Stappen doen de tennissers niet meer

Topspelers die deelnemen aan het ABN Amro-toernooi in Rotterdam gaan niet met de taxi naar de baan. Zij worden opgehaald door professionele toernooi-chauffeurs, zoals Dick Smits.

Dick Smits staat zondagochtend 9.00 uur met een bekertje koffie in de lobby van het Manhattan hotel, tegenover Rotterdam CS. Hij moet een speciale gast rondrijden, de Australische tennisheld Pat Cash. Die is voor een reportage over het ABN Amro-toernooi in Nederland, voor het tennisprogramma Open Court van CNN. Cash komt slaperig uit zijn hotelkamer gesjokt en gaat op de achterbank zitten van de wagen van Smits – een witte Mercedes-jeep, model ML 63 AMG.

De voormalig Wimbledon-winnaar is in goede handen bij Dick Smits. De 60-jarige Rotterdammer is de meest ervaren spelerschauffeur van het toernooi. Alle grote namen heeft hij veilig door de havenstad geloodst – van spelers als Ivan Lendl en Jimmy Connors tot de grootheden van nu, Roger Federer en Rafael Nadal. Dit jaar viert Smits een klein jubileum, hij rijdt voor de dertigste keer tennissers van en naar sportpaleis Ahoy.

Het vervoer van de tennissers is professioneel opgezet. Van de donderdag vóór het toernooi tot vandaag – the day after – zijn er chauffeurs van vroeg tot laat in de weer. Het is een vaste ploeg van dertien man die naast tennissers ook coaches, scheidsrechters, sponsors en officials vervoert.

Als de finale tussen de Tsjech Tomas Berdych en de Zwitser Stan Wawrinka net begint (Wawrinka wint in drie sets), staan de chauffeurs buiten voor Ahoy trots te poseren bij hun ronkende auto’s. Er wordt een groepsfoto van de mannen gemaakt. Nee, er zit geen vrouw in het taxiteam, vertelt Smits. Dat is begin jaren tachtig wel geprobeerd, zonder succes. „Vrouwen met toptennissers in de auto werkt niet. Dan worden ze uitgenodigd om een pizza te komen eten, en moeten wij hun dienst overnemen.” Dus is besloten: geen vrouwelijke tennischauffeurs.

Smits voelt de verantwoordelijkheid als hij met de sterren op de achterbank door de stad rijdt. „Ik heb miljonairs in de auto. Ik ga niet racen, ik hou me netjes aan de regels.” En niet alleen voor de spelers, ook om de auto heel te houden. „Ik heb een wagen van 197.000 euro onder mijn kont.” Schade reed hij niet in al die jaren. Hij klopt met zijn knokkels op tafel. „Afkloppen.” En nooit kreeg hij een bekeuring.

Autorijden is niet zijn dagelijkse werk. Smits werkte lang bij het Havenbedrijf Rotterdam, tot hij in 2002 naar het Zweedse Stockholm verhuisde, waar hij een baan heeft in de hulpverlening. Ieder jaar komt hij begin februari speciaal over voor het tennistoernooi. Dan slaapt hij in de flat bij zijn 89-jarige moeder in Barendrecht, op tien minuten rijden van Ahoy.

Geheimhoudingsplicht

Smits mag niet alles vertellen wat hij meemaakt in de auto. Hij heeft getekend voor geheimhouding. Een bijzondere band heeft hij met Federer, die in het verleden regelmatig in Rotterdam speelde. Smits reed hem vaak rond. „Is it you again?”, zei de Zwitser in 2013 toen Smits hem ophaalde op het vliegveld. „Jij ook weer hier?”, reageerde Smits.

Een jaar eerder was hij een week lang de privéchauffeur van Federer, die die editie zijn gezin mee bracht – vrouw Mirka, zijn moeder Lynette, twee dochtertjes en de nanny. Op een gegeven moment kreeg Smits een paniektelefoontje van Federer. „Dick, waar ben je? We weten niet waar we zijn.” Ze stonden op het Binnenwegplein, in het centrum van Rotterdam. „Ik zei: blijf waar je bent, ik ben binnen vijf minuten bij je. Stonden Roger en Mirka daar, met tassen vol boodschappen.”

Hij bracht het gezin op een middag ook naar Diergaarde Blijdorp. Een groot contrast met de ritjes in de jaren tachtig, toen hij soms tennissers bij de discotheek afleverde. Smits: „Vroeger hadden ze nog players party’s waar tot laat in de nacht gedanst en gedronken werd.” Vooral de Baja Beach Club in hartje Rotterdam was populair, vertelt Smits. Maar in de jaren negentig veranderde dat. „Het niveau in de top is zo hard omhoog gegaan dat je niet meer kan dollen. Melk drinken en vroeg naar bed, dat doen ze nu.”

Zijn meest legendarische ritje? Dat was in 1984, de finale tussen Ivan Lendl en Jimmy Connors. Die werd gestaakt na een bommelding. Toen de twee naar buiten kwamen, sprongen ze bij Smits in de auto. Na een tussenstop bij hun hotel, kreeg hij de opdracht koers te zetten richting Schiphol. Op de radio werd nog omgeroepen dat de finale hervat zou worden, maar Smits wist beter. Schiphol naderde, de tennissers wilden de vlucht naar Parijs halen. De partij werd nooit uitgespeeld.

Vanmiddag zit zijn taak voor dit jaar er weer op. Dan brengt hij de Zweedse supervisor Thomas Karlberg als een van de laatsten naar Schiphol. En rijdt hij terug naar Ahoy en geeft de autosleutel aan planner Wilma. Dan belt hij zijn vrouw in Zweden. „Dit was ’ie weer, zeg ik dan.”