Bij ziekte: kijk vooral ook naar wat je wél kunt

De gezondheidszorg benadert mensen te veel als zieken, als patiënten. Sabina van der Veen werkt mee aan een andere visie op de zorgsector. ‘Vraag eens: wat vindt u fijn, met wie deelt u uw plezier, uw problemen?’

Illustratie Roel Venderbosch

Al maandenlang zijn kranten en bladen, zenders en sites er vol van: de zorg is veranderd. Sinds 1 januari gelden nieuwe wetten en regels voor de jeugdzorg, de ouderenzorg en maatschappelijk werk. Dit gaat gepaard met nogal wat verwarring. Er is vrij veel aandacht voor mensen die opeens niet meer de hulp kunnen krijgen die ze eerder wel kregen.

Voor deze mensen is dat natuurlijk een probleem. Maar het is nogal kort door de bocht om de veranderingen alleen maar als een bezuiniging te zien. De zorg moet niet alleen veranderen omdat die anders onbetaalbaar wordt, maar óók omdat al die zorg niet automatisch leidt tot gezondere en daarmee gelukkiger mensen.

De zorgsector is een bedrijfstak waarin meer dan 10 procent van ons nationaal inkomen omgaat. Ziekte en zwakte staan hierbij centraal. Alles is gericht op problemen opsporen en oplossen: bloedonderzoek, scans maken, medicijnen voorschrijven, kuur hier, therapie daar.

Die zorg is hard nodig – bij evidente ziektes en om de oorzaak van onbegrepen klachten op te sporen. Gelukkig leven we in een land met goede zorg.

Zorgmiljarden

Maar stel nu eens dat we 10 procent van die tientallen zorgmiljarden nu eens niet voor ziekte en zorg, maar voor gezondheid en gedrag zouden inzetten? In een formule samengevat: ‘van ZZ naar GG’.

Ik werk voor een bedrijf dat op die manier kijkt naar gezondheid en zorg. Ik ben ervan overtuigd dat honderdduizenden patiënten en cliënten daarbij meer baat zullen hebben. Het gaat erom dat zowel patiënten als zorgverleners op een andere manier leren kijken naar ziekte en zorg. Niet langer richten zij zich vooral op klachten en beperkingen. Zij kijken naar het algehele functioneren van patiënten en dus ook naar de mogelijkheden, wensen en ambities die mensen zelf hebben.

De oude definitie van gezondheid, van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), voldoet niet meer: ‘Gezondheid is de afwezigheid van ziekte.’ Een nieuwe definitie (van arts/onderzoeker Machteld Huber) luidt: ‘Gezondheid is het vermogen zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en daarbij zelf de regie te voeren.’ Anders gezegd: het gaat erom hoe je je gezondheid zelf ervaart.

Deze visie leidt tot een omwenteling in de praktijk. Naast de reguliere medische behandelingen (ZZ) ontstaan nu ‘GG-gesprekken’ – over hoe patiënten aankijken tegen hun persoonlijke situatie en waar ze mogelijkheden zien hun gedrag en omstandigheden aan te passen aan hun (gezondheids-)situatie.

Een ZZ-hulpverlener vraagt als regel: wat is uw probleem, dan zal ik kijken of en hoe ik dat kan oplossen. Een GG-hulpverlener vraagt: hoe zit uw leven in elkaar, wat doet u zoal op een dag, wat vindt u fijn, wat vindt u moeilijk, met wie deelt u uw leven, uw plezier en uw problemen?

Zelfinzicht

Sla je eenmaal die weg in, dan ontstaan heel andere gesprekken dan alleen over ‘drie maal daags 1 tablet’, of ‘belt u volgende week maar even naar mijn assistente voor de uitslag’. Dan kan er bij patiënten iets groeien van zelfinzicht en eigen regie.

Goed functionerende ‘GG-ondersteuning’ begint bij hulpverleners die kunnen luisteren. Zij begeleiden mensen die zelf hun mogelijk-heden en wensen onderzoeken. Wie uit eigen wil kan handelen, zoekt eerder naar kracht dan naar zwakte. Wie, ondanks de beperking van ziekte, het gevoel behoudt zelf de regie over z’n leven te kunnen voeren, is eerder in staat overeind te blijven dan iemand die zich passief allerlei laat voorschrijven door een zorgverlener.

Vrijwel niemand kan een heel leven leiden zonder ziekte, zonder zorg(en). Die last wordt lichter en valt beter te dragen wanneer we hiermee op een andere manier leren omgaan – met een andere visie op gezondheid en ander gedrag om bij ziekte overeind blijven.