Hartrisico wordt vaak te hoog ingeschat

De risicoberekeningen waarmee artsen inschatten hoe groot het risico is dat een patiënt een hartaanval krijgt, schetsen een te somber beeld. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Michael Blaha van de Johns Hopkins University vandaag in het blad Annals of Internal Medicine.

Vier van de vijf in de VS veelgebruikte methodes voor het inschatten van cardiovasculaire risico’s bleken te hoog uit te komen. Dat werkt onnodige medicatie in de hand, schrijven Blaha en zijn collega’s. Uit de sommen komt een schatting van het risico op een hartaanval of hart- en vaatziekten in de komende tien jaar. Op basis daarvan schrijft de arts een dagelijks aspirientje, bloeddrukverlagende medicijnen of cholesterolverlagers voor, of besluit de arts om de patiënt via regelmatige controles in de gaten te houden. Overbehandeling ligt op de loer.

Volgens de onderzoekers maken de resultaten duidelijk dat de uitslag van een risicoberekening niet leidend moet zijn in het behandelplan, maar dat de uitslag bevestigd moet worden in aanvullend onderzoek. Dat kan bijvoorbeeld een CT-scan zijn om te kijken in hoeverre kransslagaderen van het hart zijn dichtgeslibd.

In Nederland werken artsen met de zogeheten SCORE-berekening, die gebaseerd is op leeftijd, geslacht, roken, bloeddruk en de verhouding ‘goed’ cholesterol in het bloed. Deze rekenmethode wordt ook in andere Europese landen gebruikt, maar wordt iets bijgesteld naar de Nederlandse situatie. De SCORE zat niet in de Amerikaanse studie, maar waarschijnlijk geldt ook hier dat de individuele patiënt niet precies binnen algemene normen te vatten is.

Volgens Blaha en zijn team overschatten de rekenmethodes het risico omdat ze gebaseerd zijn op metingen van tientallen jaren geleden. Toen rookten meer mensen, en kregen meer mensen hartaanvallen. Dat geldt ook voor de nieuwe calculator van de American Heart Association, die het risico voor mannen met 86 overdreef en voor vrouwen met 67 procent.