Televisie mag politici weleens met meer respect behandelen in debat

Illustratie Angel Boligan

Nederlandse omroepen denken dat ze alles mogen uithalen met politici in een tv-debat. Zelfs hun vakantiekiekjes showen. Tijd dat politici zelf de regie ter hand nemen, meent Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut en auteur van Een feest van de democratie.

‘Waar partijen zich vroeger gemakkelijk uit elkaar lieten spelen, vormen zij nu geregeld een blok tegenover zendgemachtigden”, schreef Tom-Jan Meeus in zijn rubriek Haagse Invloeden (7 februari, NRC). Die groeiende invloed van politieke partijen op grote tv-debatten is begrijpelijk. Omroepen gingen in het verleden nogal onzorgvuldig om met debatten, waardoor politici grote risico’s liepen.

In 1960 waren Richard Nixon en John F. Kennedy de eersten die op tv een verkiezingsdebat voerden. Vooraf onderhandelden Republikeinen en Democraten over de opzet: afspraken over inhoud, spreekvolgorde, cameraposities, moderator en of er zittend of staand gesproken wordt. Dit alles om de regie in handen te houden en uitglijders te voorkomen. Tegenwoordig zijn de onderhandelingen aldaar nog feller en gedetailleerder. Allereerst tussen de politieke partijen. Vervolgens wordt dat akkoord aan de omroepen gepresenteerd als dictaat.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Televisie mag politici weleens met meer respect behandelen in debat’ (€)