Een lilywhite met opgestroopte mouwen

Officieel is het leiderschap van het Ierse Sinn Féin niet vacant. Maar Mary Lou McDonald is „bereid het land te dienen” als Gerry Adams moet worden opgevolgd. Ze is no-nonsense en zonder smetten uit het verleden. Door Titia Ketelaar Illustratie Gijs Kast

Sinn Féin is Gerry Adams. En Gerry Adams is Sinn Féin. Maar in de Ierse Republiek, het zuiden van het Ierse eiland, was de partij nooit zo groot geworden als Mary Lou McDonald er niet was geweest. Waar partijleider Adams voor velen nog altijd het ongemakkelijke IRA-verleden van Sinn Féin met zich meedraagt, is zij onbesmet. Een ‘lilywhite’ noemen ze haar in Noord-Ierland, iemand zonder bloed aan haar handen.

In de jongste peilingen staat Sinn Féin nu op 26 procent, waarmee ze de grootste partij van Ierland is geworden. Tussen nu en april volgend jaar zullen er verkiezingen worden gehouden. En Sinn Féin staat ook in Ierland „klaar om te regeren”, klinkt het in de partij. In Noord-Ierland maakt zij al deel uit van de regering.

Wie Mary Lou – in Ierland heeft ze geen achternaam nodig – ziet optreden in de Dáil, het Ierse parlement, of op demonstraties tegen de bezuinigingen en partijbijeenkomsten, begrijpt de aantrekkingskracht. Ze is no-nonsense, welbespraakt, en zonder het gebruik van wollig politiek jargon. „Levendig” omschrijft een partijgenoot. „Indrukwekkend”, zegt een concurrent. „Een gewiekst politicus”, zegt een parlementair verslaggever. „Ik kan uren naar haar luisteren”, zegt Cat Seeley, het jonge Sinn Féin-gemeenteraadslid voor Craigavon, in Noord-Ierland. „Ze is een rolmodel voor vrouwelijke politici.”

En ze is, in een tijd waarin politici worden beschuldigd van afstandelijkheid, gewoon. In een documentaire over Sinn Féin uit 2013 werd ze gefilmd terwijl ze boodschappen deed in de Superquinn, het Ierse equivalent van Albert Heijn. Zonnebril in het haar, bloemetjesblouse. Een moeder die tussen de bedrijven door boodschappen doet voor haar gezin. Ze zoekt naar de juiste cornflakes, en vraagt naar de prijs van verse garnalen. „Die waren veel te duur” zei ze in een later interview. Zeker voor een Sinn Féiner die - net als SP’ers in Nederland - het comfortabele salaris van een parlementslid grotendeels afdraagt aan de partij.

Bivakmutsen en bommen

Mary Lou (1969) groeide op in de welvarende wijk Ratghar, in de Ierse hoofdstad Dublin. Ze komt uit een fatsoenlijk middle-class gezin. Haar moeder was huisvrouw, haar vader bouwmeester. Broer Bernard is wetenschapper geworden, broer Patrick octrooigemachtigde, zus Joanne lerares. Mary Lou ging naar de katholieke meisjesschool Notre Dame, een privéschool, en studeerde vervolgens Engels aan Trinity College, en deed een postdoctorale studie Europese integratie aan de University of Limerick.

Vader was lid van de conservatieve, centrumrechtse partij Fianna Fáil. Dat werd Mary Lou aanvankelijk ook. Maar in 1998 maakte ze de overstap naar het linkse, socialistische en vooral republikeinse Sinn Féin, de partij die toen nog helemaal het imago van bivakmutsen en bommen had. In Ierland had de partij net een eerste parlementslid gekregen.

In interviews wijst Mary Lou op het verleden van haar familie: een grootoom werd tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1922 door de Britten geëxecuteerd. „Ik geloof niet dat mijn oma dat ooit vergat, of kon vergeven.” En op de hongerstakingen van 1981 door IRA-gevangenen die op een twaalfjarige „diepe indruk” maakten, en „een weg naar Damascus” waren.

