Wat Aboutaleb straks gaat zeggen

De uitnodiging voor een extremisme-top vandaag en morgen in Washington kwam al vóór zijn uitspraken. Maar in de VS weten ze dat de islamitische burgemeester geen blad voor de mond neemt.

Aboutaleb schenkt Rotterdams water in de L.A. River, samen met het stadsbestuur van Los Angeles en consul-generaal Hugo von Meijenfeldt. Foto Patrick T. Fallon

De meeste buitenlandse burgemeesters bezoeken het Witte Huis als toerist, maar Ahmed Aboutaleb is uitgenodigd om mee te praten over extremisme. De Rotterdamse burgemeester ontmoet wellicht president Barack Obama. Onder leiding van vice-president Joe Biden zal hij brainstormen over de uitdagingen van westerse, multiculturele steden. Spanningen tussen bevolkingsgroepen, jihadisten die de kalasjnikov oppakken: alles kan ter sprake komen.

Hij heeft wel een idee waarom hij is gevraagd, zegt Aboutaleb (53) in Los Angeles, waar hij een handelsmissie aanvoert. „Ik weet dat de Amerikanen mijn verrichtingen volgen. Er is belangstelling voor wat ik zeg en doe.” Aboutalebs opmerkingen na de terreur in Parijs (zie de pagina hiernaast) zijn ondenkbaar uit de mond van een Amerikaanse bestuurder. Zijn woede en zijn advies aan extremisten die de vrijheid niet aankunnen – „ga maar”, „rot op” – zijn in de VS opgemerkt. De media citeerden hem instemmend. Maar de uitnodiging stamt van vóór die episode. Met zijn 174 nationaliteiten dient Rotterdam in de hele wereld als voorbeeld van een stad die weet om te gaan met multi-etniciteit, aldus de burgemeester. De Amerikaanse ambassade polste hem vorig najaar over een bezoek.

Dat is niet alleen opmerkelijk omdat een burgemeestersbezoek zeldzaam is, maar ook vanwege het verschil tussen sociaal-democraat Aboutaleb en Democraat Obama. Ze zitten in dezelfde progressieve hoek, maar kijken anders naar de dreiging van de radicale islam.

Het probleem benoemen

Volgens het Amerikaanse antiterreurcentrum NCTC zijn twintigduizend buitenlandse jihadi’s uit negentig landen actief in Syrië, onder wie honderdvijftig Amerikanen en honderden Europeanen. Obama vraagt om aandacht voor het probleem, maar noemt de religie niet. Dat geldt ook voor de top die vandaag begint: die gaat over extremisme zonder dat de islam wordt genoemd.

Dat komt de president op kritiek te staan: hoe valt een fundamenteel probleem aan te pakken als het niet wordt benoemd? Sommige critici spreken van politieke correctheid. Mogelijk speelt mee dat militairen in moslimlanden er door in gevaar kunnen komen. Bovendien worden religieuze minderheden in de VS traditioneel met veel respect behandeld.

Aboutaleb voelt zich als moslim geroepen om extra duidelijk te zijn, zeker sinds de recente moordpartijen in Parijs, Sydney en het Canadese Ottawa, zegt hij. „Ik vind het vervelend dat mensen zeggen: je zet de islam in een kwaad daglicht. Dat is geenszins mijn bedoeling. Maar het benoemen van een probleem is de start van een oplossing.”

Als enige islamitische burgemeester van Nederland speelt hij een bijzondere rol, beseft Aboutaleb. „Ik voel me medeverantwoordelijk voor de stabiliteit van mijn stad en het land. Ik ben eigenlijk in een gat gesprongen waarvan ik de diepte niet van tevoren kon inschatten.”

Tijdens de top zal hij de aandacht vestigen op ‘ons collectieve falen’. „We hebben deze jongeren niet goed weten uit te leggen dat ze misbruikt worden. Waarom slagen we er niet in om duidelijk te maken dat het helemaal geen religieuze strijd is? Het is een politieke strijd. Bakr al-Baghdadi wil in dat gebied van Syrië en Irak de macht hebben. En zoals helaas vaak gebeurt: hij gebruikt sloebers en zegt ‘jullie religie wordt bedreigd, kom helpen’. Maar hun eigen geloof roept op tot matiging, niet tot radicalisering. Ik ken de Koran. Ik kan erover meepraten. Wees nou iemand van het midden.”

Opvoeding en vorming

Waar Aboutaleb met partijgenoten over van mening verschilt – en óók met de regering-Obama – is de vraag of sociaal-economische investeringen helpen. Werk en opleiding zijn belangrijk, vindt hij ook. Maar hij betwijfelt of het fenomeen van de uitreizende terrorist ermee in de hand te houden is. „Dit zijn mensen die zó ver buiten de samenleving staan, dat ze bereid zijn te sterven. Ik denk niet dat zij met het aanbieden van een baan te behoeden zijn voor een reis naar dat soort gebieden.”

Het is een kwestie van vorming, zegt Aboutaleb. „Veel van deze kinderen zijn geboren uit ouders die vanwege geringe scholing moeilijk toegang hebben tot moeilijke boeken. De vraag is: wie kan de boodschap van matiging het beste uitdragen? Dat is niet de minister-president, dat is niet de burgemeester, dat zijn de gemeenschappen.”