Wat Aboutaleb zei over de aanslagen in Parijs

„Hier zit de burgemeester van Rotterdam, maar ook een woedende moslim”, zei Aboutaleb. En: „Mag ik het zo zeggen? Rot toch op.”

Aboutaleb tekent het gastenboek van burgemeester van Los Angeles Eric Garcetti. Foto Patrick T. Fallon

7 januari, in Nieuwsuur

Op de dag van de aanslag op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, woensdag 7 januari, is de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb ’s avonds te gast bij het tv-programma Nieuwsuur.

Interviewer Twan Huys herinnert hem aan zijn uitspraak uit november in het AD: „Als iemand deze samenleving verdorven vindt, ga! Ga maar. Maar dan is er ook geen weg meer terug. (…) In die zin verschil ik echt hartgrondig met de Nederlandse regering op dit punt.” Het kabinet wil immers voorkomen dat mensen afreizen naar conflictgebieden, met het risico dat ze terugkomen als terrorist.

Aboutaleb zegt: „Hier zit de burgemeester van Rotterdam, maar ook een woedende moslim. Dit grijpt me heel diep, tot in mijn ziel. Ik voel het in heel mijn lichaam. Het is erg belangrijk dat moslims hier massaal afstand van nemen.”

Daarna herhaalt hij zijn uitspraken uit het AD in andere woorden, die de volgende dagen veel aandacht krijgen.

Tegen Nederlanders die met de daders sympathiseren: „In hemelsnaam, pak je koffer en vertrek. Er is misschien een plek in de wereld waar je tot je recht kunt komen. Ga niet onschuldige journalisten ombrengen, dat is zo verachtelijk. Verdwijn als je in Nederland je plek niet kunt vinden.”

En, de opvallendste uitspraak: „Als je het niet ziet zitten dat humoristen een krantje maken, ja… Mag ik het zo zeggen? rot toch op.”

8 januari, bij de demonstratie

Op de dag na de aanslag vinden in veel steden demonstraties plaats. In Rotterdam gebeurt dat op Plein 1940.

Burgemeester Aboutaleb begint zijn speech door in het Frans te zeggen: „Mijn naam is Ahmed Aboutaleb, maar vanavond ben ik Parijzenaar en heet ik Charlie.”

Daarna zegt hij: „Wij zijn hier omdat de pen en het potlood uiteindelijk de sterkste wapens zijn. Het slechtste wat we nu kunnen doen is voldoen aan de verwachting van die terroristen: dat we haat en wraakgevoelens tussen bevolkingsgroepen toelaten in onze harten. Dat we muren gaan optrekken in onze samenleving. Dat mogen we nóóit doen. Nu niet en in de toekomst niet.”

Daarom, vervolgt hij, „roep ik iedereen op om onze tolerante wij-samenleving te verdedigen. Om met mij voor te gaan in de strijd. Niet verdeeld, maar samen. Niet met wapens, maar met woorden. Niet met haat, maar met liefde”.

11 januari, in de Zondagbrief voor alle PvdA-leden

In een bijdrage aan de Zondagbrief van de PvdA die hij ‘Geen muren tussen culturen’ heeft genoemd, kijkt Aboutaleb terug op de week. En dus ook op zijn interview in Nieuwsuur.

Hij schrijft: „Het was niet gepland, maar de term ‘oprotten’ die ik in het tv-programma gebruikte kwam uit mijn tenen. De uitspraak had en heeft betrekking op die lieden die onze beschaving afwijzen en met geweld hun mening aan ons willen opdringen. Ik geef toe, het is geen poëzie, maar straattaal. Niet een term die ik snel zal herhalen. Maar de uitspraak was een uiting van ingehouden woede.”

Wat werd hiervan bekend in de Verenigde Staten?

In grote Amerikaanse kranten (zoals The New York Times) zijn de opmerkingen van Aboutaleb genegeerd, maar door tv-zenders als Fox en CNN zijn de meest opvallende wel opgepikt. De cartoons van Charlie Hebdo heeft vrijwel niemand getoond.

In kleinere media – zoals National Review, Buzzfeed en Vice – werd de burgemeester instemmend geciteerd: „Uiterst noodzakelijke eerlijkheid.” Zijn woorden ‘rot op’ zijn vertaald als ‘fuck off’, wat Aboutaleb, zegt hij, vervelend en onjuist vindt. ‘Get lost’ zou correcter zijn geweest.