Waar de mannelijkheid ontbreekt, waart de geest van lamlendigheid

Illustratie Dario Castillejos

Zou het zo kunnen zijn dat de verschillen tussen man en vrouw door de bank genomen zo groot zijn dat de samenleving niet beter gaat functioneren als ze gelijke idealen worden voorgehouden, vraagt hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging zich af.

Mannelijkheid – veel hoor je het woord niet meer. Als iemand het al in de mond neemt, dan in de regel schamperend. Het is onmiskenbaar: in de hedendaagse deugdencatalogus is er voor mannelijkheid geen plek meer. Welke vrouw prijst er nu nog een man om zijn mannelijkheid? Waar vindt men nog waardering voor de echte man? Het zijn denkcategorieën die, althans in de noordelijke landen van het Westen, grotendeels uit de geest gewist zijn.

Volgens velen is dat terecht: good riddance dat we er vanaf zijn, vinden ze. Mannelijkheid is iets slechts, oorzaak van geweld en onderdrukking, harteloosheid en gebrek aan inlevingsvermogen. Wat we nodig hebben zijn zachte, gevoelige mannen, vrouwelijke mannen.

Is dat werkelijk waar? Moeten we echt blij zijn van het ideaal van mannelijkheid af te zijn? We zijn geneigd dat voetstoots aan te nemen, maar is het ook zo? Of hebben we iets beduidends verloren, toen we de mannelijkheid bij de schroothoop van de geschiedenis zetten? Zijn we iets voornaams kwijtgeraakt?

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Man zijn betekent wilskracht’ (€)