Zo kan het niet doorgaan, maar hoe duurzaam is deze voedselutopie?

Moeten we weer gaan eten zoals honderd jaar geleden? Gaat wetenschap ervoor zorgen dat in 2050 alle 9 miljard mensen genoeg voedsel hebben? Het zijn geen gemakkelijke vragen, en de tentoonstelling ‘Foodtopia’ in het Museum Boerhaave in Leiden stelt ze al bij binnenkomst. Bij wijze van antwoord mag je steeds een witte boon in één van twee doorzichtige cilinders gooien: ja of nee. Het ziet er mooi uit – en het is slim, want het onderwerp van de expositie zit al in hand en hoofd als je drie stappen binnen zet. Ik ben erbij.

Dat is nodig ook, want de eerste van de drie zalen van Foodtopia is gevuld met grafieken. Ze gaan niet over voedselinnovaties – het onderwerp van de tentoonstelling – maar vooral over de milieubelasting van het moderne Westerse dieet. Kook avondeten van die witte bonen van zonet, en je produceert slechts 40 gram van het broeikasgas CO2 voor 100 gram eten. Braad zoveel rundvlees, en je bent 1.800 gram CO2 verder. Of, voor de vegetariërs: kaas is ook goed voor 900 gram CO2.

Hier hangt de loden last van welvaart in fleurige rozerode schema’s. Nederlanders eten meer dan drie keer zo veel kaas en vlees als in 1950. We hebben met zijn allen 100.000 km2 landbouwgrond nodig – grond die elders op de wereld ligt. Dat is allemaal glashelder, maar het zou gaan over innovatie. Wat gaat technologie doen aan die akkers vol soja, aan al dat vlees en al die kaas?

Om de hoek gloort wat blijkbaar een antwoord is: wier. In glazen potten hangen soorten als wakame, zeesla en Iers Mos. Sommige zijn lekker, andere voor de industrie. In een klein tekstje staat dat wieren zo veel hoogwaardige eiwitten bevatten, dat „een wateroppervlakte ter grootte van Portugal” de hele wereld van hoogwaardige eiwitten kan voorzien.

Een mondiaal probleem in één klap van de baan, maar bij die ene mededeling blijft het. De voedselproblemen zijn in Foodtopia cijfermatig grondiger onderbouwd dan de voedseloplossingen. Naast wieren en algen staan ook insecten en kweekvlees als nieuwe, duurzame eiwitbronnen in de schijnwerpers. Maar hóe duurzaam zulk voedsel kan worden, hangt af van lastige kwesties. Wat eten de insecten, welke stoffen produceren de algen, waarvan groeien de kweekspiercellen?

Dat komt niet aan de orde, en misschien was dat ook niet het doel van hoogleraar Louise Fresco, gastconservator van Foodtopia. Ze is voorzitter van de raad van bestuur van de Wageningen Universiteit en de aanhangende instituten (WUR) – en trouwens ook columnist bij NRC Handelsblad.

Hoe zij over de toekomst van voedsel denkt, maakt ze duidelijk in tien korte, gefilmde interviews. Op zich statisch, maar er is een feest van gebouwd. Je kiest video’s door een portie ‘eten’ (waarin een schakelaar verstopt zit) van een lopende band te pakken, zoals in hippe sushirestaurants. Tien maal 1 minuut Fresco is te kort voor inhoud – het gaat om het gevoel. „U gruwelt natuurlijk van insecten.” Maar we gaan ze dus wel eten. Foodtopia is fraai en optimistisch, en Nederland en Wageningen spelen een hoofdrol. (De WUR heeft een wierenproefboerderij en een onderzoekslijn rond insectenconsumptie.) Geweldig zijn de potten synthetische vanille- en frambozensmaak uit de oude fabriek van Polak & Schwarz, met trots rokende schoorstenen op het etiket. Zuiver! Modern! De befaamde kweekhamburger van de Maastrichtse hoogleraar Mark Post heeft ook dat aura. Het is even zoeken, want hij is zo klein als een koekje. In plastic geconserveerd voor de eeuwigheid.