De buurvrouw wist niet hoe ze de lesbiennes moest noemen

Demonstranten in 1977 steunen een Britse parlementariër die onder vuur kwam te liggen na haar coming-out. Hulton-Deutsch Collection/Corbis

Officieel mag je het niet meer zeggen, maar in het taalgebruik van alledag hoor je het nog vaak: faggot, nancy, pansy, poof of queen. Op de pagina’s met necrologieën van de kwaliteitskranten heeft de goede verstaander aan een half woord genoeg: aan het eind de verhulde omschrijving: „He never married.” Of gedurfder: „Hij laat een langdurige huisgenoot achter.”

Toen ik eind jaren tachtig als NRC-correspondent naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde, begreep ik er eerst niets van. In onze cottage in Kent waren intrigerende sporen achtergebleven van het legendarische hoofd van de eerste BBC-kindertelevisieprogramma’s en haar vriendin, de zachtaardige ontwerpster van Andy Pandy and The Flowerpot Men. Lesbische vriendinnen, zoveel was helder.

Onze buurvrouw kon het begrip niet over de lippen krijgen. Ze refereerde zo aan het stel: „Hoe zal ik het zeggen? Feministes die hun tijd vooruit waren.” De tuinman was minder omzichtig, al moest ik over zijn cricketmetafoor ook enige tijd nadenken: „They were batting for the other side.”

Wél op tv en in boeken

Op radio en tv wemelde het van populaire series met acteurs (denk aan Mr. Humphries in Are You Being Served?) die dubbelzinnigheden over hun geaardheid spuiden. De Engelse literatuur – fictie en non-fictie – refereert eindeloos aan jongensliefde op kostscholen en universiteiten, die zich echter raadselachtig diende op te lossen ná die tijd. En dan waren er regelmatig nieuwsberichten over een rechter die moest aftreden als hij homoseksueel bleek en „dus” chantabel was.

Ik maakte daarom destijds een afspraak met de enige onder de 650 Lagerhuisleden die er openlijk voor durfde uit te komen dat hij gay was. Arme Labour-MP Chris Smith. Nooit zag ik iemand zo snel een einde aan een gesprek maken. Toen hij doorkreeg wat het onderwerp was, sloeg hij op de vlucht. Tot mijn naïeve verbijstering.

Een politieman als lokaas

Er was ook ophef over sectie 28 van de gemeentewet, ingevoerd speciaal om te voorkomen dat in het onderwijs propaganda zou worden gemaakt voor de homoseksuele levenswijze. In loony left- deelgemeente Hackney was een schoolboekje getroffen: Jack heeft twee vaders.

Voor de hogere klassen was het gemakkelijker min of meer rustig volgens hun homoseksuele geaardheid te leven, maar wie reisjes naar het buitenland niet kon betalen of niet kon schuilen in een afgelegen country house, worstelde zich door het bestaan in besloten clubs, in parken ’s nachts of door – loitering with intent – rond te hangen bij urinoirs. En daar wachtte niet zelden een politieman als lokaas, die kien was om een arrestant voor buggery of sodomy mee naar het bureau te nemen.

De couturier Sir Hardy Amies vertrouwde me toe dat hij homoseksualiteit had afgezworen „nu elke kapper in welke willekeurige provincieplaats ook zo nodig uit de kast moet komen”. Nog begin jaren negentig ontstond er enorme ophef omdat de recent uit de kast gekomen acteur Ian McKellen toch een uitnodiging kreeg voor een bijeenkomst in Downing Street 10. Amies achtte zich in zijn positie van koninklijk couturier toen al min of meer onaantastbaar en flapte er van alles uit. Dat de echtgenotes van prins Charles en prins Andrew „niet weten hoe ze met een huis als het onze moeten omgaan” bijvoorbeeld, maar ook dat zijn eigen „longtime companion”, Ken, zijn vertier al lang buiten de deur zocht, met Amies’ volledige instemming. Een kleine compensatie omdat Sir Hardy hem wel eens mee kon nemen naar een dinertje in besloten kring, maar natuurlijk nooit naar het paleis.