Ze schieten door

Wat doet het front met de strijder? Chris Kyle, de American Sniper, schoot zijn trauma van zich af op de schietbaan. Maar toen schoot er iemand op hem. Die staat nu terecht.

Op de foto die werd gemaakt vlak na zijn arrestatie, op 2 februari 2013, is Eddie Routh een magere slungel met lang haar en een vlassige baard. Deze woensdag, iets meer dan twee jaar later, stapt een andere man de rechtszaal van Stephenville, Texas, binnen.

Routh is vadsig, heeft zijn haar gemillimeterd, draagt een bril en pak. Met onrustige ogen kijkt hij om zich heen. Als de officier van justitie over Rouths leven praat, maakt hij druk aantekeningen, alsof hij het voor het eerst hoort. Hij spreekt vandaag maar twee woorden:

„Niet schuldig.”

Het kleine rechtszaaltje van Erath County, een agrarisch gebied, zit bomvol. Journalisten en nieuwsgierigen wachten buiten in een lange rij op lege plekken. „Normaal komen hier alleen ruziënde veeboeren”, zegt een verbaasde medewerker. De 27-jarige oorlogsveteraan Routh staat terecht voor de moord op medeveteranen Chris Kyle – als American Sniper in de Verenigde Staten een held – en Chad Littlefield. Niemand betwist dat Routh beide mannen doodschoot. De vraag die centraal staat is: wist hij wat hij deed?

Nee, zegt zijn advocaat. Routh heeft een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Hij diende in Irak, en in Haïti. De stapels lijken die hij daar zag na de aardbeving in 2010 zouden hem hebben beschadigd. Hij keerde psychotisch terug, rookte en dronk zich regelmatig bewusteloos. Hij kreeg waanideeën.

Hij dacht dat Chris Kyle en Chad Littlefield hem wilden vermoorden, dus wilde hij als eerste toeslaan. „Het was zij of ik”, verklaarde hij.

Honkbalpetten met Kyles naam

Bijna iedere Amerikaan kent het verhaal van Chris Kyle. Althans: ze kennen het klassieke Amerikaanse heldenverhaal. Het is beschreven in zijn autobiografie American Sniper uit 2012, waarvan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht. Het is verfilmd in de gelijknamige bioscoophit van Clint Eastwood, genomineerd voor zes Oscars (de film gaat begin maart in Nederland in première).

„Hij was de gewone jongen van om de hoek die buitengewone dingen deed”, zegt Marc Anthony, een gepensioneerde handelaar in sportartikelen, die bij Kyle in de buurt woonde. „Hij reed hier rodeo’s, maar koos ervoor zijn land te beschermen. Een echte patriot.”

In Stephenville is meteen duidelijk aan welke kant het dorp staat. In tuinen staan borden met teksten als ‘Wij steunen Chris!’ Honkbalpetten met Kyles naam zijn uitverkocht.

Tijdens meerdere missies in de Irakoorlog schoot Kyle zeker 160 mensen dood als scherpschutter, voor zover bekend een Amerikaans record. ‘We doodden de slechteriken’, schreef hij in typerende, rauwe stijl in zijn autobiografie. Hij raakte eens iemand op anderhalve kilometer afstand.

De Navy SEAL keerde in 2009 getraumatiseerd terug naar huis, en zocht hulp. Hij sloot zich thuis op en ging later steeds meer om met veteranen die, net als hij, Irak niet konden loslaten. Hij nam ze mee naar de schietbaan, in de buurt van Stephenville. Daar wilden ze hun trauma van zich af schieten. Uitstapjes naar de schietbaan zijn een gebruikelijk tijdverdrijf voor getraumatiseerde veteranen.

