Justitie weet nu nog precies waar uw telefoon was

Justitie wil telecomdata lang bewaren. Telecombedrijven, journalisten en advocaten zijn tegen. De rechter gaat oordelen.

Benaouf A. werd afgelopen december veroordeeld voor medeplichtigheid aan een liquidatie in Antwerpen. Die aanslag, in 2012, luidde een geweldsgolf in onder Amsterdamse criminelen. Zeven maanden na zijn aanhouding in juni 2013 legde A. zijn eerste verklaring af: hij was onschuldig en Youssef L. – inmiddels ook doodgeschoten – was bij de moord in Antwerpen. Op basis van diens telefoongegevens stelde de Amsterdamse rechtbank echter vast dat L. die dag in Amsterdam was. Benaouf A. kreeg tien jaar cel.

„Willen we dat dit soort criminelen vrij rondloopt?”, zegt Ruud Bik, plaatsvervangend korpschef van de Nationale Politie. Met Gerrit van der Burg, topman van het Openbaar Ministerie, wil hij benadrukken hoe belangrijk historische telefoongegevens voor de opsporing van misdrijven zijn. „Onmisbaar”, zegt Van der Burg.

Als dat waar is, kan er binnenkort een flink probleem ontstaan. Morgen dient een kort geding van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, journalistenvakbond NVJ, stichting Privacy First en enkele telecomproviders tegen de zogeheten ‘bewaarplicht’ van telecomgegevens. Zij willen dat de verplichte massale opslag van metadata – locatie-, internet-, e-mail- en belgegevens – direct stopt.

De eisers denken een goede kans te maken. Het Europees Hof van Justitie oordeelde vorig jaar dat de bewaarplicht de privacy zwaar aantast, terwijl onduidelijk is in hoeverre die nodig is voor de aanpak van terrorisme en criminaliteit. Op basis daarvan stelde de Raad van State vast dat in Nederland voortaan precies omschreven moet zijn van wie welke gegevens worden bewaard. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens is kritisch. Het liet gisteren weten dat het plan voor aanpassing van de bewaarplicht nog steeds een te grote inbreuk op de privacy veroorzaakt.

Op dit moment worden van álle Nederlanders alle telefoongegevens verplicht een jaar bewaard en internetdata een half jaar. Minister Opstelten (Justitie, VVD) verklaarde zich al bereid de wet aan te passen, maar de massale gegevensopslag te willen voortzetten. En dat mag dus niet, meent de advocaat van de eisers, Fulco Blokhuis. „Het belang van bestrijding van criminaliteit is door het Europees Hof al afgewogen. Uiteraard moet criminaliteit worden bestreden, maar het hof vond het veel te ver gaan om daarvoor de metadata van iedereen op te slaan. Bovendien is, na bijna zes jaar bewaarplicht, de effectiviteit niet aangetoond.”

De rechter doet waarschijnlijk binnen enkele weken uitspraak. Als hij de bewaarplicht schrapt, valt dan iets te zeggen over het aantal criminelen dat vervolging dreigt te ontlopen? Van der Burg: „We houden het aantal zaken niet bij waarin historische verkeersgegevens een doorslaggevende rol spelen. Mijn inschatting is dat het er duizenden zijn.”

In opdracht van Justitie werd de bewaarplicht vorig jaar onderzocht. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie werden in 2012 bijna 57.000 keer telecomdata opgevraagd – vooral belgegevens, internetdata veel minder. „Verkeersgegevens kunnen niet alleen gezien worden als een belangrijk opsporingsmiddel, maar kunnen ook een rol spelen in de bewijsvoering”, schreef het WODC.

Tegenstanders van de bewaarplicht wijzen erop dat ook zonder de bewaarplicht opsporingsdiensten over beldata kunnen beschikken. Voor de facturering bewaren telecombedrijven gegevens immers ook al maanden. En uit het WODC-onderzoek bleek dat driekwart van de opgevraagde data jonger was dan een half jaar.

Omdat belgegevens ook al werden gevorderd vóór de bewaarplicht in 2009 inging, heeft het WODC het effect van die plicht op de opsporing niet kunnen vaststellen. Toch is denkbaar dat zaken niet kunnen worden opgelost als de bewaarplicht verdwijnt. Het OM noemde vorige week tien recente zaken waarbij belgegevens doorslaggevend waren voor de oplossing. Stuk voor stuk zaken van verkrachting, mensenhandel en moord. Maar de vraag blijft of ze zonder die bewaarplicht niet ook waren opgelost.

Tijdens het kort geding zal advocaat Blokhuis morgen aandragen dat heel wat advocaten, journalisten en anderen tegenwoordig bedachtzaam digitaal communiceren, omdat ze weten dat de data ervan langdurig worden behouden. In het WODC-rapport staan gevallen van slechte beveiliging van de data, waardoor onbevoegden zouden kunnen uitvinden wie de bron was van een journalist, of wie wanneer met welke advocaat belde. Als burgers niet meer onbespied kunnen communiceren, de bronbescherming van journalisten en het beroepsgeheim van advocaten onder druk staan, dan leidt dat ook tot onveiligheid in de samenleving, vinden de tegenstanders van lang bewaren.

Als de rechter die opvatting volgt en de huidige bewaarplicht strijdig acht met Europese grondrechten, kan hij er een streep door halen. De prijs daarvoor, aldus politie en justitie, is minder effectiviteit in de opsporing van criminaliteit en terrorisme.