De pseudo-heffing die Feyenoord pijn doet

Toen de PVV, beter gezegd Geert Wilders, in 2012 haar dienstbaarheid aan het eerste kabinet-Rutte opzegde, had dat ook gevolgen voor de clubs in het betaald voetbal. Wie had dat gedacht. Op zijn Binnenhofs gezegd: De ‘Catshuiscrisis’ leidde tot het ‘Lenteakkoord’ van de ‘Kunduz-coalitie’. Vijf partijen, VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie, spraken af, de een morrend, de ander jubelend, dat er een ‘crisisheffing’ moest komen. Dat was een extra belasting over alle inkomens van meer dan 150.000 euro per jaar. Want de rijkaards moesten ook maar eens helpen bij de financiële crisis die in Nederland van de ene naar de andere bezuiniging leidde.

Punt was alleen: de heffing trof niet die bollebofs, maar de stakkers die dat salaris al hadden betaald en nu ook voor deze naheffing moesten opdraaien: de werkgevers. En dus ook de bvo’s, betaaldvoetbalorganisaties. Onverwacht en met terugwerkende kracht. Dus, terwijl de jeugdige spits zijn door de bvo ter beschikking gestelde bolide parkeerde voor dat chique restaurant, keek de penningmeester, herstel: financieel directeur, in de clubkas en hij zag de bodem. En hij dacht weer aan die stelling dat het betaald voetbal de enige bedrijfstak is waar de werknemers de werkgevers uitbuiten. Alleen lag de strop nu eens niet aan veeleisend personeel, maar aan het kabinet dat de crisisheffing invoerde.

De naweeën zijn nog voelbaar. Vorige week kondigde Feyenoord aan in hoger beroep te gaan tegen een uitspraak van de Haagse rechtbank, die de heffing in stand hield. Niets minder dan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is er door Rotterdamse club bij gehaald: hier is sprake van discriminatie! Nou, nou. Maar in Feyenoord-directeur Eric Gudde – ook voor hem moest de naheffing worden betaald – kunnen ze nog een kwaaie hebben in diens gevecht tegen deze fiscale maatregel: hij heeft achttien jaar bij de Belastingdienst gewerkt.

Andere clubs, de KNVB en nog 10.000 werkgevers hebben bezwaarschriften tegen de tijdelijke crisisheffing opgestuurd. Ook zij haalden het EVRM erbij en deden een beroep op „het recht op ongestoord genot van eigendom”. Maar de rechtbank vond dat er geen sprake was van een „individuele buitensporige last” en evenmin van „strijd met het internationale gelijkheidsbeginsel”.

Feyenoord vecht door, en dus niet alleen voor het eigen clubbelang. Misschien wel omdat de Belastingdienst zélf deze aanslag een „pseudo-eindheffing” noemt, terwijl de voetbalclubs er in twee jaar 16,5 miljoen euro aan kwijt waren – daar is weinig pseudo aan. Al is het dan heel wat minder dan de ING over één jaar moest aftikken – bijna 22 miljoen – maar daar kunnen ze zich die hoge salarissen natuurlijk veroorloven omdat banken als het erop aankomt door de staat van de financiële ondergang worden gered en voetbalclubs niet. Voetballers kunnen dan wel 5-3-2 of 4-3-3 spelen, dat maakt hun werkgever nog niet een systeemclub.

Die 16,5 miljoen zegt iets over de salarissen bij sommige bvo’s – voor spelers, maar ook trainers en directeuren – maar toch is de tijd dat voetballers elkaar in de kleedkamer opjoegen met kreten als ‘ik ga er volgend seizoen een tonnetje op vooruit’ in Nederland grotendeels voorbij.

Wel doet de bizarre situatie zich voor dat het betaald voetbal financieel afhankelijk is geworden van de waarde van zijn personeel, de spelers. De KNVB becijferde dat de clubs in de eredivisie in de jaargang 2013/2014 samen een verlies van 31 miljoen euro leden. Dat de meeste bvo’s niet rood staan, is te danken aan de verkoop van spelers en aan het buitenlandse geld dat zo de Nederlandse markt opstroomt. Dan ben je financieel hooguit pseudo-gezond. Het kapitaal moet op het veld staan, is een gekende bedrijfsfilosofie bij voetbalclubs. Alleen verhuist dat kapitaal steeds vaker naar andermans veld.