De verzetsheld van de Biesbosch is overleden

Piet van den Hoek

Verzetsheld (1921-2015)

Hij roeide tussen bevrijd en bezet Nederland en kreeg de Militaire Willems-Orde.

Er is een foto van Piet van den Hoek in zijn kano. Hij voor, zijn kameraad Ad de Keizer achter. Het ziet er ontspannen uit, een vaartochtje in de Biesbosch. Maar zie je de militaire kleding die ze dragen, het wapen in handen van De Keizer, dan realiseer je je dat het menens is.

Piet van den Hoek, donderdag op 93-jarige leeftijd overleden, was een van Nederlands hoogst onderscheiden verzetslieden uit de Tweede Wereldoorlog, de laatste nog levende drager van de Militaire Willems-Orde uit die tijd. In het laatste oorlogsjaar – het zuiden van Nederland was al in handen van de geallieerden – bracht hij medicijnen, inlichtingen en mensen over van bezet naar bevrijd gebied. Dwars door de Biesbosch.

Cornelis Pieter van den Hoek groeide op in Werkendam, waar de Merwede de Biesbosch instroomt. Hij was schilder van beroep en werd najaar 1942, zoals zoveel jongemannen, tewerkgesteld voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Rond Keulen moest hij puin en slachtoffers van de geallieerde bombardementen ruimen. Hij vertelde in een interview in het AD in 2001 hoeveel indruk het op hem maakte. „Een schuilkelder vol dode mensen. Opa’s met hun kleinkind nog op schoot.”

Hij wist tijdens een verlof weg te komen en dook onder in de Biesbosch. De Biesbosch was destijds niet het lieflijke krekenlabyrint achter de Haringvlietdam, waar toeristen van nu roeibootjes kunnen huren. Het was een ruig gebied, geregeerd door eb en vloed.

Hier ontstond een koeriersdienst tussen het vanaf 8 november 1944 geheel bevrijde zuiden en het door de Duitsers bezette gebied boven de rivieren. De ‘crossers’ roeiden in opdracht van het Bureau Inlichtingen (BI) van de Nederlandse regering op en neer tussen Werkendam en Drimmelen, tussen Sliedrecht en Lage Zwaluwe. BI gaf de crossers opdracht militaire informatie te smokkelen. Maar de groep van zo’n twintig man roeide ook neergestorte geallieerde piloten over.

In januari 1945 werd Van den Hoek door de Duitsers betrapt en opgepakt, maar hij wist te ontsnappen en overleefde de oorlog. Zijn (bijna) vaste kano-maat Aike van Driel werd vlak voor de bevrijding opgepakt en geëxecuteerd.

Na de oorlog zette Van den Hoek een schildersbedrijf op. Hij trouwde en kreeg tien kinderen, maar de herinneringen aan de oorlog haalden hem in: in de jaren 70 raakte hij overspannen en moest hij zijn werk neerleggen.

Rinus Rasenberg uit Drimmelen besloot drieënhalf jaar geleden dat de crossers een film verdienden. Hij slaagde erin Van den Hoek in het comité van aanbeveling te krijgen. „Dat viel niet mee. Dat er een liefdesgeschiedenis in verwerkt was, beviel hem niet. En dat er een goede Duitser in voorkwam al helemáál niet. Die had je toen niet, zei hij.” Rasenberg omschrijft Van den Hoek als „christelijk, rechtschapen en beschaafd. Ik heb veel verzetslieden geïnterviewd en dat was allemaal ‘de moffen’ voor en ‘de moffen’ na. Hij nam het woord ‘mof’ niet in de mond.”

Biesbosch onder vuur gaat op 2 mei in première.