Column

Leonardo en Anselmo, twintig jaar later

Leonardo en regisseur Jos de Putter in ‘Solo’.

Een van de onderscheidende kenmerken van de documentaire, in tegenstelling tot de gewone televisiereportage, is de langdurige betrokkenheid van de maker bij zijn hoofdpersonen. Die strekt zich uit van het begin van de research tot lang na het eind van de opnamen.

Die verantwoordelijkheid van de maker voor degene die hij filmt, zelf per definitie minder goed in staat om alle consequenties daarvan te overzien, maakt niet alleen de kwaliteit van het product beter, maar is ook een kwestie van ethiek.

Een kleine twintig jaar nadat Jos de Putter Solo, De Wet van de Favela (hoofdprijs IDFA in 1994) had gemaakt, kwam hij een van de twee hoofdpersonen, de Braziliaanse stervoetballer Leonardo, ergens tegen. Die stelde zijn zoontje voor aan De Putter, met de woorden: „Zonder die film van jou was hij er nooit geweest.”

De Putter greep de gelegenheid aan om een vervolgfilm in gang te zetten, Solo - Out of a Dream, gisteren in verkorte versie uitgezonden door 2DOC (VPRO). Samen gaan ze terug naar de sloppenwijk in Rio waar De Putter destijds twee 11-jarige straatvoetballertjes filmde. De een werd door de film ontdekt en vertrok naar de jeugdopleiding van Feyenoord, De Putters club. Daar zou hij in 2002 de UEFA-cup mee winnen, maar Leonardo speelde ook voor onder meer Ajax en NAC.

De andere jongen, de veel zachtmoediger Anselmo, haalde het niet en werd visser. Als ze elkaar voor de camera in de armen sluiten, blijkt Anselmo de hem toegezonden dvd nooit te hebben bekeken. Hij zit ook niet of Facebook of Instagram. Leonardo kan zich nauwelijks voorstellen hoe het is als je zelfs dat niet betalen kunt.

De wat clichématige moraal van de film zou kunnen zijn dat de arme, maar harmonieus levende Anselmo gelukkiger is geworden dan de ambitieuze en welgestelde voetbalvedette. Daar zijn zeker aanwijzingen voor.

Leonardo’s moeder betreurt dat haar zoon „leugenachtig” is geworden en noemt zijn nieuwe vriendin een prostituta: alle meiden zijn uit op het geld van haar zoon. Die noemt moeder op zijn beurt een anaconda, die nooit echt geïnteresseerd in hem is geweest. In tranen vertelt de zoon dat zij net doet of ze de villa die hij voor haar kocht zelf heeft verdiend in Paraguay.

Het is niet zo simpel vast te stellen voor de kijker wie het gelijk aan zijn kant heeft. Ook een 83-jarige Braziliaanse oud-trainer van Leonardo klaagt dat die nooit meer van zich laat horen, terwijl hij wel naar de Kuip reisde om hem in de bekerfinale te zien schitteren.

Het gaat De Putter meer om iets anders, om de invloed van film op een mensenleven. Hij laat zien hoe Leonardo na de eerste documentaire „door andere lenzen, met een andere focus” werd gefilmd: minder als mens dan als nieuwsfeit. Dat zijn benen die weelde wellicht niet heel goed konden dragen, rekent de calvinist in de filmer zichzelf aan. In het slotgesprek zegt hij zelfs tegen de voetballer: „Ik had misschien de film niet moeten maken.” Dat spreekt Leonardo tegen, en terecht. Als er al verantwoordelijkheid zou zijn voor de latere ontwikkelingen, dan is die met het maken van de tweede film over de ongelukkige rijke en de met zichzelf samenvallende arme echt wel ingelost.