Humor en tragiek liggen dicht bij elkaar

Niet langer is hij de klunzige AH-filiaalchef. Acteur Harry Piekema werkt aan een nieuwe voorstelling, hij hoopt: voor festival De Parade. ‘Kun je een ander wel echt kennen?’

illustratie enkeling

Harry Piekema zit aan een grote eettafel („Ik zit eigenlijk nooit op die bank”) en luistert naar een wijde variatie aan country- muziek op de achtergrond – ‘streaming’ radiostation Folk Alley staat aan. Harry heeft het druk, hij moet muziek uitkiezen voor zijn nieuwe theatervoorstelling Onbekend. Nu klinkt: Get up van Caitlin Canty.

Waarom country?

„Ik hou erg van Americana. Country en folk liggen vaak ook goed voor mijn stem en belangrijker: ze vertellen een verhaal. Ik laat nu ook een aantal nummers ver- of hertalen, om te kijken of ze in het Nederlands kunnen. Frans van Deursen, zanger en vertaler, die ook Tom Waits prachtig heeft vertaald, kan dat heel goed. Zijn Nederlandse versie van Case of You van Joni Mitchell, Vat van jou, ga ik zeker zingen.”

Je bent de laatste tijd veel geïnterviewd. Welke vraag is je niet gesteld?

„Deze. Over het algemeen stelt men mij vragen over mijn personage, de filiaalmanager van de AH die de laatste tien jaar zo vaak in commercials te zien was. Hoe ik daarmee vergroeid ben, of ik echt zo ben als die man. Dat is een soort standaardvraag, vergelijkbaar met de vragen die altijd weer aan een schrijver worden gesteld: ‘Is wat je schrijft in je boek ook in je eigen leven gebeurd, ben je net als je hoofdpersoon?’ Naar mijn mening is dat toch wel een oppervlakkige vraag.”

Hoe bedoel je?

„Wanneer je als acteur niet je eigen leven gebruikt, hoe ver de situatie in een film of toneelstuk ook van je dagelijkse realiteit afligt, dan komt je creatie niet tot leven. Maar dat spreekt eigenlijk vanzelf, net als schrijvers zich laten inspireren door het echte leven, ook al schrijven ze sciencefiction.

„Acteurs doen alsof, maar maken gebruik van echte, persoonlijke drijfveren en emoties. Als je dat niet doet, krijg je in je lichaam, in je gedrag, in je stem en je gezicht, niet de grillige onbewuste reacties die je nodig hebt om geloofwaardig te zijn. Dus ja, een deel van mijn persoonlijkheid is optimistisch, naïef, enthousiast, wil alleen het goede en is onhandig. Net als Mijnheer van Dalen, een rol die naturel gespeeld moest worden, met een komische timing. Gelukkig heb ik zelf ook nog andere kanten.”

Donkerder?

„Zeker. En dat is maar goed ook. Bad guys zijn het leukst om te spelen.” (Josh Ritter, Me and Jiggs – hm, country kan ook zeiken…)

Welke vraag is je dan wel het meest gesteld?'

„‘Vindt u het niet vreselijk dat u altijd herkend wordt?’ – uiteraard gesteld door mensen die ik niet kende… Altijd lastig om daarop antwoord te geven zonder de ironie te kunnen delen.

„En: ‘Kon je naast je werk in commercials nog wel iets anders doen?’ Dat is de tweede vraag die het meest gesteld werd. Naast die commercials heb ik als regisseur en communicatietrainer gewerkt. En ik kon weer lessen nemen als acteur, masterclasses bij Ivana Chubbuck in Londen, Kopenhagen en Oslo. Haar techniek is een modernere en efficiëntere vorm van ‘method acting’. Je instrument blijven ontwikkelen – dat vind ik erg belangrijk. Voor muzikanten en dansers is dat veel vanzelfsprekender dan voor acteurs in Nederland. In april organiseer ik weer een workshop met Elisabet Sevholt, acteurscoach, in de Chubbuck techniek.

