De minister praat het probleem met cijfers onder tafel

Morgen komt de Onderzoeksraad voor Veiligheid met het rapport over gaswinning in Groningen. Hoe zwaar woog de veiligheid van de Groningers voor ‘gasminister’ Kamp? Een terugblik.

Minister Henk Kamp kijkt naar de Groningers op de publieke tribune tijdens het plenaire debat dat de Tweede Kamer vorige week voerde over de gaswinning in Groningen. Foto Bart Maat/ANP

I. De beving

Een klap op donderdag 16 augustus 2012 zal het politieke leven van Henk Kamp ingrijpend veranderen. Die zomeravond beeft de bodem bij het buurtschap Huizinge in Groningen met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter – de zwaarste aardbeving ooit gemeten in het gaswinningsgebied.

Groningers vluchten de straat op. In Middelstum slaan de kerkklokken en vallen blikken uit de supermarktschappen. Gebouwen en mensen zijn ontzet. Van tientallen huizen komen gevels in de stutten te staan.

Henk Kamp (VVD) is op dat moment nog demissionair minister van Sociale Zaken, in het eerste kabinet-Rutte. Hij geeft die dag interviews over de sombere economische voorspellingen die net zijn verschenen. Tweeënhalve maand later wordt hij minister van Economische Zaken in het tweede kabinet-Rutte. De bewindspersoon die gaat over Groningen, het gas en de aardbevingen – het KNMI telde er vanaf 1991 tot op de dag van vandaag 854, stuk voor stuk veroorzaakt door gaswinning.

Morgen verschijnt het langverwachte rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de Groningse gaswinning. Eén conclusie is al uitgelekt: vijftig jaar lang heeft de overheid zich niets aangetrokken van de veiligheid van de Groningers – de schatkist ging altijd voor. Hoe heeft Henk Kamp de afgelopen tweeënhalf jaar als minister de gaswinning aangepakt? Wat was voor hem leidend: de staatsfinanciën, de energievoorziening of de veiligheid van de Groningers? En hoe gaat hij om met de dubbelrol van Economische Zaken: verantwoordelijk voor zowel de exploitatie van de gasbel als de veiligheid van de bewoners?

Het beeld dat oprijst uit gesprekken met betrokkenen bij de Groningse kwestie, is dat van een „integer”, „ervaren” en „kundig” bestuurder – maar ook van een politicus die er niet in slaagt de Groningers vertrouwen en perspectief te bieden. Henk Kamp, zeggen ze, kent zijn dossiers tot in de puntjes, houdt zich aan zijn afspraken en is niet bang om moeilijke besluiten te nemen. Hij is de eerste bewindspersoon die ingrijpt en de gaskraan een klein beetje dichtdraait.

Maar zijn rationaliteit en rechtlijnigheid zitten warmte in de weg, zeggen betrokkenen. Henk Kamp wacht liever de feiten en de analyses af dan dat hij alvast een gebaar maakt. Hij praat liever over schade, scheuren en repareren dan dat hij begrip toont voor de emoties van de Groningers. Daar komt bij dat empathie zijn ministerie niet in de genen zit. Dat heeft het moeilijk met inspraak organiseren en ‘omgevingsgericht opereren’ – kijk naar de maatschappelijke onrust over schaliegas, CO2-opslag en windparken.

Het veroorzaakt bij de bewoners in Groningen „kortsluiting”, zegt PvdA-coryfee Wim Meijer, die de provincie adviseerde in de gaskwestie. „Kamp stuurt op feiten en onderzoek, maar in dit dossier is dat lopen in de grondmist. Niemand die zeker weet hoe je aardbevingen kunt regelen.” Stientje van Veldhoven, Kamerlid voor D66, beaamt dat. „Warmte uitstralen en houvast bieden ziet Kamp niet als zijn rol. Hij wil zakelijk zijn.” Maar, zegt ze: „Deze minister onderbouwt zijn keuzes graag met cijfers. Daarmee wekt hij de indruk: het is geen politieke keuze. Heel slim, maar dat is vaak wél het geval.”

II. De onheilstijding

Het is bijna kerstmis 2012, vier maanden na de klap bij Huizinge, als inspecteur-generaal Jan de Jong van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) het departement binnenstapt. Hij heeft een dringende boodschap voor minister Kamp: de veiligheid van de Groningers staat op het spel. De aardbevingen worden zwaarder dan voorzien, waarschuwt hij, en met KNMI en TNO constateert hij: hoe meer aardgas je oppompt, hoe meer aardbevingen er komen. Daarom moet de aardgaswinning van de toezichthouder „zo snel en zo veel als realistisch mogelijk” worden teruggebracht. Anders storten er huizen in en kunnen er doden vallen.

