Er staat een paard in de steeg

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

foto Ilona Verhoeven

Twee paarden staan, heel stil, dicht bij elkaar in een steegje. De één verschuilt zich achter de ander, die overdwars de hele boel verspert. Terwijl het huis links een aai van een staart krijgt, kietelen oorpuntjes het pand aan de overkant. Je wilt erlangs. Maar wat nu? Vriendelijk vragen of het paard even opzij gaat?

Geen optie, gezien z’n onverzettelijke houding. Trouwens, de tijd van pratende paarden ligt ver achter ons. Er zijn mensen die heel goed kunnen hinniken. Maar mocht je al over deze uitzonderlijke gave beschikken, je zult zien dat het nu net bij dit paard helemaal niks uitmaakt.

Even het paard optillen? Op zichzelf is dat een avontuurlijk idee, ware het niet dat zoiets alleen lukt als je net zo sterk bent als Pippi Langkous. Of Pippi zelf bent, natuurlijk.

Die paarden dóen het erom, ja, die wíllen het liefst lekker in de weg staan. Ze vinden het gewoon fijn mensen dwars te zitten! Bij gebrek aan prairies, met koeien en schapen, fungeren ze in de stad als hoeders van mensenkuddes. Bij trammelant zetten ze zich schrap, zoals ze bij slecht weer met hun kont in de richting van de regen gaan staan. Schreeuwende voetbalsupporters en dronken toeristen zijn niet meer dan steekvliegen; een paar tikken met het achterbeen en de meute blijft op afstand.

Dus wat te doen? Een aanloop nemen en, hoppetee, even onder de buik doorsprinten? O nee, een hoef voor je kop kun je krijgen! Intussen kijkt het alziende paardenoog scherp tussen de manen door. Laat dat suikerklontje ook maar zitten. Zelfs Clint Eastwood komt hier niet langs.