Column

Kleine hokjes

Wie ons vrije land in wil, moet in een heel klein hokje passen. Vorige week bezocht ik een lezing waar academici bespraken: hoe bewijst een asielzoeker dat hij homo is? In het geval dat een vluchteling gevaar loopt vanwege zijn geaardheid, is Nederland doorgaans ‘coulant’. Het probleem is dat homoseksualiteit moeilijk te bewijzen is. Veel gevluchte homoseksuelen hebben hun geaardheid jarenlang verzwegen. Een landgrens overgaan zet die stilte-knop niet zomaar om.

Sinds we homoseksualiteit niet meer als ziekte bestempelen, wordt er niet naar symptomen gekeken, maar naar levensstijl. Zo vraagt de IND naar de homoscene in het land van herkomst. Hier spreekt een bijzonder eng begrip van homoseksualiteit uit. Ineens definieert het café dat je bezoekt hoe geloofwaardig je bent.

Ook wordt de asielzoeker naar de aard van zijn contacten gevraagd. Er moet sprake zijn van ‘een diepere emotionele beleving van homoseksualiteit’. Voor de hokjesgerichte IND sluit dat algauw iedere andere vorm van emotionele beleving uit. Zo was er een vluchteling die een tijd voor twaalf euro per dag in een Italiaans restaurant werkte. Via via bood iemand hem een kamer. Toen de IND naar zijn verblijfplaats vroeg, antwoordde hij naar waarheid: ‘Een vriendin.’ De vriendin die zijn redding was, werd een val: kennelijk was het ondenkbaar dat twee mensen zonder seksuele verbinding elkaar kunnen steunen.

Dat wordt wat met die participatiemaatschappij.

Ook was er de vluchteling die te druk was geweest met het beleven van homoseks om een ‘homoseksuele identiteit’ te ontwikkelen. Dat was het oordeel van de IND, niet van de EO.

In sommige gevallen moeten ook hetero’s iets bewijzen. Bijvoorbeeld wanneer je een verblijfsvergunnig wilt verkrijgen als ‘partner van’. Dan moet Nederland zeker weten of het geen schijnhuwelijk betreft en volgt de ultieme test: gaat het hier om ‘echte’ liefde?

Het probleem is dat zo’n oordeel niet aan stereotypen ontsnapt. Een koppel waarin de partners etnisch of cultureel van elkaar verschillen, wordt gewantrouwd (hier toonde de academica die aan het woord was een plaatje van een obese witte vrouw en een donkere man). Leeftijdsverschil zou verdacht zijn. En: hoe vaak zien de partners elkaar, hangen er romantische foto’s in de huiskamer en dragen ze diamanten ringen? Misschien moet de IND ieder huwelijk voortaan langs een Disneysprookjes-meetlat leggen.

De academici waren het eens: juist omdat liefde en seksualiteit zo persoonlijk zijn, is het onmogelijk om daar een eerlijke toetsing voor te creëren.

Management van intimiteit wordt als een techniek voor in- en uitsluiting gebruikt (academische notatie: A.L. Stoler). Vrijheid is: kunnen vergeten dat je in een hokje zit. Om daar te komen moet je er wel eerst in worden opgenomen.