De valkuilen van het klimaatakkoord

Klimaatonderhandelaars zijn het eens over een concepttekst voor een klimaatakkoord. Is hun opluchting terecht?

Stofwolken boven de vulkaan Sinabung in Indonesië. Vulkaanuitbarstingen beïnvloeden tijdelijk de temperatuur op aarde. Wetenschappers zoeken technologisch vergelijkbare manieren om de temperatuur langdurig omlaag te brengen. Foto Sutanta Aditya/AFP

De National Academy of Sciences (NAS) in de Verenigde Staten adviseerde vorige week in twee uitgebreide studies dat meer onderzoek nodig is naar technologische mogelijkheden om de opwarming van de aarde tegen te gaan. De NAS is geen voorstander van geknutsel aan de atmosfeer en ziet eigenlijk alleen ‘een drastische reductie van broeikasgassen’ als een oplossing om klimaatverandering te voorkomen. Maar voor de zekerheid is het toch verstandig meer onderzoek te doen.

Tegelijkertijd concludeerden Amerikaanse onderzoekers dat het zuidwesten en midden van de VS deze eeuw weleens te maken kunnen krijgen met megadroogtes die een paar decennia duren. Daarbij valt de droogte die delen van Californië nu al een paar jaar teistert in het niet. Volgens ecoloog Jonathan Overpeck van de universiteit van Arizona laat het onderzoek goed zien wat er kan gebeuren als beleidmakers klimaatverandering niet serieus nemen.

Dit weekeinde was in Genève de opluchting dan ook groot dat onderhandelaars het – zelfs ruim voor het verstrijken van de deadline – eens zijn geworden over een concepttekst voor een klimaatakkoord, waarover in december in Parijs overeenstemming moet worden bereikt. Ook al sprak de een na afloop van „een veelbelovende start” en de ander van „een gemiste kans”. De chef van het VN-klimaatbureau Christiana Figueres zei na afloop dat de onderhandelingen wel „een beetje moeilijker zijn geworden”. Wat zijn de valkuilen de komende maanden?

1 Gebrek aan resultaat

Op basis van de bestaande kennis heeft het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) een inschatting gemaakt van de hoeveelheid broeikasgassen die de atmosfeer nog kan verdragen om een redelijke kans te maken dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet te veel stijgt. Nu al staat bijna vast dat het resultaat in Parijs daarvoor onvoldoende zal zijn. Pragmatici nemen genoegen met een bescheiden resultaat, uit vrees dat er anders helemaal niets uitkomt. Liever een akkoord dat later wordt aangescherpt dan een fiasco zoals in 2009 op de klimaattop in Kopenhagen.

2 Gebrek aan urgentie

Fossiele brandstoffen, vooral steenkool, zijn de belangrijkste boosdoeners voor klimaatverandering. Over de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen zijn alle partijen het wel eens. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) staat vast dat een deel van de nu bekende voorraden aan fossiele brandstoffen ongebruikt moet blijven. Toch gaan energiemaatschappijen gewoon door met hun zoektocht naar nieuwe olie- en gasbronnen. Deskundigen waarschuwen grote investeerders en institutionele beleggers voor een ‘koolstofzeepbel’, grote verliezen op investeringen in de energiesector.

3 Gebrek aan vertrouwen

Het gemak waarmee de partijen het in Genève eens werden over de concepttekst voor een klimaatakkoord verhult de grote onenigheid. Ontwikkelingslanden vrezen dat rijke landen onvoldoende geld vrijmaken voor hun klimaatbeleid. Rijke landen zijn bang dat hun economie schade lijdt als armere landen het niet zo nauw nemen met het klimaatbeleid. Kleine eilandstaten willen dat er meer wordt gedaan om het risico van zeespiegelstijging te verminderen. Sommige landen willen een juridisch bindende tekst, andere achten een vrijblijvend akkoord het hoogst haalbare.

4 Gebrek aan tijd

Het succes van de klimaatonderhandelingen in Genève is vooral te danken aan het feit dat er niet echt is onderhandeld. Er zijn heel veel voorstellen ingediend om de concepttekst te ‘verbeteren’. Die hebben allemaal ergens een plek gekregen, waardoor het geheel in één week is gegroeid van 38 naar 86 pagina’s. De komende maanden moet het meeste weer worden geschrapt om in Parijs te komen tot een handzame ‘gereedschapskist’ voor klimaatbeleid na 2020.