Anti-Friezen te sterk voor de trotse Friezen

De rivaliteit tussen Cambuur en Heerenveen is groot. Bij de laatste training voor de derby stonden vijfduizend supporters van Cambuur langs het veld. „Dat zie je nergens.”

Heerenveen-aanvoerder Marten de Roon heeft na de verloren Friese derby flink de smoor in en geen oog voor feestende Cambuur-spelers Ronald Bonestroo/ANP

Plots had Henk de Jong een ingeving waar hij direct van overtuigd was. In de aanloop naar de thuiswedstrijd tegen SC Heerenveen zou de trainer van SC Cambuur zijn spelers beelden laten zien van de Spaanse derby tussen Atlético Madrid en Real Madrid, van vorige week. Het grote Real met superster Cristiano Ronaldo dat met 4-0 werd weggevaagd door de kleinere stadsgenoot Atlético; dat moest zijn spelers wel inspireren. De Jong slaat met zijn vuist in zijn handpalm en zegt: „Die passie van Atlético, hoe ze erbovenop klapten. Dat wilde ik zien.”

Of de getoonde video doorslaggevend was, valt moeilijk te zeggen, maar feit was dat De Jong zondag een Cambuur zag waar hij meer dan trots op kon zijn. Eerst binnen tien minuten met 2-1 voor komen en daarna die voorsprong knokkend over de streep trekken. Voor hem was het genieten. Net als voor de tienduizend toeschouwers die getuige waren van deze opwindende Friese derby.

Cambuur tegen Heerenveen. Dat is haat en nijd. Stad versus dorp. Anti-Friezen tegen trotse Friezen. Bij Cambuur walgen ze van de rode pompeblêden in de vlag van de provincie, bij Heerenveen hebben ze die juist in het witblauwe shirt verwerkt. Hoe deze verhoudingen zijn ontstaan? Mede door een opmerking van voormalig Heerenveen-voorzitter Riemer van der Velde, die Heerenveen in de jaren negentig uitriep tot de „enige club” van Friesland. Woorden waarmee hij zich indirect de Friese identiteit toe-eigende, en dat konden supporters van het kleinere Cambuur niet waarderen. Zij zetten zich af tegen de provinciale folklore.

In Leeuwarden is de antipathie ook groter dan andersom in Heerenveen, zegt Sandor van der Heide, voormalig speler van Cambuur en tegenwoordig assistent van trainer Henk de Jong. Heerenveen presteerde vaak beter en dat wekte afgunst. Zolang Cambuur niet verloor, waren ze in Leeuwarden al blij. Van der Heide: „Uit tegen Heerenveen heb ik één keer de gelijkmaker gemaakt toen het 1-1 werd. Daarna bleven er maar dankbrieven binnenkomen op het stadion. Prachtig. Ze liggen nog altijd in de kast bij mijn moeder.”

Dat is de mooie kant van de rivaliteit. Er is ook een schaduwzijde. Denk aan voormalig Cambuur-trainer Dwight Lodeweges die vorig jaar werd verjaagd door zijn eigen fans toen hij bekendmaakte dat hij dit seizoen trainer werd van Heerenveen. Of vraag het ‘Mister Heerenveen’ Maarten de Jong. Als hij zijn vrouw van haar werk wilde ophalen in Leeuwarden, kon hij beter in de auto blijven zitten. „Ik heb eens moeten rennen voor mijn leven toen ze me herkenden”, zegt hij desgevraagd.

Terug naar het heden. Naar een derby die zaterdagochtend op bijzondere wijze werd ingeluid in het stadion van Cambuur. Meer dan 5.000 supporters kwamen daar samen om hun ploeg aan te moedigen tijdens de laatste training voor de derby. „Het was onvoorstelbaar”, vond trainer Henk de Jong. „Dat zie je nergens.”

Meer dan een etmaal later, als fans van Heerenveen ’s nachts een spandoek uit het Cambuurstadion hebben gepikt en verbrand, staan diezelfde supporters er weer. Ze worden getuige van een bizar begin van de wedstrijd. Binnen één minuut scoort Sander van de Streek de 1-0, vervolgens maakt Luciano Slagveer in de zevende minuut gelijk, waarna het wederom Van de Streek is die Cambuur in de achtste minuut naar 2-1 schiet. Heel het stadion zindert. „Het is stil in het varkensvak”, zingt de harde kern van Cambuur in de richting van de Heerenveen-fans. Die beschouwen zij als dorpse boeren.

Het tweede doelpunt van middenvelder Van de Streek blijkt de winnende te zijn. De 20-jarige Van de Streek wordt de held van Leeuwarden. En dat terwijl hij vorig seizoen nog een grote onbekende was. De voormalige jeugdspeler van Vitesse voetbalde toen in de competitie van Estland, in het shirt van Flora Tallin. „Voor gemiddeld vijfhonderd toeschouwers op de tribune. Dus ja, dan is dit fantastisch. Vooral gisteren was het geweldig, met al die springende en zingende mensen. Voor hen wilde ik hoe dan ook die punten pakken.”

Tegenover de vreugde in de kleedkamer van de thuisploeg stond de bittere teleurstelling bij Heerenveen. Hoe kon de ploeg twee mokerslagen incasseren in krap tien minuten? „Omdat de ploeg niet goed stond opgesteld”, antwoordt aanvoerder Marten de Roon. „Maar ook omdat we misschien te geforceerd speelden.”

Te geforceerd in de zin dat sommige spelers te veel bezig waren met de sentimenten die horen bij een derby. Volgens De Roon bezweken zij onder de druk die ze zichzelf hadden opgelegd. „We wisten dat het ging stormen en wilden heel graag. Maar misschien werkte dat gevoel wel verlammend.”

Heerenveen oogde tam. Alsof spelers bang waren om hun knieën te schaven aan het kunstgras. De Roon was als oorlogsvoerder op het middenveld een uitzondering, evenals Joey van den Berg. Die laatste begreep niet waarom de derbyspanning een verlammende werking kon hebben op het spel van enkele ploeggenoten. „Iedereen is tegen je in het stadion. Dat is toch het mooiste wat er is?”