Wat die Siamese katten daar doen? Ze zorgen dat je je niet verveelt

Zaterdag won schrijver Rob van Essen met zijn boek Hier wonen ook mensen de eerste J.M.A. Biesheuvelprijs, een nieuwe literatuurprijs voor korte verhalen. Het ondergewaardeerde genre is aan een opkomst bezig.

Beeld van omslag ‘Hier wonen ook mensen’, bewerking studio NRC

Een verhaal van schrijver Rob van Essen gaat bijvoorbeeld zo: midden in de nacht rijden Daniël en Marion naar het huis van haar ouders, omdat zij in paniek is over hun gezondheid. ’s Middags werden de ouders allebei ziek en vervolgens hebben ze de hele avond de telefoon niet meer opgenomen.

De paniek blijkt onterecht: de ouders liggen gewoon hard te snurken. Gek dat ze de telefoon niet hoorden, maar ja. Ze laten ze maar slapen.

En dan wordt het verhaal gek – en zo góed gek dat het je bijblijft. Daniël en Marion staan op het punt om weer te vertrekken, als ze in de woonkamer twee Siamese katten zien zitten. Terwijl hun ouders bij hun weten helemaal geen Siamese katten hébben. ‘De katten kijken hen kalm en berustend aan, alsof het om een ontmoeting gaat die al lang op de agenda stond.’ Wat nu?

Korter maakt het domweg krachtiger

Het verhaal – waaraan ook het omslagbeeld met twee Siamese katten ontleend is – staat in de bundel Hier wonen ook mensen, die zaterdag is uitgeroepen tot de beste Nederlandse korteverhalenbundel van het afgelopen jaar. Daarmee werd schrijver Rob van Essen (51) de eerste winnaar van de J.M.A. Biesheuvelprijs, een literatuurprijs speciaal voor verhalenbundels. De jury roemde hem om „zijn rijke register aan personages en vertellingen: van realistisch tot absurd, van hilarisch tot diep ontroerend en zo nu en dan dit alles tegelijkertijd.”

Wat er zo prettig is aan korte verhalen? „Je bent er natuurlijk niet zo lang mee bezig”, zegt Van Essen, de middag na de prijsuitreiking. „Dat is fijn voor een lezer, maar ook voor mij als schrijver, want dan kan ik alle ideeën kwijt die me invallen – ik hoef ze niet op te sparen omdat ik voorlopig nog bezig ben met een roman van tweehonderd bladzijden.”

„Maar ik schrijf ook graag korte verhalen omdat ik daarin sneller tot de kern van een verhaal kan doordringen. Vroeger had ik van een verhaalidee misschien wel een roman willen maken. Nu weet ik dat ik ook al in een korter, krachtiger bestek van twintig of dertig pagina’s kan opschrijven wat ik wil overbrengen.”

Soms is het beginpunt een anekdote die zich meer leent voor een kort verhaal – omdat het erom gaat om een sfeer neer te zetten. „Het verhaal met de Siamese katten begon met iets wat een goede vriendin vertelde: dat haar broer eens midden in de nacht naar hun ouders gereden was om te kijken of alles wel in orde was. Daar zat een verhaal in, dacht ik, en tijdens het schrijven heb ik die katten erbij verzonnen. Er moest nog iets bij, om die vreemde stemming van zo’n nacht sterker over te kunnen brengen.”

Geloofwaardig verwarren is de kunst

Doelbewust verwarren, daar lijkt Van Essen op uit, in vele van de vijftien verhalen in Hier wonen ook mensen. „Geloofwaardig verwarren, dat is de kunst”, zegt hij. „Ik denk dat ik daarin beïnvloed ben door John Cheever, een Amerikaanse schrijver die leefde in de vorige eeuw. Hij was meesterlijk in onverwachte wendingen, in dingen doen die je niet verwacht, terwijl die toch geloofwaardig en interessant zijn. Dan schreef hij bijvoorbeeld over een feestje waar uit het niets iemand doodgeschoten werd. Zonder dat er ruzie aan voorafgegaan was. Of hij schreef over iemand die een vliegtuigongeluk overleeft en thuiskomt bij zijn familieleden, die daar totaal geen belangstelling voor hebben omdat ze hun eigen zorgen hebben.”

En, zegt Van Essen: verwarring zaaien lukt in een kort verhaal gemakkelijker, misschien wel beter, dan in een roman. „Die emotie is zuiverder. In een roman zal het gevoel van verwarring altijd weer afnemen, omdat die emotie is ingebed in een groter verhaal. Dat kan ten koste gaan van de kracht.”