De boodschap komt aan bij Kamp: meteen beseft hij dat dit de komende jaren de politieke agenda kan bepalen. Hij hamert bij de toezichthouder op een second opinion en bespreekt de gasbevingen in het wekelijkse coalitieoverleg van VVD en PvdA. Gaswinning is Chefsache: in 2012 verdiende de staat 11,5 miljard euro aan het opgepompte aardgas. Fractievoorzitters Diederik Samsom (PvdA) en Halbe Zijlstra (VVD), minister Asscher (PvdA) en premier Rutte (VVD) dringen er naar verluidt bij Kamp op aan niet te morrelen aan het niveau van de gasproductie.

Een maand later brengt de minister de onheilstijding zelf naar buiten. Henk Kamp reist af naar Loppersum, hartje aardbevingsgebied, en spreekt een volgepakte gymzaal toe. Zijn boodschap: er is meer onderzoek nodig voordat aan de gaskraan gedraaid wordt. Tegen het advies van de toezichthouder in laat het kabinet onverminderd gas winnen.

De bezorgde Groningers vallen vooral over de aanwezige directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heen. De schadeafhandeling is een zooitje. En waarom heeft het gaswinningsbedrijf zo lang het verband tussen aardgaswinning en aardbevingen ontkend?

III. Het onderzoeksjaar

Liefst veertien onderzoeken laat Kamp in 2013 doen. Hij wil pas een besluit nemen als hij zo goed mogelijk weet hoe gaswinning en bevingen met elkaar samenhangen – en er is nog ontzettend veel onbekend.

Intussen claimen de Groningse bestuurders een miljard euro compensatie, onder aanvoering van commissaris van de koning Max van den Berg (PvdA). Die vraagt een commissie onder leiding van PvdA’er Wim Meijer te adviseren over de toekomst van het Groningse gaswinningsgebied. Meijer „schrikt zich rot” van de onzekerheid onder de doorgaans zo koelbloedige Groningers.

Twee jaar later is de onzekerheid omgeslagen in angst en woede, constateert Meijer nu. Het „ongenoegen verhardt zich”, zegt hij, bewoners voelen zich „gegijzeld” in aardbevingsgebied. „De minister is met de veiligheid erg bescheiden en erg laat aan de slag gegaan. Hij komt mondjesmaat met oplossingen, bijvoorbeeld voor de waardedaling van huizen of de vastgelopen schadeafhandeling. En intussen verzuimen minister en kabinet de Groningers een toekomstperspectief te schetsen.”

Uitgerekend in het jaar dat de toezichthouder minder gas wil winnen, haalt gaswinningsbedrijf NAM een recordhoeveelheid van 53,8 miljard kuub aardgas uit de bodem. Dat mag volgens het meerjarenplan, maar de minister, vertellen betrokkenen, windt zich daar binnenskamers flink over op. Tegenover de Tweede Kamer verwijst Kamp naar de koude winter en gasleverancier GasTerra. Hij heeft nu eenmaal te maken met huishoudens die niet in de kou kunnen zitten en buitenlandse contracten die moeten worden nageleefd.

IV. Eindelijk: gasbesluit

De 54 miljard kuub aardgas komt in 2013 bovenop een recordaantal bevingen (119) en schademeldingen (10.000). De Groningers zijn woedend. Henk Kamp is de gebeten hond. De „minister van onderzoek en uitstel”, zeggen actievoerders, blijkt een „minister van pappen en pompen”. Als Henk Kamp in januari 2014 zijn langverwachte gasbesluit bekendmaakt in Loppersum, blokkeren tractoren de toegang naar het gemeentehuis. Actievoerders bekogelen de ruiten met tomaten en eieren.

Binnen legt minister Kamp uit dat hij gaswinningsbedrijf NAM voortaan een jaarlijks productieplafond oplegt, van 42,5 miljard kuub aardgas. Hij vertelt ook dat de boorputten in het kwetsbare Loppersum 80 procent minder aardgas gaan winnen. De toezichthouder adviseerde hem die clusters stil te leggen en keurde het winningsplan van de NAM af. Maar Kamp laat de NAM elders in het veld meer gas oppompen zonder dat daarvan een risicoanalyse is gemaakt – tot verbazing van het SodM. De inspecteur-generaal waarschuwt in deze krant dat de bevingen zich kunnen verplaatsen naar de stad Groningen.

