeven: een land met een kleine bevolking (6 miljoen) en geweldige olierijkdom. Een land bovendien dat geen etnische of religieuze tegenstellingen kent, zoals Irak en Syrië.

Waarom ging het dan toch zo grondig fout? Een groot deel van de schuld ligt bij de Nationale Overgangsraad, de politieke vertegenwoordiging van de opstand tegen Gaddafi. Die slaagde er niet in om snel een doeltreffend gezag te vestigen. Dat Libië geen normale staatsinstellingen had maakte het er niet makkelijker op. In dat machtsvacuüm zijn de milities gesprongen.

Het land stond voor twee grote uitdagingen: een nieuw veiligheidsapparaat uit de grond stampen dat de plaats van de milities kon innemen, en banen creëren om de militieleden een reden te geven hun wapens af te staan. De nieuwe autoriteiten kozen voor de gemakkelijkste weg: ze gingen de milities betalen om de orde te handhaven. Maar in plaats van twee vliegen in één klap te slaan - het creëren van werk én veiligheid - creëerden ze een monster.

Het plan was een enorm succes: waar tijdens de oorlog hooguit enkele tienduizenden strijders meevochten, stonden er nu binnen de kortste keren 750.000 militieleden op de loonlijst van de overheid. Ook nu worden strijders aan beide kanten van het conflict nog altijd betaald door de Libische centrale bank.

5 Wie vecht er nu eigenlijk tegen wie in Libië?

Het is al langer een chaos in Libië. De strijd in Libië draait grotendeels om de controle over luchthavens, olieterminals en andere belangrijke installaties. Maar de oorlog heeft ook een ideologische dimensie. Het gaat tussen voor- en tegenstanders van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Steeds meer steden en stammen kiezen partij in dit conflict.

Vorig jaar lanceerde oud-generaal Khalifa Haftar een operatie tegen moslimfundamentalistische milities die zijn gelieerd aan de Moslimbroederschap. De fundamentalistische milities namen vorig jaar de hoofdstad Tripoli in, waardoor de verkozen regering moest uitwijken naar het oosten. De fundamentalistische milities, die zich Libische Dageraad noemen, worden geleid vanuit Misrata. Deze kuststad is sterk uit de opstand tegen Gaddafi gekomen en heeft de kant van de Moslimbroederschap gekozen.

De oorlog in Libië laaide op na de verkiezingen in juni, waarbij de Moslimbroederschap een zware nederlaag leed. De fundamentalistische milities beschouwen het nieuwe parlement als onwettig. Daarom riepen ze het oude, door de Moslimbroederschap gedomineerde parlement op weer bijeen te komen. Zo heeft Libië twee parlementen: één in Tripoli en één in de oostelijke stad Tobruk.

6 Waarom wordt er eigenlijk gevochten?

In Libië wordt niet alleen om grondgebied en olie gevochten. In het machtsvacuüm na de val van Gadaffi is een omvangrijke illegale economie ontstaan, drijvend op de smokkel in drugs, wapens en migranten.

Smokkel in Libië heeft een lange traditie; Gadaffi bevoordeelde bepaalde stammen en verwanten als het om smokkel ging. En in het zuiden van het land trekken nomadische Toearegs door de woestijn. Zij hebben zich nooit veel van grenzen aangetrokken en handelen tegenwoordig in drugs, wapens en migranten in plaats van in zout en kamelen. Na de opstand tegen Gaddafi werkloos geworden arbeidsmigranten uit zuidelijker Afrikaanse landen fungeren nu soms als bruggenhoofd voor andere Afrikanen.

In Libië gaan cocaïne (dat uit Latijns-Amerika in West-Afrika arriveert), heroïne en hasj van het zuidwesten naar het noorden. Migranten gaan van zuidoosten en zuidwesten naar de kust. Wapens en auto’s gaan van noord naar zuid, richting Soedan, Mali, Niger en via Egypte naar Syrië.

7 Had het Westen dan beter niet kunnen ingrijpen in 2011?

In non-interventionistische kringen wordt de schuld voor de huidige chaos vaak gelegd bij het besluit om de NAVO Gaddafi’s leger te laten bombarderen. Veel analisten zeggen dat de rebellen in hun eentje de strijd nooit hadden gewonnen.

Dit standpunt houdt geen rekening met wat er zonder NAVO-steun was gebeurd. In het oosten van het land waren Gaddafi’s kazernes onder de voet gelopen en de bevolking had het wapenarsenaal buitgemaakt. We zullen nooit weten wat er was gebeurd als de NAVO niet tussenbeide was gekomen. Maar het is weinig waarschijnlijk dat het in een Libië mét Gaddafi vandaag pais en vree zou zijn.

8 Er wordt nu opnieuw gesproken over een interventie in Libië. Is dat wel een goed idee?

Oplettende politici waarschuwen al lang dat de wetteloosheid in Libië een groot gevaar inhoudt voor Europa. Maar over een eventuele interventie wordt pas gesproken sinds de onthoofdingen van vorige week en het dreigement van IS aan het adres van Italië: we staan ten zuiden van Rome.

Italië is de oud-kolonisator van Libië. De Libiërs zijn de kolonisatie niet vergeten. Hét symbool van de opstand tegen Gaddafi was Omar Mukhtar, de Libische verzetsleider die in 1931 door de Italianen werd opgehangen. Zijn beeltenis prijkt vandaag op het biljet van 10 dinar. Een Italiaanse interventie is dus wellicht geen goed idee.

Maar gaat elke westerse interventie niet sowieso leiden tot een herhaling van Irak, dat na de Amerikaanse invasie 2003 jihadisten aantrok als motten naar een lamp? „Er komt een moment dat interventie onvermijdelijk wordt”, zegt analist Eljarh. „Het heeft de voorkeur dat Arabische of islamitische landen zo’n interventie uitvoeren. Maar elk soort interventie zal gegarandeerd nog meer internationale jihadisten naar Libië lokken.”