Al die gegevens over burgers? Onmisbaar, zeggen politie en OM

Wat is belangrijker: privacy of criminaliteitsbestrijding? Morgen dient een kort geding over de opslag van telecomdata.

Op 10 juni 2013 werd hij aangehouden. Benaouf A., afgelopen december veroordeeld voor medeplichtigheid aan een liquidatie in Antwerpen. Deze moordaanslag wordt gezien als het startsein voor een geweldsgolf onder Amsterdamse criminelen. Het duurde zeven maanden voordat A. een verklaring aflegde. En toen zei hij onschuldig te zijn. De BMW die bij de liquidatie werd gebruikt zou A. de dag ervoor hebben overgedragen aan de later doodgeschoten Youssef L. Het was dankzij telefoongegevens van maanden geleden, onder andere van de telefoon van L., dat de rechtbank kon vaststellen dat hij op de dag van de liquidatie niet in Antwerpen was. Mede hierdoor kon Benaouf A. tot tien jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.

„Zouden we willen dat dit soort criminelen nog vrij rondloopt?” zegt Ruud Bik, plaatsvervangend korpschef van de Nationale Politie. Samen met topman Gerrit van der Burg van het Openbaar Ministerie neemt hij uitgebreid de tijd om het belang van historische telefoongegevens voor de opsporing toe te lichten. Volgens Van der Burg zijn die namelijk „onmisbaar”.

Dan zou er binnenkort wel een flink probleem kunnen ontstaan. Morgen dient het kort geding van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, journalistenvakbond NVJ, stichting Privacy First en enkele telecomproviders tegen de bewaarplicht van telecomgegevens. Zij eisen dat de massale opslag van locatiedata, internet-, e-mail- en belgedrag van alle Nederlanders per direct stopt. Ze denken een goede kans te maken. Het Europees Hof van Justitie oordeelde vorig jaar dat de bewaarplicht een zware aantasting van de privacy vormt, terwijl onduidelijk is in hoeverre die strikt noodzakelijk is voor het aanpakken van terrorisme en criminaliteit. Op basis daarvan stelde de Raad van State dat voortaan precies omschreven moet zijn welke gegevens van welke personen worden bewaard.

Opstelten wijkt niet

Dat klinkt heel anders dan de huidige bewaarplicht waarbij telefoongegevens van alle Nederlanders een jaar worden opgeslagen en internetdata een half jaar. Minister Opstelten (Justitie, VVD) maakte bekend de wet aan te passen, maar de massale gegevensopslag voort te zetten. En dat mag dus niet, meent advocaat Fulco Blokhuis die het kort geding namens de partijen voert. „Het belang van criminaliteitsbestrijding is door het Hof al afgewogen. Uiteraard moet criminaliteit worden bestreden, maar het Hof vond het te ver gaan de metadata van iedereen te bewaren. Bovendien is de effectiviteit na bijna zes jaar bewaarplicht niet aangetoond.”

De rechter doet waarschijnlijk binnen enkele weken uitspraak. Stel dat die inderdaad beslist om de bewaarplicht te schrappen. Valt er iets te zeggen over het aantal criminelen dat vervolging dan ontloopt? „We houden het aantal zaken niet bij waarin verkeersgegevens een doorslaggevende rol spelen. Mijn inschatting is dat het er duizenden zijn”, zegt Van der Burg van het OM. In opdracht van het ministerie van Justitie werd de bewaarplicht vorig jaar onderzocht. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) schreef dat de gegevens in 2012 bijna 57.000 keer werden opgevraagd. Het gaat dan vooral om belgegevens, internetdata werden veel minder gevorderd. „Verkeersgegevens kunnen niet alleen gezien worden als een belangrijk opsporingsmiddel, maar kunnen ook een rol spelen in de bewijsvoering”, schreef het WODC.

Dat klinkt als overtuigend bewijs vóór het nut van de bewaarplicht, maar daar denken de tegenstanders anders over. Zo bleek uit het WODC-onderzoek ook dat driekwart van de opgevraagde data jonger was dan een half jaar. Dat is belangrijk, omdat de telecombedrijven voordat de bewaarplicht werd ingevoerd de belgegevens voor facturering ook al maanden bewaarden. Omdat de gegevens ook vóór de bewaarplicht al door opsporingsdiensten werden gevorderd, schreef het WODC het effect van de maatregel op de opsporing niet te kunnen bepalen. Toch lijkt het veilig te concluderen dat er zaken zijn die minder snel of niet meer kunnen worden opgelost als de bewaarplicht verdwijnt.

Tijdens het kort geding zal advocaat Blokhuis aandragen dat sommige advocaten, journalisten en anderen tegenwoordig bedachtzaam zijn als ze digitaal communiceren, omdat ze weten dat hun data lange tijd vastliggen. In het WODC-rapport staan gevallen van slechte databeveiliging, waardoor onbevoegden zouden kunnen uitvinden wie de bron was van een journalist, of wie er met welke advocaat belde. Als burgers niet meer onbespied kunnen communiceren, de bronbescherming van journalisten en het beroepsgeheim van advocaten onder druk staan, dan leidt ook dat tot onveiligheid, zo stellen de tegenstanders van de bewaarplicht.