Bang zijn, dat laat ik niet gebeuren

Voor velen is het een schok. „Denemarken moet blijven wat het is.”

De hele dag was ze niet buiten geweest, zegt Andrea Pellegrini (39). Pas om zes uur ’s avonds durfde ze de twee straten te lopen van haar huis naar de synagoge, waar zaterdagnacht een man werd doodgeschoten. Ze moest erheen, zegt ze. Het trottoir voor de synagoge ligt vol bloemen. Overal staan kaarsen. Tussen de tralies van het hek wappert een Israëlische vlag.

Pellegrini kijkt naar haar zoon, die tussen alle bloemen een waxinelichtje aansteekt - het vlammetje flakkert in de koude oostenwind. Het is druk bij de synagoge, er staan een paar honderd mensen, en toch is het er stil. Een respectvolle stilte, als op een begrafenis.

Van haar zoon hoorde Pellegrini zaterdagnacht van de aanslag bij de synagoge. Hij logeerde bij zijn vader, en zag toen opeens zijn eigen buurt op internet voorbij komen. Hij belde, doodsbang, vertelt ze. „Hij zei me dat ik niet de deur uit mocht.” Het is een gek gevoel, zegt Pellegrini, om opgesloten te zitten in je eigen huis. De hele nacht lag ze wakker van de helikopters die boven de stad bleven cirkelen, op zoek naar de schutter die toen nog op de vlucht was.

Voor veel inwoners van Kopenhagen is de aanslag een schok. Dat dit híér kan gebeuren. Toch is niet iedereen verrast. Sommige inwoners van Kopenhagen zeggen dat ze bijna op zo’n aanslag zaten te wachten. Want het was een Deense krant die de omstreden spotprenten van Mohammed plaatste, en Denemarken vocht mee in de ‘war on terror’, somt Pellegrini op. „Ik heb het met vrienden vaak genoeg besproken. We dachten: ooit gaat het gebeuren.”

Julie Mejlbjerg (26) zegt dat ook: veel Denen zagen het aankomen. Ze is net naar de synagoge gelopen. In haar eentje. Met opzet. „Ik wilde laten zien dat je nog steeds alleen kunt rondlopen in Kopenhagen.” Haar vrienden doen hetzelfde deze avond. Alleen de eerste paar minuten voelde ze zich onveilig, zegt ze. Ze heeft ondertussen veel geglimlacht, zegt ze, naar wildvreemden op straat. „Niet omdat ik vrolijk ben natuurlijk, maar omdat ik denk dat we elkaar moeten steunen tijdens zo’n gebeurtenis.” Sinds de aanslagen in Parijs maakt ze zich zorgen over de vooroordelen die veel mensen hebben over moslims. „Alleen om wat een iemand doet.” Die discussie zal nu nog veel feller gevoerd worden denkt ze.

Schuilen in de kelder

Verderop staat Inge (73) met haar man en een vriendin Jeanette (67) – ze willen allebei niet met hun achternaam in de krant, die is te herkenbaar. Ze zijn allemaal zichtbaar aangeslagen. Het komt extra hard aan, na de aanslag in Parijs van vorige maand. Ze kennen de synagoge goed. Ze maken allebei deel uit van de kleine joodse gemeenschap, zo’n 5.000 mensen, in Denemarken. De dochter van Jeanettes nichtje was zaterdag aanwezig, tijdens de schietpartij, vertelt Jeanette. „Ze moesten met zijn allen naar de kelder, om te schuilen.” En Inge komt al in deze synagoge sinds ze een klein meisje is. „Het kleine vredige Denemarken is haar onschuld kwijtgeraakt door deze aanslag”, vindt ze. Maar er is er één ding dat ze niet wil: bang zijn. „Dat laat ik niet gebeuren. Ik heb mijn leven hier, dat zal niet veranderen.”

Dat zegt bijna iedereen die stil komt staan bij de gebeurtenissen. Denemarken moet blijven wat het is, hier moet iedereen kunnen zeggen wat hij zelf wil. Zo zijn de Denen, eerlijk en direct. Zo zeer dat hun buren, de Zweden, er nog wel eens van schrikken. „We kunnen hier praten over alles, maken grappen over alles. Niet alleen over de islam, ook over onszelf. Dat moeten we blijven doen.”