De man van het volksvermaak draait niet zo lekker

Foto Merlijn Doomernik

“Een plan?” Hennie van der Most kijkt er vies bij – en hij meent het. “Nee, nee. Een ondernemingsplan maak je voor de banken. Niet voor jezelf.”

Voor jezelf heb je “fingerspitzengefühl” nodig. “Ondernemersbloed”. “Superideeën”. Daar word je succesvol mee. Niet met een plan, bah, dat is iets voor ambtenaren.

Hennie van der Most, 64, dus nog zeker twintig jaar verwijderd van z’n pensioen, vertelt het dit weekend in een interview in NRC Handelsblad. Hij is op zijn landgoed in Gorssel en zit in een ruime fauteuil, met sigaar. Aan de muur hangen ingelijste foto’s van hemzelf met belangrijke mensen: Met Balkenende, met Fortuyn, met Rutte, met Jongerius.

De formule Van der Most is simpel. Koop een oud, leegstaand gebouw – aardappelmeelfabriek, ziekenhuis, watertoren, maakt niet uit – en verbouw het voor een paar miljoen tot een pretpark, restaurant of zwemparadijs. Of alle drie tegelijk.

Van der Most wil wel vertellen hoe het zijn entertainmentbedrijven vergaat. Die hebben het namelijk zwaar. Zijn luxe, draaiende dinertoren de Koperen Hoogte sluit, zijn Pipodorp in het Drentse Oranje moest worden gered door Syrische vluchtelingen. De voltooiing van mannenpretpark Funpark Meppen wacht op een lening van de bank. Vorig jaar leed hij 2 miljoen verlies, zegt hij. “2014 was het zwaarste jaar ooit.”

Een paar quotes uit een vijf-sigaren-durend-gesprek met de man die Nederland aan de all-inclusive kreeg.

Sigaar 1 - Over de tijd voor de crisis

“Alles liep! Als een tierelier!”

Verdiende hij in 2004, 2005 “wel een miljoen of meer per jaar”, in 2012 stond zijn holding 4 miljoen euro in de min “door grote afschrijvingen”. Naar schatting allemaal, want de bv-knoop die Van der Most heeft gelegd is moeilijk uit elkaar te halen.

Sigaar 2 - Waarom mensen niet meer komen

“Bij de speelstad ben je voor de hele familie 100 euro kwijt. Nu ga je naar de Ikea. Daar ontbijt je voor 1 euro, de kinderen dump je in de ballenbak en je loopt met 100 euro aan spullen de deur uit.”

Sigaar 3 - Over zijn mislukking de Koperen Hoogte

“Vijftien jaar! Vijftien jaar heb ik gestreden voor die toren. Ik had allemaal plannen, maar niks mocht. Huisjes om de plas, een museum erin. Een politiemuseum, maar dat mocht niet van de provincie. Dat hoort niet aan de snelweg, zeiden ze.”

“Soms denk ik, ik geef dit allemaal op en ik ga zelf in die toren wonen. Je zult zien: dan lukt het. Godverdomme, ik zal eens laten zien dat het wél kan. Maar ik heb zoveel bedrijven, ik kan nergens 24 uur per dag zijn.”

Sigaar 4 - Over de bureaucratie

“De overheid heeft geen respect voor de echte ondernemer. Ik heb wel tweeduizend mensen aan een baan geholpen. En dan zo’n tegenwerking. En de banken, die de mensen hebben volgestopt met hypotheken, kijken ook niet naar de echte ondernemer.” 

“De overheid móet veranderen, anders gaan we allemaal onderuit.”

Sigaar 5: Over zijn nieuwe lieveling, Speelstad Rotterdam

“Het is midden in de stad! Op een unieke locatie! Ach, zo’n gebouw. Je wordt er verliefd op.”

Lees het hele interview in de digitale editie van NRC Handelsblad