De uitstraling van binnen en van buiten is was fantastisch

Het ROC Leiden liet voor zichzelf twee gigantisch grote, splinternieuwe schoolgebouwen bouwen. Achteraf waren het te veel vierkante meters voor te veel geld. Nu wordt het ROC Leiden overgenomen door het ID College dat het juist wilde wegconcurreren.

Hoe het hier is? Een zooitje, antwoordt een student die buiten in de kou een sigaretje rookt. Hij staat op de trap voor het ROC-gebouw Lammenschans in Leiden. „Het pand is een zooitje en het onderwijs ook.” Hij hoorde vorige week dat het ROC Leiden wordt overgenomen door het ROC ID College. Dat moet perspectief bieden, denkt de student. „Want erger dan dit kan het niet worden.”

Hij en een studiegenoot vertellen dat het onderwijsgebouw van de buitenkant misschien op een ruimteschip lijkt, maar aan de binnenkant bijna uit elkaar valt. Het is slecht afgewerkt en grote delen staan leeg, zeggen ze. Er zijn maar een paar liften voor de duizenden studenten. Ze krijgen les op de gang omdat ruimtes niet geschikt zijn. Te groot, te klein of te lawaaiig.

En het onderwijs? „Dat is een chaos” , zeggen de jongens. „Docenten die dubbel zijn ingeroosterd, lokalen die voor twee groepen zijn geboekt.” Over de financiële problemen van de school horen ze eigenlijk nooit wat. „We schrokken toen we in de krant lazen hoe erg het was”, zegt de een. „Ik dacht een tijdlang: straks gaat het ROC failliet en staan we op straat. En wat dan?”

1. De opening

Op dinsdag 12 november 2013 ging het er aanmerkelijk feestelijker aan toe. Het pand Lammenschans was toen net opgeleverd, en het ROC Leiden opende een tweede schoolgebouw: Level. Pal naast het Centraal Station.

Ondanks de regen was het een spetterende opening. Circusartiesten op stelten, gekleed in glanzende rode pakken, heetten de gasten welkom. Binnen waren optredens en toespraken. En iedereen was voorzien van een glas champagne.

Level, de naam van het prestigieuze gebouw, kwam niet uit de lucht vallen. Projectontwikkelaar Aart Jan Verdoold liet die dag weten: „Level heeft iets met onderwijs; je bent jezelf aan het ontwikkelen om tot een volgend level te komen.”

De Leidse burgemeester Henri Lenferink kwam superlatieven te kort bij de opening. De PvdA’er sprak over „een fenomenaal gebouw”, dat „enorme indruk” maakte en er „gelikt” uitzag. Tegen een zaal vol genodigden zei hij: „De uitstraling van binnen en van buiten is fantastisch. Ik ben er echt supertrots op.”

Niet iedereen was lyrisch. Zo hield Jeroen Knigge, die in 2011 was aangetreden als collegevoorzitter van ROC Leiden, wijselijk zijn mond tijdens het evenement. Hij had een waslijst aan problemen ontdekt bij de mbo-instelling. Het onderwijsniveau was ondermaats. De samenhang tussen de tientallen beroepsopleidingen die de school aanbood was minimaal. En hij had van veel onderwijsmanagers afscheid genomen omdat onduidelijk was wat ze precies deden.

Maar dat was niet alles. Zijn grootste zorg was het vastgoedcontract dat zijn voorganger Jacques van Gaal had getekend. Niet alleen voor het gebouw Level, maar ook voor het mintgroene futuristische gebouw bij station Leiden Lammenschans, dat in 2011 werd opgeleverd.

2. Hoe het begon

Het ministerie van Onderwijs gaf vrijdag de conclusies van twee onderzoeken vrij. Daarin wordt genadeloos vastgesteld hoe ROC Leiden zich vlak na de millenniumwisseling in de luren liet leggen door projectontwikkelaars en adviseurs. Aanvankelijk wilde het ROC een bescheiden „vernieuwbouwoperatie”.

Maar dat idee werd steeds ambitieuzer. In plaats van een ouderwets onderwijsgebouw, „een doos” zoals de onderwijsinstelling het indertijd noemde, moest er „een fiets” worden gecreëerd. „Een middel voor identiteit”, voor zowel de leerlingen als het management.

En dat kon ook. In 2007 kon „de vastgoedmarkt alleen maar omhoog”, zeggen betrokkenen in de rapporten. Dus toen aanlokkelijke bouwlocaties beschikbaar kwamen, besloot het ROC groot te denken. De voorgaande jaren hadden de ruim 9.000 studenten van de mbo-instelling verspreid over de regio les gekregen. Voortaan zouden de scholieren samenkomen in twee gigantische nieuwe panden.

De school zou op deze manier „de concurrentie” aangaan met andere ROC’s in de regio. De „significant grotere aantallen vierkante meters” in de gebouwen moesten verhuurd worden aan bedrijven. „Leerwerkparken”, werden deze clusters liefkozend genoemd.

Het ROC bouwde dus niet één, maar twee panden, met twee keer zoveel vierkante meters als de school nodig had, tegen een twee keer te hoge vierkante meterprijs. Minister Bussemaker schreef hierover vrijdag: „De filosofie is te typeren als sympathiek, vernieuwend en is navolgbaar. De uitvoering is echter naïef en amateuristisch gebleken. Het beeld komt op van een megalomaan project.”

