Bij de Blokker bestel je straks ook een zwabber op de tablet

de webwinkel-ambities van V&D en Blokker De cijfers zijn slecht, de plannen zijn groot. Maar de twee winkelketens komen er wel veel later mee dan bol.com.

Bijna was V&D failliet. De afgelopen weken moest het bedrijf vechten voor zijn voortbestaan. Voorlopig lijkt de warenhuisketen gered, maar de directie moet nu wel met een plan komen dat V&D weer levensvatbaar maakt. Ook Blokker moet dat doen. Bij de huishoudwarenwinkel verdwijnen 440 van de 7.200 banen.

V&D stamt uit 1887, Blokker uit 1896. Beide ketens moeten zich aanpassen aan de veranderende consument en richten daarbij hun hoop op internet. Ze willen teruglopende omzetten in de winkels deels compenseren met verkoop online.

1 Kunnen V&D en Blokker opboksen tegen de gevestigde webwinkels?

Het enthousiasme van traditionele winkelbedrijven voor het internetpotentieel is verklaarbaar. De onlinebestedingen zijn in het afgelopen decennium gigantisch toegenomen. De definitieve cijfers van 2014 zijn er nog niet, maar brancheorganisatie Thuiswinkel.org schat dat Nederlanders vorig jaar voor 13,5 miljard euro online hebben gekocht. Tien jaar eerder, in 2004, was dat 1,7 miljard euro.

Bol.com, de grootste webwinkel van Nederland, bestaat vijftien jaar en is inmiddels goed voor een omzet van 680 miljoen euro per jaar. In 2013 zetten de 63 winkels van V&D én de webshop gezamenlijk 619 miljoen euro om. Hoeveel de V&D-webshop (die bestaat sinds 2008) oplevert, is niet bekend. Blokker Holding draaide in totaal 2,5 miljard euro omzet, maar maakt geen uitsplitsing van de resultaten van zijn dochterbedrijven (waaronder Xenos, Big Bazar, Intertoys, Bart Smit, Marskramer en Leen Bakker). Alle webwinkels van de Blokker Holding samen waren in 2013 goed voor 79 miljoen euro.

2 En hoe zien hun online-plannen er dan uit?

De winkelketens hebben grote plannen. Blokker Holding wil in 2017 jaarlijks 300 miljoen euro online verdienen. Alleen al in Blokker investeert de holding dit jaar 25 miljoen euro extra. Dat geld is bedoeld voor ICT-systemen en het optuigen van verkoop- en servicesystemen, maar ook voor het opknappen van de winkels.

V&D stort zich evengoed op e-commerce. De „onlinewereld” heeft vorig jaar een „nieuwe look en feel” gekregen en, zo werd toen gezegd: er worden „de komende jaren nieuwe functionaliteiten toegevoegd om de on- en offline wereld nauwer met elkaar te verbinden”.

In de plannen van V&D en Blokker gaat het steevast over ‘omnichannel’. In feite betekent het dat de winkel en de webshop volledig met elkaar vervlochten zijn, waardoor er toegevoegde waarde ontstaat voor de klant. Hij kan bijvoorbeeld zijn onlinebestelling in de winkel ophalen. Of hij kan in de winkel bij een medewerker een product (dat niet op voorraad is of te groot om direct mee te nemen) met een tablet bestellen en laten thuisbezorgen. Een woordvoerder van Blokker spreekt over „oneindige schappen”. „Je hoeft nooit meer ‘nee’ te verkopen.

3 En wat zijn de risico’s?

V&D en Blokker zijn rijkelijk laat met hun internetambities. Dat betekent dat ze iets moeten doen wat beduidend beter is dan wat al bestaat. Anders is er voor klanten geen reden om over te stappen. Dat vrijwel iedere Nederlander een Blokker-winkel in de buurt heeft, is in de fysieke wereld vermoedelijk in het voordeel van de huishoudwinkel. Maar dat wil niet automatisch zeggen dat klanten Blokker online zullen bezoeken.

Dan bestaat er ook nog het risico dat Blokker zichzelf kannibaliseert. Vermoedelijk trekt het bedrijf met zijn webwinkel vooral bestaande klanten. Daardoor zal online de omzet groeien, maar de fysieke winkels zetten minder om. En dat heeft financieel weer grote gevolgen, aangezien Blokker minder verdient aan een via internet verkocht product dan aan een product dat in de winkel wordt verkocht.

Eerder vertelde Daniel Ropers, oprichter en baas van bol.com, hoe groot de uitdaging is voor een ondernemer die een webwinkel wil beginnen. De vaste lasten voor de winkels (huur voor het pand, personeel, distributie) blijven hetzelfde, legde hij uit, maar de investeringen die nodig zijn om een webwinkel te ontwikkelen komen daar bovenop.

„Stel dat een winkelier normaal gesproken van iedere in de winkel verdiende euro vijftig cent overhoudt”, zei Ropers. „Online halveert zijn marge. Dus dan houdt hij maar 25 cent over aan iedere via de webwinkel verdiende euro. Kortom, om financieel gezond te blijven, zal hij heel veel extra euro’s moeten verdienen.” Ropers’ analyse lijkt van toepassing op de onlinestrategie van V&D en Blokker.