Italië slaat alarm over IS-dreigement: we gaan Rome veroveren

Rome waarschuwt dat er nog maar 350 kilometer zee ligt tussen het kalifaat en de Europese Unie. Ook wordt gevreesd voor meer bootvluchtelingen.

Als zwartgemaskerde beulen de 21 kopten in oranje pakken langs de waterlijn van de Middellandse Zee leiden, zegt een stem: „Eerst hebben jullie ons op een heuvel in Syrië gezien. Nu zijn we ten zuiden van Rome, in Libië.” En even later, als de zee rood is gekleurd door het bloed van de onthoofde Egyptische christenen: „We zullen Rome veroveren, als Allah het wil. Dat is de belofte van onze profeet.”

Italiaanse kranten meten de dreigende woorden uit de vijf minuten durende propagandavideo van Islamitische Staat breed uit. Al een paar weken vraagt Rome aan zijn Europese bondgenoten om niet alleen oostwaarts te kijken, naar Oekraïne, maar ook naar het zuiden, naar de gevaarlijke chaos in Libië. Nu bevestigt het zondag vrijgegeven filmpje de dreiging: op een paar honderd zeemijl van de Italiaanse kust zijn sympathisanten van Islamitische Staat in hoog tempo hun macht aan het uitbreiden.

Alle alarmsignalen gaan af. De opmars van Islamitische Staat in Libië vergroot de dreiging aan de andere kant van de Middellandse Zee. En de vrees bestaat dat dit tot nog meer bootvluchtelingen zal leiden. Volgens Italiaanse bronnen hebben mensensmokkelaars 200.000 mensen bijeengebracht in vijf kampen in Libië, in de havensteden Zuwara en Sabrata en drie bij Tripoli. Afgelopen weekeinde alleen al hebben de Italiaanse kustwacht en vier koopvaardijschepen meer dan 2.100 vluchtelingen opgepikt.

Militaire missie?

Minister van defensie Roberta Pinotti zinspeelde zondag in Il Messaggero op een militaire reactie. „Italië is bereid in Libië een coalitie te leiden van landen uit de regio, Europese en Noord-Afrikaanse, om de opmars te stoppen van het kalifaat dat op 350 kilometer van onze kusten is gekomen. Als we tot 5.000 man naar Afghanistan hebben gestuurd, kan onze missie in een land als Libië, dat veel dichterbij is en waar het risico van een verslechtering veel zorgwekkender is voor Italië, betekenisvol en tot veel verplichtend zijn, ook getalsmatig.”

Vrijdag had minister van buitenlandse zaken Paolo Gentiloni gezegd dat Italië „bereid is te vechten, in de context van een internationale missie”. Ook al gaat het om een voormalige kolonie met grote Italiaanse belangen, Italië zal niet snel op eigen houtje ingrijpen in Libië. Zaterdag had premier Matteo Renzi gezegd dat Rome een veel grotere inspanning van de Verenigde Naties wil. Met name het optreden van VN-bemiddelaar Bernardino Leon stuit op veel kritiek. Die is er in zes maanden niet in geslaagd een serieus gesprek op gang te brengen tussen de groeperingen die elkaar de macht betwisten in Libië. Een centraal gezag blijft ontbreken. Moslimmilities die zich laten inspireren door Islamitische Staat hebben daarvan geprofiteerd en langzaam maar zeker hun macht uitgebreid. Vorige week namen zij de belangrijke havenstad Sirte in.

In een snel opgezette evacuatie die geen evacuatie mag heten, heeft Italië zondag een honderdtal mensen opgehaald uit Libië. Er zijn nu nog enkele tientallen Italianen in Libië, vooral medewerkers van de staatsoliemaatschappij Eni. Die zijn nodig om de olie- en gasvelden in het westen van het land, waar minder wordt gevochten, draaiende te houden. Italië haalt nu 6 à 7 procent van zijn olie en gas uit Libië. Minister van binnenlandse zaken Angelino Alfano waarschuwt voor een „ongekende exodus”, waarbij het moeilijk zal zijn echte vluchtelingen te onderscheiden van jihadisten die proberen Europa binnen te slippen. ‘Rome’ als symbolisch doelwit van IS staat voor heel Europa, waarschuwt Italië. Op de IS-video waarschuwde een man, een mes in zijn hand: „Veiligheid is voor jullie, kruisvaarders, iets waar je alleen nog maar op kan hopen.”