3. Wat er misging

Om de onderwijspaleizen te realiseren, ging ROC Leiden een publiek-private samenwerking aan met Green Real Estate – het vastgoedbedrijf van Jan Zeeman, van winkelketen Zeeman – en de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De deal zag er als volgt uit: het ROC bouwde en betaalde de panden en verkocht deze direct na oplevering aan Green Real Estate. De Leidse mbo-instelling zou vervolgens de gebouwen voor miljoenen per jaar huren. En na twintig jaar terugkopen van het vastgoedbedrijf.

Aan deze constructie werd nadien uitgebreid gesleuteld. Zo gold de terugkoopverplichting later alleen nog voor het gebouw bij Lammenschans. Dat steeds opnieuw onderhandeld moest worden, had met meerdere problemen te maken. Onder meer met financier BNG. Het ROC sloot bij de bank een omvangrijke beleggingshypotheek af om de panden te kunnen betalen. En net als bij een reguliere woekerpolis vielen de opbrengsten zwaar tegen.

Binnenskamers noemde collegevoorzitter Knigge de deal „van de ratten besnuffeld”. Maar hij moest er het beste van maken. Veel medewerking kreeg hij daar niet bij. Knigge klopte in 2012 al informeel aan bij het ministerie van Onderwijs, maar vond daar geen gehoor. Bij het vastgoedbedrijf en de bank hadden ze ondertussen weinig zin om het voor hen zo lucratieve contract zomaar open te breken.

Geld had Knigge evenmin. Dat ging op aan huur. En aan adviseurs die moesten helpen de meest dringende dossiers vlot te trekken. Knigge was namelijk ook als huisbaas verantwoordelijk voor de inpandige supermarkt en parkeergarage in het gebouw Lammenschans. En het hotel, het restaurant, het fitness- en het revalidatiecentrum die in Level onderhuurden.

Het mintgroene pand bij station Lammenschans gaf de meeste problemen. De garage werd opgeleverd zonder strepen of verlichting en de supermarkt bleek zonder stroom te zitten. Winkelruimtes bleven leeg en personeel en studenten klaagden dat hun pand niet geschikt was als school.

Terwijl Knigge en zijn adviseurs de vastgoedproblemen te lijf gingen, bleek het ROC op andere terreinen al water te maken. In april 2013 concludeerde de onderwijsinspectie dat er „risico’s voor de kwaliteit van het onderwijs” waren. De „kwaliteit van de examinering” was bij de onderzochte opleidingen ondermaats, als gevolg van ontevreden medewerkers en een instabiele organisatie.

4. En nu?

Voor Knigge viel het doek in november. De Raad van Toezicht vond dat hij niet daadkrachtig genoeg handelde. Zijn opvolger, interim-bestuurder Henk de Jong, presenteerde vrijdag samen met het ministerie een oplossing: het ROC Leiden wordt overgenomen door het ID College, een andere mbo-instelling uit de regio. Alle studenten en de ruim 700 docenten en medewerkers gaan over. De twee megapanden van ROC Leiden maken geen deel uit van de reddingsoperatie. Hoe het verder moet met de gebouwen en de huur, daarover spreken betrokkenen de komende weken.

Minister Jet Bussemaker schreef vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer dat „doormodderen” geen optie meer was. „Als nu niet wordt ingegrepen, lopen we het risico dat de studenten jarenlang niet de kwaliteit van onderwijs krijgen waar zij recht op hebben. Niet uit te sluiten valt zelfs dat deze studenten straks, als het tot een faillissement zou komen, op straat komen te staan.”

Henk de Jong zag uiteindelijk geen andere uitweg dan zich tot het ID College te wenden. In het verleden had het ROC Leiden al bij deze mbo-instelling aangeklopt, maar tot een fusie kwam het nooit. Onder meer vanwege het vastgoed, zegt De Jong. „Daar zat niemand op te wachten.”

Het ligt niet voor de hand dat de gebouwen opnieuw voor onderwijs gebruikt worden. Volgens De Jong waren ze niet alleen te duur maar ook ongeschikt. Level is volgens hem „modern, transparant en lijkt op Centre Pompidou in Parijs”. Maar het pand heeft geen roltrappen en te weinig liften. Ook zijn er veel „openbare ruimtes waarin je geen les kan geven”.

Dat is nog niets in vergelijking met Lammenschans, waar „de onderwijsmogelijkheden minimaal zijn”. De Jong vertelt dat het pand van binnen „is afgeraffeld.” De indeling is onlogisch, etages lopen niet door en leerlingen wandelen door leerruimtes omdat lokalen niet zijn afgeschermd. Als de bel gaat, ontstaan benauwde situaties in trappenhuizen en te kleine liften.

Omdat in beide gebouwen geen geschikte ruimte was om vrijdag 400 medewerkers en docenten in te lichten over de overname, huurde De Jong een zaal bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar volgde een „intensief” gesprek met alle betrokkenen. „Deze mensen hebben zich de afgelopen jaren, ondanks alles, keihard ingezet om het onderwijs te verbeteren. En dan is het zuur dat we het toch niet alleen redden.” Maar hij ziet licht aan het einde van de tunnel. „We weten dat er goed onderwijs komt. En dat doet goed.”