‘Dit zijn fijne broedkamers voor musea’

De directeur van het Allard Pierson Museum, Wim Hupperetz, legt uit waarom hij graag gastheer is van het DWDD pop-upmuseum. En hij vertelt over zijn plannen met zijn archeologiemuseum.

Zaal met reconstructie van de façade van het Karyatidenportaal op de Akropolis in Athene, directeurWim Hupperetz van het Allard Pierson Museum,Ka-beeld van hout uit het Oude Rijk Foto Olivier Middendorp

Een spannende confrontatie tussen de snelle wereld van televisie en de bedachtzaamheid van musea. Zo betitelt directeur Wim Hupperetz van het Allard Pierson Museum, de gastheer van het DWDD pop-upmuseum, de samenwerking. Vier weken nadat hij was benaderd door het televisieprogramma „dat op zoek was naar een niet al te gelikte locatie”, volgde op 21 november al de aankondiging van de komst van het tijdelijk museum in de uitzending.

Dat is een korte tijd voor een museum, zeker omdat in die periode musea op de Krim juridische acties tegen het Allard Pierson aankondigden voor teruggave van hun Skythengoud, na een expositie. „Wij nemen een risico, wat DWDD voor ogen heeft is nog nooit eerder gedaan”, vertelt Hupperetz. „Samen met hen hebben we fondsen aangeschreven. Gelukkig zegde een aantal fondsen verrassend snel toe.” Op het affiche prijkt nu een partnerlijstje met het Mondriaan Fonds, het VSB Fonds en het Amsterdams Universiteitsfonds.

Ook binnen zijn staf moest hij mensen overtuigen „die meer de risico’s zagen dan de mogelijkheden. We moesten een verbouwing versnellen en dat regel je niet zomaar. En onze openingstijden zijn ruimer, waardoor we extra personeel moeten inzetten.”

Al tijdens de eerste bijeenkomst stelde DWDD dat het een must was om een aankondiging op de gevel te plaatsen. „Anders wilden ze niet verder praten”, vertelt Hupperetz. „Dat idee sloot aan bij een behoefte die wij al langer hebben: de zichtbaarheid van het museum vergroten, want het staat nu vrij anoniem aan het eind van de Amstel in het centrum van Amsterdam. Maar aankondigingen op de gevel mogen niet vanwege de monumentale status. Letters voor de ramen mogen wel.” Nog diezelfde avond shopte Hupperetz zelf de letters in een foto van de gevel om zijn eigen medewerkers te overtuigen.

Natuurlijk is het een mooi project voor zijn museum om meer mensen dan normaal (ongeveer 60.000 per jaar) over de vloer te krijgen en met zijn museum kennis te laten maken. Maar Hupperetz ziet het ook als een experiment in samenwerking tussen musea. Juist dat wat minister Bussemaker (Cultuur) van musea verlangt.

„Tien Nederlandse musea zijn nu vier maanden bij ons te gast”, zegt hij. De wil om iets samen te doen is groter dan ooit, merkt hij. „De arrogantie die er ooit was bij musea, is voorbij. Men staat meer open voor ideeën van anderen, men is meer op zoek naar andere manieren om alles wat in depot ligt te gebruiken.” En in een project als dit is er tegelijkertijd competitie: „Men jut elkaar ook op, alle musea willen de mooiste showroom hier.”

Hupperetz wil dat zijn museum, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, een proeftuin is voor nieuwe ideeën. „Het gaat ons niet alleen om bezoekers, maar als onderdeel van de universiteit is onderzoek heel belangrijk.” Ook daarin past het DWDD pop-upmuseum. „Dit zijn broedkamers voor nieuwe concepten.”

Sinds zijn aantreden als directeur in 2009 heeft Hupperetz een beleid van vernieuwingen ingezet. Vorig jaar presenteerde het museum een nieuwe opstelling van de Romeinen met veel multimediale middelen. „De opstelling stamde nog uit 1976. We zijn andere verhalen gaan vertellen. We laten de regionale diversiteit van het Romeinse Rijk zien aan de hand van vondsten uit Egypte, het Middellandse Zeegebied en Nederland. Dat laat mooi zien dat er grote verschillen waren tussen diverse delen van het Romeinse Rijk.” Zo worden ook de andere afdelingen de komende jaren veranderd.

Voor het gebruik van nieuwe technologieën experimenteert het Allard Pierson samen met de vakgroep Mediastudies binnen de UvA. „We gaan niet voor de wowfactor: dat mensen zich verbazen over de nieuwe snufjes. Daar gaat vaak te veel geld naar toe. Wij zoeken de aha-factor, meer gericht op de inhoud. Promovendi doen onderzoek naar de effecten.”

Behalve op samenwerking binnen Nederland zet Hupperetz ook op internationale samenwerking in. Voor de komende vier jaar heeft hij een samenwerkingsverband gesloten met het Ashmolean in Oxford en musea in Kopenhagen, Bonn en Brussel. Dit najaar is hun eerste gezamenlijke tentoonstelling Sicilië en de zee in het Allard Pierson Museum.