Haïtianen zondebok bij Dominicanen

Op Hispaniola stijgt de spanning tussen de bevolkingsgroepen uit het westen en het oosten van het eiland.

Dominicanen van Haïtiaanse afkomst komen op voor hun burgerrechten. Foto Erika Santelices/AFP

Diefstal, zei de politie nadat woensdag in Santiago, de tweede stad van de Dominicaanse Republiek, een Haïtiaanse tiener was aangetroffen die was opgehangen aan een boom. De negentienjarige jongen verdiende zijn geld met het poetsen van schoenen in het park. Hij zou onlangs 115 euro in de loterij hebben gewonnen.

Maar dat diefstal het motief was geloven maar weinigen op Hispaniola. De spanningen tussen Dominicanen en Haïtianen op het gedeelde eiland lopen op. Een paar uur voor de man werd aangetroffen was in Santiago bij een opstootje een Haïtiaanse vlag verbrand.

Zes mannen die daarbij de regering opriepen ‘de invasie van Haïtianen’ in de Dominicaanse Republiek te stoppen werden dit weekend gearresteerd. En zondag kwam de politie terug van haar aanvankelijke verklaring en kondigde aan alsnog onderzoek te zullen doen naar het motief van de moord in het park. De Dominicaanse minister van Buitenlandse Zaken, Andrés Navarro, zei tegen lokale media dat ‘bepaalde facties’ proberen de relatie tussen de Dominicaanse Republiek en Haïti op het spel te zetten.

„De moord op de Haïtiaan zal niet onbestraft blijven”, aldus de bewindsman. Experts zijn er niet gerust op. „Haïtianen zijn in de Dominicaanse Republiek al lange tijd zondebokken”, zegt Ernesto Sagas, werkzaam aan de universiteit van Colorado en schrijver van een boek over ‘antihaïtianisme’ in de Dominicaanse Republiek, tegen Al-Jazeera.

Al vele generaties wonen er Haïtianen in de Dominicaanse Republiek – soms al sinds zij vanaf 1890 met tienduizenden naar de Dominicaanse suikerplantages werden gebracht. Maar omdat de omstandigheden op de Haïtiaanse helft van het eiland nog altijd veel slechter en chaotischer zijn, komen ze nog steeds de grens over.

Voor Dominicanen van Haïtiaanse afkomst zijn de omstandigheden in de Dominicaanse Republiek evenwel sterk verslechterd sinds het Hooggerechtshof in 2013 bepaalde dat de kinderen van Haïtiaanse migranten alleen recht hadden op de Dominicaanse nationaliteit als ze geboren waren na 1930. Zo’n 200.000 Haïtianen raakten hierdoor in één klap al hun burgerrechten kwijt. Ze werden stateloos, want Haïti erkent ze evenmin.

De uitspraak stuitte internationaal op verontwaardiging. Mede onder druk van de VN en het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten werd de uitspraak verzacht. Vorig jaar nam de Dominicaanse regering een wet aan die Haïtianen het recht gaf een verblijfsvergunning aan te vragen, de eerste stap naar staatsburgerschap.

Eind januari vormden zich volgens Al-Jazeera lange rijen voor de migratiekantoren, omdat de vergunning voor 1 februari moest worden aangevraagd. Maar door gebrek aan effectieve voorlichting en registratiekantoren en door wantrouwen tegen de regering hebben volgens Amnesty International slechts ongeveer zevenduizend mensen – een fractie van de groep die ervoor in aanmerking komt – een aanvraag ingediend. Erika Guevara Rosas, directeur voor de Amerika’s bij Amnesty, zei tegen de Britse krant The Guardian: „Toen de grote meerderheid van deze mensen werd geboren, erkende de Dominicaanse wet hen als burgers. Hun dat recht ontnemen en dan onmogelijke administratieve belemmeringen opwerpen zodat ze kunnen blijven is een inbreuk op hun mensenrechten.”

In 2016 zijn er verkiezingen in de Dominicaanse Republiek. Experts verwachten dat de spanning tussen de bevolkingsgroepen verder zal toenemen. Ernesto Sagas zei tegen Al-Jazeera: “Of deze moord uit racistische motie plaatshad of een persoonlijke vendetta was, maakt op dit moment eigenlijk niet uit. Maar hij komt op een heel ongelegen moment.”