‘Hoe meer je lacht, hoe meer ideeën je meeneemt’

Van der Laan en Woe zijn de nieuwe helden van het cabaret sinds hun hilarische optredens op tv in De Kwis. In het theater spelen ze hun nieuwe show ‘Alles eromheen’.

Niels van der Laan (l.) enJeroen Woe Foto Charlotte van Ouwerkerk

Het begon ermee dat Niels van der Laan en Jeroen Woe aten in een restaurant waar de televisie hinderlijk aan stond. De explosies en lijken van een programma over de 25 meest ernstige auto-ongelukken vergezelden de maaltijd. Het was afschuwelijk, zegt Woe. Ooit had iemand bedacht dat een televisie sfeer zou brengen. Vervolgens had iemand bedacht dat mensen graag naar ongelukken kijken. Met uit eten gaan had het niets meer te maken.

Daar dachten ze over na. Over afleiding. Hoe vaak gebeurt het niet dat iets zodanig wordt veranderd en opgeleukt dat je niet meer ziet wat het was. Andere gevallen vielen op. De unieke singer-songwriter die helemaal niet uniek is, maar in een modieus stramien werd gedwongen, weg van het liedje. De ramp met de MH17, verdrietig en tragisch. Maar de herdenking ontaardde in de vraag of je wel genoeg respect voor de slachtoffers toonde. Het beangstigde Woe. De ijdelheid, die het won van de tragedie.

Het bleek een thema. Alles wat puur en ongerept is, wordt bezoedeld door hysterie en commercie. Daar wilden ze een voorstelling over maken. Uitwassen afpellen. Dingen weer transparant maken.

Die voorstelling is er nu en heet Alles eromheen. Het is het vijfde programma van Van der Laan en Woe: twee mannen van 33 die met hun scherpzinnige satire inmiddels tot de beste cabaretduo’s van het land behoren. Voor hun derde programma wonnen ze de Neerlands Hoop, voor hun vierde, Buutvrij, werden ze genomineerd voor de Poelifinario, voor meest belangwekkende cabaretvoorstelling van het jaar. Sinds ze op tv excelleren met vlijmscherpe muzikale parodieën in de satirische zaterdagavondshow De Kwis is hun publiek verdubbeld.

Al heel lang zijn ze een setje, grapt Woe. Op de Kleinkunstacademie leerden ze elkaar kennen, in 2001. Op school zocht Woe al het grappigste jongetje uit om daar vriendjes mee te worden. Dat was zijn ding. Zo ook de Kleinkunstacademie. Op zijn beurt vond Van der Laan het superinteressant dat Woe al zoveel deed en wist. Ze werden vrienden. Goede vrienden, onafscheidelijke vrienden, een symbiotisch duo.

Woe was van kinds af aan fan van alles wat met cabaret te maken had, en al jong bezig met liedjes schrijven en Freek de Jonge imiteren. Op zijn dertiende schreef Woe een brief aan de hoogbejaarde cabarethistoricus Wim Ibo. Die gaf hem cabaretplaten en nam hem mee naar de Kleinkunstacademie. Daar zag hij de eerste probeersels van mensen als Alex Klaassen en toen wist hij: dit is de plek waar ik naar toe wil.

Van der Laan hield van schrijven. Hij was de jongen die het schooltoneelstuk schreef en de hoofdrol speelde. Die altijd grappig wilde zijn. Voor die combinatie van liefdes was er de Kleinkunstacademie, zei een decaan hem.

Aanvankelijk was Van der Laan de tekstman en Woe de muziekman. Inmiddels loopt dat door elkaar. Elke komma in het programma zetten ze samen. Het begint al jaren van tevoren, met praten over wat ze grappig vinden en wat hen ergert. De aantekeningen die ze maken worden half uitgewerkte scènes of liedjes. Die proberen ze uit op huiskamerfestivals, op Texel en in Amsterdam, waar het publiek bijna op schoot zit. Vervolgens voeren ze ellenlange gesprekken om te zien waar ze iets over kwijt willen en wat ze willen maken.

Het geestige en hecht gecomponeerde Alles eromheen begint met een droog en uitgepuurd a capella gezongen jazzliedje, met Woe plukkend in de leegte aan zijn imaginaire staande bas. Alleen dit, dit, dit, dit, zingen ze ritmisch. Niet dat en niet zus en niet zo. Als ze die woorden zingen, schieten de stemmen alle kanten op, om weer terug te keren naar de ingetogen basis. Alleen dit, dit, dit, dit. Het concept van de voorstelling in een notendop.

Wat volgt zijn sketches met een koffieritueel, een singer-songwriter die van stijl moet veranderen, collega’s die tegen elkaar opbieden over goedkope vakanties, een bruidgom met vers aangeschafte Thaise bruid en een talkshow die ontspoort. Decor wordt het podium opgereden, doeken vallen uit de kap. Muzikaal, verbaal en visueel zijn ze virtuoos.

