Oorlog Oekraïne plaatst heel Europa voor nieuwe gevaren

Hoe het ook verder gaat met de oorlog in Oekraïne, de Russische inmenging in het buurland heeft de politieke verhoudingen op het Europese continent grondig vergiftigd. Als energieleverancier is Rusland nog altijd een belangrijke handelspartner van veel Europese landen. Maar van onderling vertrouwen is sinds het afgelopen jaar maar weinig over.

Rusland heeft na een heimelijke militaire interventie eerst een strategisch belangrijk deel van Oekraïne ingelijfd, de Krim, en vervolgens een ander deel, de Donbas, in een bloedige burgeroorlog gestort. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor de manier waarop andere Europese landen nadenken over hun defensie, de veiligheid in Europa en hun verhouding tot het reusachtige Rusland.

Niemand kan er meer van uitgaan dat conflicten in Europa altijd wel met politieke en diplomatieke middelen kunnen worden opgelost. Militaire macht blijkt in de 21ste eeuw ook in dit deel van de wereld nog steeds te kunnen afdwingen hoe grenzen lopen en wat de soevereiniteit van een land in de praktijk waard is. Dat is een realiteit waar niemand zijn ogen meer voor kan sluiten. Ongewild heeft president Poetin zo de NAVO een enorme impuls gegeven om de collectieve verdediging van haar lidstaten aan te scherpen.

Donderdag hebben de presidenten Porosjenko, Poetin en Hollande samen met kanselier Merkel een akkoord gesloten dat, mits nageleefd, een verdere escalatie van het conflict voorlopig afwendt. In de huidige omstandigheden is dat al heel wat. Vooral Merkel verdient lof voor haar inspanningen om dit resultaat te bereiken.

Maar het akkoord brengt ook risico’s met zich mee – en niet alleen het risico dat het niet wordt nageleefd. De vier regeringsleiders in Minsk hebben de situatie op het slagveld als uitgangspunt voor het bestand genomen. Daarmee hebben ze, noodgedwongen, de Russische interventie beloond, en de schending van een eerder bestand door de pro-Russische rebellen als het ware witgewassen.

Voor de rest van Europa is extra onheilspellend dat president Poetin vorig jaar heeft gezegd ook in andere landen Russische of Russisch-talige minderheden te hulp te zullen schieten als zij zich benadeeld voelen. Vooral voor de Baltische landen is dat een ernstig dreigement. De twintigste eeuw heeft getoond hoe gevaarlijk het is als landen etnische banden gaan aanvoeren als rechtvaardiging voor militaire interventies.

Rusland is erin geslaagd Oekraïne ernstig te destabiliseren en een deel van het land in zijn greep te krijgen. Oekraïne zal op afzienbare termijn geen lid van de EU, laat staan de NAVO kunnen worden. Maar daarmee is de hele operatie nog geen succes voor Poetin. Nu hij de regering in Kiev zo tegen zich in het harnas heeft gejaagd, zal zijn Euraziatische Unie het zonder Oekraïne moeten doen, terwijl dat land na Rusland de belangrijkste lidstaat had moeten zijn. En waarschijnlijk schadelijker dan de economische sancties is dat Rusland zijn belangrijkste handelspartner en de centrale macht in Europa, Duitsland, ernstig van zich heeft vervreemd. Poetin heeft zijn land op een riskante koers gezet.

Het Westen ondertussen heeft in Duitsland een vanzelfsprekende leider gevonden om deze Europese crisis het hoofd te bieden. Amerika steunt dat Duitse leiderschap politiek en blijft op de achtergrond de onmisbare bondgenoot. Maar wil de trans-Atlantische band gezond blijven, dan moeten de Europese landen niet alleen meer politieke, maar ook meer militaire verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid nemen – plus de kosten die daarbij horen.