Grote jongens

Onthullend aan de affaire rondom VVD-Kamerlid Mark Verheijen, die na een publicatie in deze krant toegaf gerommeld te hebben met declaraties, waren de reacties van zijn eigen partij. „Karaktermoord”, meldde de VVD, het gaat immers om „hele dunne kleine feitjes”. „Nogal opgepompt”, oordeelde minister-president Rutte. Fractieleider Zijlstra sloot zich daar haastig bij aan. Ook de voorzitter van de VVD-Limburg deed een duit in het zakje. Hij sprak van een „heksenjacht”.

Dit was geen wrijven in een vlek. Dit was schrobben.

Zelf reageerde Verheijen met die mengeling van bluf en nerveuze deemoed die zijn politieke loopbaan kenmerkt. Toen Geert Wilders na de slachtpartij van Breivik in de slachtofferrol schoot twitterde Verheijen: „Waren we toch bijna vergeten dat HIJ natuurlijk grootste slachtoffer is van Breivik.” Excuses volgden. Vorig jaar verklaarde het Kamerlid dat wij meer te vrezen hebben van eurofielen dan van Europa-hatend extreemrechts. Opnieuw excuses: „Van suggesties als zou Guy Verhofstadt erger of gevaarlijker zijn dan Marine Le Pen neem ik nadrukkelijk afstand.”

Toen volgde de Venlose-affaire, door Elsevier aan het licht gebracht. Vastgoedman Piet van Pol, kompaan van de van corruptie verdachte Jos van Rey, kreeg ruim baan bij de bouw van een bioscoopcomplex, nadat hij een flink bedrag in de partijkas van Verheijen had gestort. Elsevier: „[Verheijen] zegt niets te weten van de bedragen die Van Pol voor VVD-campagnes betaalde, ook al had hij hem een bedelbrief gestuurd. Hij zegt dat hij als lijsttrekker geen tijd had na te gaan van wie het geld voor zijn campagne kwam. ‘Daarvoor moet je bij de campagneleider zijn’.” Op de vraag of Van Pol het destijds zo kan hebben opgevat dat hij moest betalen voor Verheijens campagne om in Venlo de bioscoop te mogen bouwen, zegt Verheijen: „Noem mij naïef, maar ik ben integer.”

Ook nu beroept Verheijen zich op zijn naïviteit. In 2012 dineerde hij in een peperduur restaurant met de toen al omstreden Jos van Rey en Piet van Pol. „Ik ben redelijk laat aangeschoven, heb me met de keuze van het restaurant niet bemoeid. […] Had het anders gekund en gemoeten? Ja. Wijn van 127 euro past niet bij de soberheid die van een bestuurder gevraagd wordt. Ik was niet op de hoogte van de prijs van de wijn.” Niettemin declareerde Verheijen een kwart van de totale dinerkosten van 2.631 euro, want het etentje was eigenlijk een soort werkoverleg tussen „de gezamenlijke partijen die de ontwikkeling van Roermond Midden-Limburg en de provincie in totaliteit waarborgen”.

Heerlijke zin. Heel die hardnekkige Limburgse sleaze is erin samengevat. Aan het diner zaten onder andere de zoon van Van Rey, de zoon van Piet van Pol, zijn schoonzoon en zijn beveiliger. Inderdaad: „Hele kleine dunne feitjes.”

Verheijen lijkt niet meer te redden – hoeveel excuses kan een politieke carrière verdragen? Het beeld dat oprijst, is dat van een kleine jongen die te graag meedoet met de grote jongens.

En de grote jongens? Waarom hangt er rondom te veel VVD-bestuurders een sfeer van gesjoemel en belangenverstrengeling? De laatste keer dat in deze partij een fris idee langskwam is niet meer te achterhalen – de liberalen hebben John Stuart Mill lang geleden ingeruild voor het Stan Huygens Journaal. Het enige nog levende dogma lijkt te zijn dat de overheid zich zo ver mogelijk dient terug te trekken, dan komt het vanzelf goed met de samenleving. Bestuurders zijn er dan vooral om commerciële partijen te faciliteren – en dat is precies de verdediging die de vanwege corruptie veroordeelde VVD-gedeputeerde Ton Hooijmaijers aanvoert: „De overheid moet een serviceloket zijn voor het bedrijfsleven.”

Dat is ook de verdediging die het omstreden automatiseringsbedrijf Ordina aanvoert voor het jarenlang trakteren van bestuurders op skybox-uitjes: „Ook als dat ambtenaren zijn, is het niet per se ongepast. Dat is normaal geaccepteerd vertier met klanten.”

Het is dus geen ontsporing, het is een mentaliteit. Wanneer het idee van een publieke zaak wordt losgelaten en de leider van je partij er prat op gaat geen visie te hebben op wat een samenleving zou moeten zijn – dan is het enige wat die leegte nog kan vullen een fles wijn van 127 euro.