„Het werd iedereen en mijzelf snel duidelijk dat ik bij de verkeerde partij zat”, zei Mary Lou vorig jaar in de Late Late Show van RTÉ. „Ik ben absoluut een republikein. De soort die niet alleen gelooft in hereniging [van Ierland], maar in economische en sociale eerlijkheid, en gelijkheid.” Dat laatste ontbrak volgens haar bij Fianna Fáil. „Ik zocht een plek waar ik daadwerkelijk een verschil kon maken.”

Doorbraak

Finian McGrath, onafhankelijk parlementslid in Ierland, maakte de omslag van dichtbij mee. Beiden waren in de jaren negentig lid van het Irish National Congres, een niet-politieke organisatie die de eenheid van het Ierse eiland op vreedzame manieren wil bewerkstelligen.

„Ik kwam uit de vrijwilligerssector, was leraar, werkte in arme wijken. Daar had men genoeg van politici die maar geen einde maakten aan het geweld. Mary Lou was geïnteresseerd in wat we deden”, vertelt hij. „Haar mantra was dat burgers het heft in eigen handen moesten nemen, en niet moesten afwachten wat Gerry Adams en John Hume [leider van de Noord-Ierse SDLP, latere Nobelprijswinnaar, red.] deden.” Haar overstap naar Sinn Féin verbaasde hem niet. „Toen ze zag dat de partij zich in richting van vrede bewoog, rolde ze haar mouwen op.”

„De partij realiseerde zich dat elke stap die zij naar vrede nam, meer stemmen opleverde”, zegt historicus Brian Feeney van St Mary’s University Belfast. „Noordelijke nationalisten merkten dat ze Sinn Féins politiek waardeerden. De partij had het imago zich harder op te stellen dan de SDLP, ze was bovendien nieuw, en aantrekkelijk door het snufje ontbering dat ze meebracht.”

In het zuiden, waar Fianna Fáil en de even conservatieve Fine Gael al honderd jaar stuivertje wisselen in de regering, duurde de doorbraak langer. Eigenlijk wordt Sinn Féin pas sinds het begin van de economische crisis als alternatief gezien. Helemaal sinds Labour in 2011 deel ging uitmaken van de regering-Kenny, die grote bezuinigingen uitvoerde, en de grootste vakbonden in ruil een sociaal akkoord sloten: in ruil voor rust kwamen er geen gedwongen ontslagen. Maar onder de oppervlakte groeide de woede, en Sinn Féin verwoordde die.

De populariteit van Mary Lou was daarvoor al zichtbaar. In 2002 deed ze voor het eerst mee aan de verkiezingen, en kreeg ruim 2.400 stemmen – onvoldoende om in de Dáil te komen. Twee jaar „op deuren kloppen” later waren dat er 60.000 tijdens Europese verkiezingen, uit zowel welvarende wijken als arme buurten. Daarmee werd ze de eerste europarlementariër voor Sinn Féin.

„Ze is een ongelooflijk harde werker”, vertelt Eoin Ó Broin, die in Brussel het partijkantoor runde, de partijstrategie mee bepaalt, en gemeenteraadslid in Dublin is voor Sinn Féin. „Een echt rolmodel voor jonge vrouwen, al zou ze zelf steigeren als ze me dit hoorde zeggen.”

Hij noemt haar „niet eurosceptisch, geen eurofiel, maar eurokritisch”. Aan de vooravond van het EU-referendum in 2012 zweepte Mary Lou een volgepakte zaal in Dublin op om tegen het verdrag voor begrotingsdiscipline te stemmen met de woorden: „Ierland is een oude Europese natie, dat lijdt geen twijfel. Maar wij die onszelf als goede Europeanen beschouwen, zullen altijd vragen stellen als EU-beleid de burgers schaadt. Dat is patriottisme.”

Anti-bezuinigingsbeweging

In Brussel werden banden met andere linkse partijen gesmeed, waaronder het Spaanse Podemos en Griekse Syriza. Om de verbondenheid aan te geven: bij een Sinn Féin-bijeenkomst in het Britse Lagerhuis was Syriza vorige week aanwezig, en Syriza-leider Tspiras volgde Sinn Féin vorig jaar in Ierland tijdens haar campagne voor de Europese verkiezingen. „We maken deel uit van een nieuwe linkse beweging”, zeggen ze bij Sinn Féin.

