Alles is in beweging in toegankelijk ‘Rent’

Dicht op het publiek gespeeld ‘Rent’ brengt musical over New Yorkse kunstenaars in de jaren negentig overtuigend naar het heden

Jim de Groot, Ruud van Overdijk en Li-Tong Hsu in een scène uit Rent Foto Annemieke van der Togt

Een groep jongeren, artistiekerig, seropositief of alle twee, in een kraakpand in New York, halverwege de jaren negentig, Rauw, realistisch en daardoor uiterst herkenbaar voor die stad in die tijd. Dat zal tevens het succes verklaren dat Rent destijds ten deel viel. Voor wie de productie nu nog wil hernemen – zoals M-Lab nu – doen zich dan ook twee struikelblokken voor. Seropositiviteit is geen doodvonnis meer en het New-Yorkse realisme, met bijbehorende straattaal, laat zich niet makkelijk overplaatsen naar een andere stad.

Ivo van Hove, die in 2000 een Nederlandse Rent regisseerde bij Joop van den Ende, zocht de oplossing in afstandelijkheid, met veel videovertoon dat het uitzicht op de levende acteurs vaak belemmerde. Daniël Cohen, die deze nieuwe Rent regisseerde, zocht het in een raamvertelling. Jim de Groot, die bij Van Hove een van de hoofdrollen speelde, fungeert nu als een energieke verteller die met acteurs een film wil maken over wat zijn vriendengroep vijftien jaar geleden overkwam. De film die we vervolgens zien opnemen, is in feite de originele musical.

Cohen heeft zijn spelers op een catwalk tussen twee blokken met zitplaatsen geplaatst, waardoor het publiek in beide kijkrichtingen danig betrokken raakt bij de handeling. Dat maakt zijn productie aanzienlijk toegankelijker dan wat Van Hove liet zien in het reguliere lijsttheater. Regelmatig vertoont Cohen choreografische wondertjes binnen de minimale afmetingen van deze speelvloer. Heel makkelijk had deze voorstelling kunnen verzanden in een reeks statische zangscènes, want Rent is vooral een songcyclus met een minimum aan dialogen. Maar hier is alles en iedereen voortdurend in beweging.

Daardoor krijgen de spelers ook alle armslag te laten zien wie die individuele personages zijn, en om krachtig uit te pakken in de melodramatische momenten van de rocknummers die Jonathan Larson schreef. Tot de vocale hoogtepunten hoort een solo van de expressieve Li-Tong Hsu, wier stem mooi contrasteert met het gruizige geluid van De Groot.

Daarbij verleent de viermansband onder leiding van toetsenist Ezra van Nassauw veel dynamiek aan de show. Maar soms schaadt het volume de verstaanbaarheid. Voor de zangteksten gebruikt Cohen de vertaling die hij al in 2000 maakte voor de Van den Ende-versie. Die draagt niet altijd bij aan de overtuigingskracht. Het originele „Will I lose my dignity?” klinkt geloofwaardig. Maar dat geldt niet voor het Nederlandse equivalent „Hou ik nog mijn waardigheid?” En dat geldt ook voor zo'n zinsnede als: „Ik ben een New-Yorker. Angst is mijn leven”. Letterlijk is de betekenis in beide gevallen gelijk, maar de lading is anders: wat in het Amerikaans als alledaagse spreektaal klinkt, is in het Nederlands verstijfd tot schrijftaal. Dat zou wel eens een onoplosbaar probleem kunnen zijn.

Maar toch: veel dichter bij het originele Rent dan met deze intens gespeelde en koudblauw belichte versie kunnen we waarschijnlijk niet komen.