De film American Sniper eindigt met een scène waarin Kyle wordt opgehaald door een nieuwe vriend, Eddie Routh. Ze kenden elkaar een paar weken. De rechtszaak in Stephenville gaat verder waar de film stopte. Aanklager Alan Nash vertelt de laatste dag van Kyle na, terwijl hij de twaalf juryleden strak aankijkt. Routh, Kyle en Littlefield rijden naar de schietbaan. Routh zit achterin en is veel aan het woord. >> >> Onderweg stuurt Kyle van achter het stuur een sms’je naar Littlefield, die naast hem zit:

Die gast is knettergek.

Het antwoord, eveneens per sms: ‘Watch my 6. Let op wat er achter mij gebeurt.’

Op de schietbaan pakt Routh een pistool en een automatisch geweer, en schiet beide mannen in de rug en door het hoofd. Na een dolle rit door Texas weet de politie zijn banden lek te schieten, waarna hij zich overgeeft. Aanklager Nash eist niet de doodstraf – waarschijnlijk omdat Routh een veteraan is – maar levenslang. Zijn trauma is geen excuus, zegt Nash. „Hij wist dat hij iets verkeerds deed.”

Nachtmerries

De zaak-Kyle staat symbool voor Amerika’s ongemak met getraumatiseerde veteranen, zegt David Morris. Hij schreef het onlangs verschenen boek The Evil Hours, over zijn eigen PTSS. „De manier waarop Kyle stierf, op een schietbaan met andere getraumatiseerde veteranen, is typerend voor onze omgang met het probleem. Drie beschadigde mannen, compleet aan hun lot overgelaten.”

David Morris is een voormalige legerofficier en scherpschutter, net als Chris Kyle. Al voor de Irakoorlog had hij ontslag genomen en was hij begonnen als journalist. Hij liep zijn trauma op in 2007, toen hij meereisde met een legereenheid in Bagdad. De eenheid moest een straat inspecteren waar gebouwen in brand waren gestoken. Het was een valstrik. Toen ze aankwamen, explodeerde een bermbom onder hun voertuig. Morris bleef ongedeerd, de meeste militairen die in de humvee zaten waren doof van de explosie.

Een week later zat hij weer veilig in Californië. Maar het bleef hem achtervolgen. Hij kreeg nachtmerries, en verloor zijn besef van tijd. „Steeds kwam dezelfde herinnering boven. Een soldaat vroeg me eerder die dag: ‘Bent u al eens opgeblazen?’ Achteraf leek het alsof die zin een voorbode was.”

Na twee jaar kreeg Morris het idee dat hij aan PTSS leed. Hij rende verdoofd een bioscoop uit tijdens een actiefilm. Hij werd eens zo kwaad op zijn telefoon dat hij met een mes op het apparaat instak. Het mes boog negentig graden. „Steeds weer keerde mijn lichaam terug naar Irak. Ik wist dat leven of doodgaan elke dag afhangt van toevalligheden. Dat maakt het dagelijks leven zo moeilijk. Je ziet mensen naar de sportschool gaan, of winkelen. Ik had het gevoel dat ik een andere, duistere zijde van het leven kende. Ik walgde van de oppervlakkigheid.”

Morris wilde zichzelf weer begrijpen en ging PTSS onderzoeken. De aandoening, die overigens het meest voorkomt bij slachtoffers van verkrachting, is epidemisch, zegt hij. Circa 15 procent van de 2,4 miljoen teruggekeerde Amerikaanse militairen lijdt aan de stoornis. Zelfmoord komt meer dan twee keer zo vaak voor: gemiddeld beroven elke dag 22 veteranen zichzelf van het leven. Van de veteranen bij wie PTSS wordt vastgesteld, heeft de helft het jaar ervoor ernstig geweld gebruikt.

PTSS werd in Amerika voor het eerst erkend na de Vietnamoorlog. De diagnose wordt in de VS twee tot vier keer zo vaak gegeven als bij Britse veteranen. Toch is de behandeling in de VS nog altijd onderontwikkeld, zegt Morris. Gemiddeld moeten veteranen drie maanden wachten op behandeling. Het ministerie van Veteranenzaken biedt achterhaalde therapieën aan, zegt Morris, zoals schietlessen. „Hier leeft nog het macho-idee dat schieten reinigend werkt voor de ziel.”