Intussen slaan de Groningse PvdA-bestuurders zichzelf op de borst. Ze hebben in onderhandelingen met de minister 1,2 miljard euro binnengesleept. Dat was een zwaar bevochten akkoord, vertelt PvdA-gedeputeerde en onderhandelaar William Moorlag. „Je moet voor elke millimeter de strijd aanbinden.” Voordat je het weet praat deze minister je onder tafel: hij kent zijn dossiers tot in ieder detail en geeft geen krimp. Moorlag: „Als Henk zo technisch begint te praten, slaat in een omtrek van 50 meter het bier dood.”

Hetzelfde gebeurt in het parlement, vertellen Tweede Kamerleden. Geen minister die zo goed explosieve politieke dossiers kan terugbrengen tot getallen en feitenoverzichten. „Een debat met Henk Kamp is soms net een veredelde technische briefing”, zegt SP-Kamerlid Eric Smaling.

V. Ook de stad is geraakt

De toezichthouder krijgt gelijk. Op 30 september 2014 bereikt midden op de dag een aardbeving de dichtbebouwde stad Groningen. De ‘stadjers’ schudden mee. In de speeltuin. In het ziekenhuis UMCG. En op het stadhuis, tijdens een vergadering van B en W. Zelf had Ruud Vreeman, destijds waarnemend burgemeester, niets in de gaten. Zijn wethouders wel. „De collegekamer schudde. Water ging heen en weer in de kannetjes.”

Tegenover de camera’s van de NOS doet Kamp de beving in de stad af als „een fact of life” – een slip of the tongue die hem in Groningen en in de Tweede Kamer nog altijd wordt nagedragen. De minister zet alles op alles om „het probleem klein te praten”, zegt Ruud Vreeman. Maar de schok brengt een nieuwe politieke realiteit. Het aardbevingsgebied blijkt groter, het aantal potentiële gedupeerden verdrievoudigt. Om maar te zwijgen van de vele ‘kwetsbare objecten’ die de stad telt: ziekenhuizen, scholen, monumenten, flats, bruggen, en bejaardenhuizen.

Intussen is er ook goed nieuws. Al twee maanden na het minderen van de gaswinning bij Loppersum neemt het aantal aardbevingen daar af. In december 2014 volgt een nieuw gasbesluit: Kamp schroeft de winning terug van 42,5 naar 39,4 miljard kuub, vooral in het zuiden van het veld. Het SodM heeft „aanwijzingen dat seismische activiteit mogelijk regelbaar is”, al kan het de veiligheid van de Groningers niet garanderen.

Kamp moet dan nog onderhandelen over aanvullende compensatiemaatregelen in Groningen. Tot woede van de lokale bestuurders die zich zorgen maken over het uitblijven van versterkte woningen. „De enige muur die de NAM heeft gebouwd, is een muur van rapporten”, moppert onderhandelaar Moorlag.

In februari 2015 ligt het akkoord er toch, ditmaal zonder handtekening van de NAM. Belangrijkste maatregel: de komende jaren worden tienduizenden huizen ingrijpend versterkt onder toeziend oog van een nationaal coördinator. Wel is de kans dat iemand in Groningen doodgaat door het instorten van een woning nog steeds groter dan elders in Nederland. De minister noemt dat een „aanvaardbaar veiligheidsniveau”. Op deze manier kan „sneller een grotere groep huizen worden versterkt” en het scheelt verbouwingskosten.

VI. Het Torentje

Donderdag 5 februari 2015 is gaswinning opnieuw Chefsache. Tijdens een speciaal overleg in het Torentje maakt PvdA-leider Samsom duidelijk dat het nieuwe winningsplafond van 39,4 kuub voor hem toch nog te hoog is. Er moet nóg minder gewonnen worden. Daarop legt Kamp een voorstel op tafel van zijn Groningse partijgenoot, VVD-gedeputeerde Mark Boumans: minder winnen in de eerste helft van 2015, en op 1 juli besluiten of de productie verder omlaag gaat of niet. Na enig rekenen gaat de PvdA akkoord.

Tijdens een tien uur durend Kamerdebat, drie dagen later, probeert de PvdA de minister zo ver te krijgen dat hij zich in februari al vastlegt op een productieplafond van 35 miljard kuub dit jaar. Daar voelt Kamp niets voor. Hij wil, opnieuw, op onderzoek wachten en is niet van plan „in het wilde weg” te gaan besluiten.

De voltallige oppositie is boos, de Groningers op de tribune ontploffen. Waarom stelt Kamp zijn besluiten steeds maar uit? „Ik ga de minister een voorspelling doen”, zegt D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven tegen het eind van het debat tegen Kamp. „In de zomer weten we nog steeds niet alles.”