Seksuele energie verdwijnt niet als je ouder wordt

„Mag ik onherkenbaar op de foto? Ik word niet graag op straat herkend als de mevrouw die zo nodig over seks wil praten met iedereen.” Foto Gijsbert van Es

„Een goede vrijpartij begint eergisteren. Zeker als je ouder bent. Dat is geen kwestie van: hé, het is al tien over elf, hup, buis uit, en nu zal ’t gebeuren.

„Seksuele energie moet zich kunnen opbouwen. Als je elkaar langer kent, weet je precies hoe dat moet, elkaar versieren. Ieder heeft daarvoor z’n eigen manier, toegespitst op hem of haar.

„Maar regelmatig zie ik oudere echtparen in een restaurant zitten van wie ik denk: wat houdt die mensen toch bij elkaar? Ik zie totaal geen klik. Niet lachen samen, elkaar niet aankijken, niet aanraken. Ik zou wel op ze willen afstappen en vragen: ‘Zeg, doen jullie het nog wel eens met elkaar?’

„Waarom ik dat zou willen? Life is all about sexuality, geloof me. En dan bedoel ik niet: ‘den Daad.’ Ik bedoel: intimiteit, erotiek, het spel van verleiden en versieren.

„Mijn ‘derde helft’ begon op m’n zestigste, na twee jaar postdoctorale studie seksuologie in Rotterdam. Tot dan toe had ik in het sociaal-culturele werk gezeten, in de Zaanstreek. Ik maakte en leidde cursussen. Praatgroepen, onder andere. ‘Hoe overwin ik mijn verlegenheid?’ En, vooral voor mannen: ‘In de WAO, wat nu?’ Bij bosjes werden ze eruit gezet bij de fabrieken van Bruynzeel en Verkade.

„In dat soort groepen kwamen de verhalen los, ook over versleten relaties. En weet je wat het is: de dufheid komt vaak pas op middelbare leeftijd aan de oppervlakte. Twintigers, dertigers en veertigers barsten van de energie: verliefd, verloofd, getrouwd, kinderen krijgen, carrière maken – die tijd vliegt voorbij. En dan, in de levensfase erna? De carrière heeft z’n hoogtepunt gehad, de kinderen zijn het huis uit, opeens ontdek je: hé, ik heb ook nog een partner op de bank zitten... Gut, is die eigenlijk nog wel zo leuk?

„Zelf ben ik in 1980 gescheiden, na twintig jaar huwelijk. Daarna heb ik mooie liefdesrelaties gehad met verschillende mannen. Ik ben een tijdje met een abortusarts samen geweest. Die heeft me op het spoor gezet van de seksuologie. Ik was 58, m’n werk in de Zaanstreek was wegbezuinigd. Twee jaar later was ik Mevrouw de Seksuologe. Tot mijn 70ste heb ik cliënten gehad.

„Het probleem bij stellen is vaak dat ze elkaar niet – of niet meer – kunnen bereiken, niet in staat zijn tot een gesprek over de essentiële dingen van het leven. En daarbij hoort seks, uiteraard. Stap 1 bij mijn begeleiding is dan: het verschil in verlangens in kaart brengen. En stap 2: communicatie. Dat hoort bij elkaar, natuurlijk. Mensen die al tientallen jaren bij elkaar zijn, hebben vaak nog nooit een woord gewisseld over wat ze fijn vinden op seksueel gebied.

„En dat is hard nodig. Zeker vanaf de overgang zegt een vrouw vaak: voor mij hoeft ’t niet meer. Haar hormoonhuishouding verandert nu eenmaal. En de seks stelde voor haar toch al weinig voor, met een man die alleen maar ging voor z’n eigen orgasme.

„Bij een man zit het zelfbeeld vaak in de weg. Ik heb ’r heel wat horen zeggen: ‘ik voel me geen man meer als ik dát niet meer kan’ – op een toon van verwijt tegenover hun bedpartner. Zo’n man vergeet voor het gemak dat hij zelf ook niet meer zo makkelijk tot het gewenste resultaat komt.

„De komst van viagra heeft in mijn ogen het grote misverstand tussen mannen en vrouwen over seksualiteit alleen maar vergroot. Pil erin, hoera, daar is de erectie – probleem opgelost? Je zult de vrouwen de kost moeten geven die net blij waren dat ‘het’ afgelopen was in bed en dat ze dan opeens weer ‘moeten’.

„Inmiddels is er ook een lust opwekkende pil voor vrouwen. Als man en vrouw allebei hun pil slikken en daardoor een hoop plezier aan elkaar beleven, zeg ik: prima, fijn, goed zo! Maar met pillen los je niet op dat mensen verschillende seksuele verlangens kunnen hebben en dat die bespreekbaar moeten zijn. Die pillen dragen bij aan een verdere medicalisering van seks en niet zomaar vanzelf aan betere seksuele relaties.

„Uit onderzoek weten we dat minder dan de helft van de stellen boven de zestig nog regelmatig seks met elkaar heeft. Dat is jammer – en ik zeg dat niet als een makkelijk oordeel. Ieder mens heeft namelijk van nature seksuele energie in z’n lijf. Die verandert wel als je ouder wordt, maar die verdwijnt niet.

„Als je je seksuele energie niet meer samen met je partner gebruikt, zal die zich op een andere manier doen gelden. Hoe? Verliefd worden op een ander. Verkrampingen in je lijf. Dik worden door drank, snoepen, eten, omdat ’t je niet meer interesseert dat je lijf een beetje aantrekkelijk moet blijven voor je partner. Heimelijk porno kijken, hoerenlopen. En zie nu weer de hype rondom het boek Fifty shades of grey, plus de film die deze week in Nederland in première is gegaan.

„Ik vind het wonderlijk dat veel hulpverleners – huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen en zo – uit zichzelf zo weinig aandacht besteden aan seksualiteit. Een fysiotherapeute vertelde me een keer over klanten die ze langdurig behandelt en met wie ze geen stap vooruit komt. Ik zei: ‘Vraag je deze patiënten wel eens hoe ze hun seksualiteit beleven? Hebben zij daar aandacht voor, tijd voor, nemen ze de ruimte en de rust voor erotiek?’ Oei, dat is een te intieme vraag, nee, dat onderwerp blijft angstvallig buiten schot.

„Ik zou willen dat ik met iedereen over seksualiteit zou kunnen praten – en heus niet meteen op een hele directe manier, nee gewoon, over intimiteit, lichamelijkheid, over genieten van elkaars lijf en aanwezigheid. Zelfs met hele goeie vrienden kan dat niet – dat vind ik jammer. Die nieuwsgierigheid hoort eenmaal bij mijn levenslust. En ik heb een fascinatie voor relaties tussen mensen, dat ook.

„Zelf bruis ik volop van de vitaliteit, en dus ook van de seksuele energie. Ik ben nieuwsgierig om steeds weer nieuwe dingen te leren, mensen te ontmoeten, te lezen, te schrijven, op reis te gaan. Dat zijn allemaal onderdelen van wie ik ben. Ja, lust in het leven en lol in elkaar. Dat gun je iedereen, toch?”