Ik vermoed dat er iets niet deugt. Maar wát precies?

Op Tinder staan geen advertenties. Maar hoe verdient het bedrijf dan geld? Oscar Kocken vraagt zich af wat ze allemaal uitspoken met zijn gegevens.

Illustratie Aart-jan venema

Biggetjesroze kleurde het scherm van de app-store, waar betrouwbaar ogende hoofdletters in herinnering brachten waarom ik in hemelsnaam besloten had mijn to-do-list te negeren en me gretig naar deze schimmige afslag van het internet liet lokken. ‘VIND JE WARE LIEFDE’, stond er, met daaronder een zestal icoontjes die popelden om gedownload te worden. Dat trof. Toevallig was ik reuze-geïnteresseerd in ware liefde en nu bleken er dus nobele programmeurs te bestaan die mij daarvan konden voorzien. En warempel, nog gratis ook!

Op precies dat moment klonk in het hoofdkwartier van Tinder een sardonische bulderlach, die minutenlang bleef nagalmen. Het was moeilijk te zeggen uit wiens kelen die kwam, of het mannen of vrouwen waren, met hoevelen zij waren en waarom zij zo in hun sas waren. Feit was dat het verrekte dure champagne was die zij ontkurkten, toen ik zonder enige aarzeling klikte op ‘accepteren’.

‘Heeft hij de gebruikersvoorwaarden gelezen?’

‘Natuurlijk niet!’

‘Nou, santé dan maar weer!”

Een hunkerend hart gaat maar moeizaam samen met realiteitszin, zoveel had ik al kunnen weten toen ik afgelopen Valentijnsdag opnieuw – voor het geval dát... – mijn winkelwagentje vollaadde met mierzoete hartvormige spekken, als rode roos vermomde stringetjes en chocoladerepen waarop met sierlijke letters stond dat ik hield van jou. Schrap de liefde en ik ben een heel rationeel wezen, zo ook in de digitale wereld. Maar waar ik op mijn hoede ben voor gratis social media als Facebook en het vertik om hun privégegevens-slurpende app op mijn telefoon te installeren, daar flikkert op mijn startscherm vrolijk het waakvlammetje van Tinder. Het merkwaardige is dat ik wel vermoed dát er iets niet deugt, maar niet wát dan precies. Kennelijk maakt dat het eenvoudig om waarschuwingen weg te wuiven, terwijl ik er baat bij zou hebben als mijn alarmbellen flink veel harder klonken.

Daarom nu eerst maar even een korte uitweiding over veeteelt.

Twee roze biggetjes rollen knorrend van de pret door een modderpoel. ‘Ongelooflijk’, hijgt een van de twee, buiten adem van al het gewroet. ‘Wat is er ongelooflijk?’ informeert de ander, die het jammer vindt dat hun spelletje onderbroken wordt voor een gesprek. ‘Nou’, begint de eerste weer, terwijl zijn kleine krulstaartje kwispelt, ‘het is ongelooflijk dat wij naar deze poel mogen zo vaak we maar willen, dat we in een hok mogen wanneer we maar willen en dat we eten krijgen zoveel we maar opkunnen, zelfs zoveel dat we moddervette varkens worden. Op een dag mogen we zelfs met z’n allen in een héél grote vrachtwagen. En dat alles zonder dat we daar ook maar één cent voor hoeven te betalen!’

Wanneer je ergens niet voor hoeft te betalen, dan ben je niet de klant, zou je de biggetjes willen toeschreeuwen. Nee, wanneer je ergens niet voor hoeft te betalen, dan ben je het product. Meer dan eens klonken deze zinnen toen duidelijk werd dat er achter Facebook warempel een verdienmodel stak. De nieuwe gebruikersvoorwaarden bleken het bedrijf toe te staan om ieders foto’s door te verkopen en likes te benutten voor het aanjagen van advertenties.

Een goudmijntje aan kennis over mij

Op Tinder staan geen advertenties. En dat is raar, want hoe verdient het bedrijf dan geld? Ze hebben een goudmijntje aan kennis over mij: mijn persoonlijke gegevens, de locaties waar ik mij bevind, mijn seksuele voorkeur. Interessanter wordt het als ze iets verder graven: welke gezichten, lichamen en persoonlijke tekstjes ik aantrekkelijk vind, in hoeveel seconden ik die beslissing neem. En dan hebben ze nog de inhoud van de chatgesprekken: de woorden die ik zelf kies, de woorden waarop ik positief reageer, de manier waarop ik flirt, hoe een ander effectief met mij kan flirten, de toespelingen die ik doe, de plekken waar mijn matches met mij afspreken en natuurlijk de telefoonnummers die wij elkaar geven. Het staat allemaal opgeslagen in dat hoofdkwartier waarvan we dus geen idee hebben wie er werken en wat ze er precies uitspoken, maar waarvan we wel weten dat er vandaag weer een paar duizend champagnekurken tegen het systeemplafond zijn geknald omdat mensen de algemene voorwaarden niet lazen. En dat wordt nog vreemder als we ons proberen voor te stellen dat dit bedrijf eerder fantaseerde over een gratis toegankelijke parenclub, op voorwaarde dat de bezoekers inzicht gaven in hun persoonsgegevens en vriendenlijsten. Niemand zou daar intrappen. Dat wil zeggen: analoog niet. Digitaal blijkbaar zonder enig probleem.

De vraag blijft wat ze ermee zouden kunnen doen. Fotootjes van mijn favoriete amourettes verkopen aan adverteerders die gegarandeerd mijn aandacht krijgen, omdat mijn onderbuik ogenblikkelijk opspeelt? Dat is relatief onschuldig. Compromitterende informatie inzetten op het moment dat ik ooit het chanteren waard ben? Misschien meer voor in spannende films. Maar wat dan wel? Dikke kans dat ze het zich zelf ook nog maar amper kunnen voorstellen, maar gewoon wachten op een koper die er wél concrete plannen mee heeft, die onze naïeve fantasie momenteel nog te boven gaan. En juist het niet weten maakt het beangstigend.

Misschien wel het meest zorgwekkende is dat ik me alle alarmbellen ten spijt toch nét niet genoeg zorgen lijk te maken. Want zoals ik Whatsapp ondanks mijn toenemende bezwaren niet heb vervangen door het veiligere Telegram, zoals ik Facebook ondanks mijn groeiend ongemak nog niet vaarwel heb gezwaaid ten gunste van het privacy-respecterende Ello, zo prijkt op mijn telefoon nog altijd een icoontje van een brandend vlammetje dat ik tegen beter weten in nog steeds maar niet heb uitgeblazen. De liefde maakt blind, zegt men vaak, maar ik weet ook: de liefde laat vooral veel te veel zien.