„Mary Lou wordt gedreven door de overtuiging dat sociale verandering noodzakelijk is”, zegt Ó Broin. „Dat resoneert bij steeds meer Ieren die iedere dag de gevolgen van het bezuinigingsbeleid van de regering voelen.” „Ze is het publieke gezicht van de anti-bezuinigingsbeweging”, meent ook David Cullinane, senator in Ierland. Hij zegt dat de groei van de partij van de afgelopen „vijf, zes jaar grotendeels te danken is aan Mary Lou”.

Kritiek wuift hij weg. Want die is er wel degelijk: inhoudelijk (premier Enda Kenny noemde Sinn Féins economisch beleid onlangs nog „idioot” en economen twijfelen aan de haalbaarheid) en persoonlijk. Sommigen noemen Mary Lou goed in de partijmantra, maar slecht in de details. Cullinane zegt: „Degenen die nu het hardst roepen dat ze ongelijk heeft, zijn dezelfden die de cheerleaders van de Keltische Tijger waren. En kijk waar dat ons bracht.” Ierland kreeg in oktober 2010 een noodlening van het IMF, de EU en de Europese Commissie, en moest enorme bezuinigingen doorvoeren. Pas sinds vorig jaar groeit de economie weer.

In het Ierse parlement wordt Mary Lou – veel meer dan anderen – uitgejouwd als ze op donderdag tijdens het vragenuurtje met de premier het woord neemt. Zoveel dat ze in 2013 „wat een lul” fluisterde tegen een onbekende opponent. Het fragment deed snel de ronde op sociale media.

De weerstand ontstaat „deels omdat ze een goede debater is, deels omdat ze een vrouw is in een mannenbolwerk”, zegt Finian McGrath. Maar het genereert in ieder geval aandacht. Net als toen ze vorig jaar de Dáil uitgezet werd door de voorzitter, of toen ze begin dit jaar collega’s beschuldigde van belastingontwijking, of toen ze in november weigerde het parlement te verlaten omdat de vicepremier geen antwoord gaf.

De sit-in duurde slechts een paar uur, maar leidde de aandacht af van datgene wat Sinn Féin ervan weerhoudt verder te groeien: het verleden, en dan met name dat van Gerry Adams. Hij ontkent lid te zijn geweest van de IRA of betrokken te zijn geweest bij verdwijningen en moorden tijdens de Troubles, de bloedige burgeroorlog in Noord-Ierland. Er zijn echter weinigen in het zuiden en noorden van Ierland die dat geloven. Keer op keer moet hij er vragen over beantwoorden.

Nieuwe generatie

Binnen de partij is Gerry Adams (66, partijleider sinds 1983) nog altijd geliefd. De officiële lijn is dan ook dat „er geen vacature is” voor het leiderschap. Mary Lou zal hem niet uitdagen, maar heeft wel ambitie. In de Late Late Show zei ze dat het „geen carrièremasterplan” was, maar „ik denk dat ik het kan”. Verwacht wordt dat ze in april een grote toespraak zal houden waarin ze deels een mea culpa namens Sinn Féin zal uitspreken, maar ook heel duidelijk zal maken dat zij en haar generatie „het nieuwe Sinn Féin zijn”.

Dat is ook voor Noord-Ierland een belangrijke boodschap. Daar worden in mei Lagerhuisverkiezingen gehouden, en de partij moet nieuwe kiezers aanspreken om meer dan de huidige vijf zetels te krijgen. Al zijn die verkiezingen minder belangrijk dan die een jaar later voor de Assembly, het Noord-Ierse parlement, en die voor de Dáil.

De droom van Sinn Féin is om in 2016 – precies honderd jaar na de Ierse onafhankelijkheid – zowel in Dublin als in Belfast in de regering te zitten, en zo een all-Ireland beleid te maken. Met wellicht Mary Lou McDonald als premier. En eind januari zei ze tegen UTV op de vraag of ze de eerste vrouwelijke taoiseach van Ierland kon worden: „Ik ben bereid om te dienen.”