Op het witte bord in hun atelier in Amsterdam hangen papiertjes met de thema’s van elke scène. Analytische, bijna studieuze makers zijn het. Van elke grap weten ze waarom hij erin zit. Ze weten zelfs dat ze sommige grappen eerder leuk dan belangrijk vinden. Want flauwe grappen zijn niet verboden. Daar lachen ze zelf hard om en hé, het is ook hun feestje. Ook al is het niet te verantwoorden op het witte bord met thema’s. Fuck it.

Aan de zelfbewuste wijze waarop ze vertellen over hun werk, valt niet meer af te zien hoeveel woede er ten grondslag ligt aan sommige scènes. Die was er wel. Om de gekte die ontstaat over niks. Eén verkeerd woord en je wordt dood verklaard. Gal spuwend zitten ze dan in de auto. Van der Laan kan met gebalde vuisten zwaaiend voor de tv staan. Daarna kijken ze of er ook cabaret van te maken valt.

De koffiescène ontstond na hun ergernis over de Nespresso-cultus, die niks meer met koffie te maken heeft. Na lang puzzelen lieten ze de scène beginnen met een eed. De een leest, de ander zegt na. Een eed met religieuze en militaristische dimensies: ik geef me hier en nu; mijn hele zijn stel ik in dienst van u. Puur technisch is dat een truc, zegt Woe, omdat de kijker niet weet waar de eed voor is. Maar het is voor koffie. Zo wordt de absurditeit van een beleving opgepompt. Ergernis wordt een grap.

Woede voelden ze ook nadat Knevel tegen een meisje dat haar broer bij de ramp met de MH17 had verloren zei: hoe denk je dat hij er nu uitziet? Dat werd een rel. Maar dat vonden Knevel en Van den Brink niet erg, denkt Woe. Een rel zegt ook dat je naar Knevel en Van den Brink moet kijken. En daarmee slagen de presentatoren in hun missie het gesprek bij de koffieautomaat te bepalen. Dat cynisme herkennen ze. Elke maandag krijgen ze te horen dat er twee miljoen mensen naar Linda de Mol keken en maar één miljoen naar De Kwis. Dus zij zijn de verliezers van het weekend. Wat?! Woe windt zich weer op. Hoezo is hij opeens een verliezer?

Na het zien van een documentaire van Louis Theroux over de handel in Thaise bruiden besloten ze tot een scène over de vermarkting van de liefde. Hoe haal je het in je hoofd om een vrouw te kopen, zegt Woe. Ontroering is er ook, bij Van der Laan, die als bruidegom een genante speech afsteekt. Om zo’n man die zijn geluk denkt te vinden en om het verdriet van de vrouw die zich schikt. Heel erg, zegt hij. Noem ons ouderwets, zegt Woe, maar ze koesteren het idee van romantische liefde.

Woe blijkt een authentieke Thaise vrouw in zich te hebben, merkte Van der Laan. Dat prikkelt dan wel. Daar gaat hij van schrijven. Woe is dan ook kwart Chinees. Hij heeft een Chinese opa. Die heette Ng. Onuitspreekbaar voor Nederlanders. Ng betekent vijf, net als Wu. Maar omdat het toch Nederlands moest zijn, werd de spelling ‘Woe’. Dat kwart stukje Chinees kan hij aanzetten in zijn gezicht. Met de ogen knijpen, dan heb ik hem wel, zegt Woe.

Als ze verschillen tussen zichzelf moeten aangeven dan is dat hoe ze overkomen op het podium. Woe is moeilijker te doorgronden, denkt hij. Mysterieuzer. Van der Laan heeft een kop en ogen, zegt Woe, waar je meteen vertrouwen in hebt. Dat is een verschil dat ze uitbuiten. Van der Laan weet dat hij de meest verschrikkelijke dingen kan zeggen. Het publiek gaat toch met hem mee. Omdat dat hoofd er nu eenmaal op zit. Als hij hetzelfde zou doen, zegt Woe, dan zou men denken: wat een engerd.

Kenmerkend voor het werk van Van der Laan en Woe is dat de scène met de Thaise geen snoeiharde afrekening wordt met vrouwenhandel, maar een schrijnend en persoonlijk exposé. De toeschouwer moet mee kunnen gaan in de scène, verklaren ze. Moralisme, vertellen wat mensen moeten doen is niet meer van deze tijd. Wat zij proberen is engagement, zoals Freek dat uitventte, in een moderne vorm te gieten. Met een mix van stijlen. Deze scènes moeten gaan over mensen die verkeerde beslissingen nemen. Over mensen die je kent. Hij heeft misschien wel ooms of hij heeft ze niet, zegt Van der Laan voorzichtig, die opeens een Aziatische vriendin hebben.

Dat is het soort cabaret dat ze willen maken. Hoe meer je lacht, hoe meer ideeën je mee naar huis neemt, denkt Van der Laan. Dat een bezoeker van de voorstelling zich in zijn opvattingen niet alleen voelt staan, lijkt hem troostend. Dat zou mooi zijn.