Mijn pistool pakken ze niet af

Hijzelf moest keer op keer aan zijn therapeut zijn ervaring in Bagdad navertellen – een therapievorm die ‘imaginaire exposure’ heet. Het leidde er alleen maar toe dat hij zich de explosie beter herinnerde. „Bij mij werkt maar één ding: alcohol. Na een paar biertjes nemen mijn angsten af.”

Vliegtuiginspecteur Thomas Chandler is deze woensdag van Dallas naar de rechtbank van Stephenville gereden om de familie van Chris Kyle te steunen. Maar hij heeft ook een tweede reden: hij is bezorgd dat de rechtszaak de kijk in Amerika op PTSS zal veranderen.

Chandler diende tussen 2007 en 2010 als contractant in Afghanistan. Hij kreeg bij terugkomst de diagnose PTSS. Sindsdien mijdt hij grote menigtes, of plekken waar hij zich „sociaal aangepast” moet gedragen, zoals het postkantoor. Chandler rijdt zijn vrouw naar feestjes, en blijft zelf in de auto zitten. Hij huilt veel. Pratend over zijn trauma schiet hij een paar keer vol.

„Maar één ding pakken ze niet van me af”, zegt Chandler strijdbaar. Zijn pistool. „Amerikanen kun je alles wijsmaken over PTSS. Progressieven zeggen dat je er agressief van wordt. Dat is een leugen. Ik ben niet gewelddadig, mijn vrienden in de therapiegroep ook niet.”

Chandler is bang dat Eddie Routh strafvermindering krijgt vanwege zijn PTSS, of zelfs wordt vrijgesproken. „Dan is voor altijd de relatie tussen trauma en geweld gelegd. Dat staat hier op het spel.”

Veteranenorganisatie The Warfighter Foundation probeert daarom te bewijzen dat Routh géén traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt in Irak. De belangengroep spoort medesoldaten op, en schreef deze week in een pamflet: ‘Luchtmachtbasis Balad, waar Routh diende, had een Pizza Hut, een Burger King, een bioscoop en zelfs een midgetgolfbaan. De snelheidslimiet was vijftien kilometer per uur. Wat een gevaarlijke plek!’

Legercultus

In Amerika heerst een taboe op de relatie tussen PTSS en geweld, zegt schrijver David Morris. „Tijdens de Vietnamoorlog verdubbelde het aantal moorden in de VS. Het verband is evident.” Trauma’s onder militairen komen voor in elk land in oorlog, maar volgens Morris is het probleem in Amerika veel groter dan in andere landen.

„Dat komt doordat Amerika geen oorlog op eigen bodem heeft gevoerd”, zegt hij. „Terugkerende militairen kunnen hun ervaringen daardoor niet delen. Dat maakt ze eenzaam.”

Langzaam gaat het iets beter, zegt hij. Deze week tekende president Obama een wet die hulp aan suïcidale veteranen moet verbeteren.

Maar nog altijd heerst er volgens Morris een legercultus, die veteranen op een voetstuk plaatst. „Ik word altijd nerveus als ik mensen met gele strikjes zie lopen om solidariteit met het leger uit te drukken. Wat weet jij er nou van, denk ik dan. Veteranen worden niet als mensen gezien, maar als symbool van de grootsheid van Amerika. Chris Kyle is daar het grootste slachtoffer van. Hij was diep getraumatiseerd, en maakte daar in zijn boek geen geheim van. Maar Amerika wilde hem alleen als held zien, als de lone gunman, waar we al sinds de western gek op zijn. Honderdduizenden getraumatiseerde veteranen hebben er recht op dat ze weer als mens worden gezien.” <<