(Lee Ann Womack, The Bees. Echt levenslied dit, wrang en ook heel zoet...)

Wat is de belangrijkste vraag die je kreeg?

„Een decaan op mijn middelbare school heeft mij gevraagd: wat kun jij goed? Dat had nog nooit iemand gevraagd. Een heel goede vraag om aan een zeventienjarige te stellen. Mijn antwoord ‘ik kan grappen maken en ik kan een goed gesprek voeren met mijn vrienden’ werd uitgangspunt om een studie te kiezen. Hij adviseerde me te gaan kijken op de toenmalige Akademie voor Expressie. Daar merkte ik dat ik acteren het leukste vond, en dat ik dat kon, in komische en in serieuze rollen. Dus, mijnheer Bulthuis, nogmaals dank!” (Dolly Parton, Seven Bridges Road. De versie van The Kentucky Linesmen is ook prachtig, drie mannenstemmen.)

„Mijn meester in de zesde klas vroeg ook wat ik wilde worden. ‘Dirigent!’, riep ik. Ik wilde eerst ‘priester’ zeggen, maar ik stotterde en die ‘p’ was niet te doen…, misschien maar goed ook. Nog steeds droom ik ervan ooit een keer als dirigent voor een orkest te staan.”

(Brad Paisley, This is Country music. Prachtige eerste regel van deze song: ‘You’re not supposed to say the word cancer in a song…’)

Wat is de vraag die je nu het meest bezighoudt?

„‘Kun je een ander eigenlijk wel echt kennen, of zijn er alleen maar stuntelige pogingen om elkaar te bereiken?’ Dat is het centrale thema van mijn festivalvoorstelling Onbekend. Het eerste deel van de vraag is, behalve dramatisch interessant, ook filosofisch; het tweede deel is een bron van humor. Hopelijk komt dat mooi bij elkaar. Er valt in ieder geval veel over te zeggen en te zingen.”

(Irene Kelley, You don't run across my mind. Mooie zachte snik in de stem, deze Irene.)

Waarom een festivalvoorstelling?

„Nadat ik zo vaak voor de camera heb gestaan, verlang ik weer naar rechtstreeks contact met het publiek. Daarom is een festivalvoorstelling de ideale vorm. Parade, zeg ja, zeg ja! Wel de confronterendste, maar ook de feestelijkste, als het lukt.”

Wat is een vraag waarop je niet antwoordt?

„Hoewel je je als acteur altijd op een persoonlijk vlak begeeft met je werk vind ik vragen over mijn privé-omgeving moeilijk te beantwoorden. De mensen met wie ik mijn leven deel, hebben dit platform niet en kunnen dus ook geen antwoord of commentaar geven op wat ik over hen zeg. Dat is onprettig, want zo ontstaat een gekleurd of vervormd beeld. Dus als je me daarnaar vraagt, zal ik die vraag altijd vriendelijk ontwijken.”

(Vance Gilbert, Old white men. Prachtig, hartverwarmend…)

Je komt wel veel serieuzer over dan je zou verwachten.

„Dat hoor ik vaker, ook dat hoort bij het beeld dat ontstaat als je een komische rol speelt. Mijn neiging is dan meteen iets grappigs erin te gooien, om het evenwicht te herstellen. Maar ja, zo kun je wel bezig blijven. Story of my life. Als denker hou ik ervan diepe vragen te stellen, als entertainer hou ik van lichtheid. Kwaliteit in humor ontstaat ook pas als daarin tragiek aanwezig is, zo is dat nu eenmaal. Al hoeft dat in het uiteindelijke resultaat niet heel zichtbaar te zijn, het blijft voelbaar op de achtergrond. We draaien ’t niet zo snel om, terwijl dat even waar is: tragiek kan niet zonder humor. Dan wordt het onverteerbaar.”

(Johnny Cash, Hurt. Prachtig nummer. Zo melodramatisch – té, eigenlijk, met al die christelijke thema's en schuld. Maar van hem pik je het. Misschien ook eens proberen, op een countryharp?)