Column

Einde van de man? Mwah

Het einde van de man wordt al jaren betoogd, met dezelfde argumenten. Holle frases voor debatcentra, want de baard is nog immer populair, zegt Floor Rusman.

Dingen doodverklaren is een geliefde bezigheid van publicisten. De afgelopen paar jaar voorspelden kranten onder meer het einde van de geesteswetenschappen, de ironie, de middenstand, Wikipedia, België, de popmuziek, de euro en de sociaal-democratie.

Hoog op het lijstje van dingen die verdwijnen staat de man, althans als we afgaan op de media. De Groene Amsterdammer wijdde vorig jaar een artikelenreeks aan het einde van de man, en afgelopen weekend had NRC Handelsblad een opiniespecial met dezelfde profetie. Titel: ‘Wordt de man een mislukte vrouw?’

Deze vraag is niet nieuw. Al decennia wordt in de westerse wereld gespeculeerd over het einde van de man, met telkens dezelfde argumenten. Er is het economische argument: vrouwen zijn steeds hoger opgeleid en steeds vaker financieel onafhankelijk. En daarnaast het culturele: in onze samenleving zijn vrouwelijke eigenschappen – empathie, communicatieve vaardigheden – steeds belangrijker, terwijl de unique selling points van mannen – (fysieke) kracht, roekeloosheid, dominant gedrag – overbodig of ongewenst zijn.

Dit is een leuk verhaal voor in de krant, maar ik zie het einde van de man nergens in de echte wereld. Een simpele illustratie bieden twee foto’s uit januari: die van de net aangestelde commissie Nationale Wetenschapsagenda (negen mannen, één vrouw) en die van de regeringsleiders in Parijs (tientallen mannen, enkele vrouwen).

Dat vrouwen vaak succesvoller zijn in hun school en studie zegt niets over waar zij terechtkomen: in Nederland werken de meeste vrouwen nog steeds parttime en in slechter betaalde functies dan mannen. Op de werkvloer zijn ‘mannelijke’ eigenschappen als assertiviteit en zelfverzekerdheid nog steeds nodig om aanzien en een hoger salaris te krijgen.

De artikelen uit de NRC-bijlage konden me niet overtuigen van het tegendeel. CBS-demograaf Jan Latten schreef dat mannen terrein verliezen op vrouwen, want ‘in één op de vijf stellen is de vrouw inmiddels de hoofdkostwinner’. Oké, dus in vier op de vijf stellen verdient de man evenveel als of meer dan de vrouw. Einde van de man? Mwah.

Chef opinie Maarten Huygen gaf als argument voor de mannelijke underdog-positie dat vrouwen grappen mogen maken over mannen, en mannen alleen over de eigen soort. Dit lijkt me juist een bewijs van het tegendeel: wij vinden grappen over mensen in machtsposities gepast, en die over ‘minderheden’ niet.

Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging stelde dat ‘in de hedendaagse deugdencatalogus voor mannelijkheid geen plek meer is’. Waar baseert hij dit op? Bij mijn weten staan daadkracht en lef nog steeds hoog aangeschreven, net als baardgroei en een lage stem. Vraag maar eens aan een vrouw hoe sexy ze mannen met een piepstem of een huilerige aard vindt.

‘Het einde van de man’ is net zoiets als het einde van de ironie: een ‘prikkelende’ stelling voor in debatcentra. Maar de werkelijkheid trekt zich van zulke debatten niets aan. Floor Rusman