Mister Veiligheid neemt alle ruimte

Hij is ambitieus, heeft een groot netwerk, maar weinig vrienden. Hij heeft het oor van het kabinet en zoekt de publiciteit. Wie is de man die het gezicht werd van het veiligheidsbeleid?

Dick Schoof waakt sinds maart 2013 over de Nederlandse veiligheid. „Wat gaat Dick eraan doen?”, zou premier Rutte vaak roepen. Foto David van Dam

Het is iets over achten, donderdagavond 29 januari, als bij Dick Schoof thuis zijn mobiele telefoon rinkelt. Zijn iPhone – de nieuwste versie, want Schoof houdt van elektronische snufjes – staat altijd aan. Een justitiemedewerker informeert hem over wat er gebeurt in de NOS-studio op het Mediapark in Hilversum. „Als je de tv aandoet”, zegt de medewerker, „zul je zien dat het scherm op zwart staat. We weten niet alles, maar wel dat er iets aan de hand is. Dat is het, voorlopig.”

Het eerste wat Schoof doet is Ivo Opstelten bellen, vertelt hij. Hij zegt de minister van Veiligheid en Justitie dat hij nog even niets hoeft te doen. Snel legt hij de telefoon neer om overzicht te krijgen. Wat is er precies aan de hand? Kloppen de geruchten op Twitter over een gijzeling? Hij belt met het Openbaar Ministerie, met de korpsleiding. Er is een gijzelaar in de NOS-studio overmeesterd. Een 19-jarige verwarde jongen. Géén terrorist. Schoof is opgelucht. De zwartste scenario’s van crisisbeheersing kunnen in de kast blijven.

Dick Schoof (1957) waakt nu twee jaar over de Nederlandse veiligheid. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is bekend van tv-interviews over terrorisme en Syriëgangers. Tot zijn takenpakket behoren ook andere bedreigingen voor het land zoals overstromingen, aardbevingen, cyberaanvallen, of bijvoorbeeld de beveiliging van de troonswisseling. Het maakt Schoof, met driehonderd man onder zich, een van de invloedrijkste ambtenaren op veiligheidsterrein. Zowel premier Rutte, die Schoof gemiddeld drie keer per week spreekt, als minister Opstelten leunt zwaar op Schoof, zeggen bronnen in Den Haag. Een van hen vertelt: „Mark Rutte roept vaak in allerlei situaties: ‘Waar is Dick?’ ‘Weet Dick hiervan?’ ‘Wat gaat Dick eraan doen?’ De premier heeft vrijwel onvoorwaardelijk vertrouwen in Dick Schoof.”

Afhankelijkheid

Opstelten begint elke werkdag met een overleg met Schoof. Vorige week legden televisiecamera’s vast hoe afhankelijk de minister van hem is: tijdens het Tweede Kamerdebat over de vliegramp met de MH17 las de nogal eens hakkelende 71-jarige bewindsman vooral teksten voor die Schoof hem aanreikte.

Deze afhankelijkheid geeft de topambtenaar, lange tijd lid van de PvdA, zowel ruimte als invloed. Schoof kreeg de kans uit te groeien tot ‘Mister Veiligheid’. Het is een rol die zijn voorganger Erik Akerboom nooit claimde. Hij opereerde buiten de spotlights, weinig Nederlanders kenden zijn naam. En andere topambtenaren, zoals AIVD-chef Rob Bertholee, krijgen die ruimte niet. Het was Schoof die onlangs in Nieuwsuur reageerde op het verwijt van klokkenluider Edward Snowden dat Nederlandse veiligheidsdiensten slaafs achter de VS aan lopen, niet Bertholee. Het is Schoof die regelmatig de veiligheidssituatie op televisie mag toelichten. De AIVD-chef – die een gecompliceerdere relatie heeft met ‘zijn’ minister, Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken), dan Schoof met Opstelten – moet het doen met een YouTube-filmpje van een optreden in het buitenland.

En hoewel Rutte vorige zomer aanvankelijk niks zag in een nationale herdenking van MH17-slachtoffers, wist Schoof die toch bij hem op de agenda te krijgen. Omgekeerd wist hij Opstelten en andere ministers drastische veiligheidsmaatregelen uit het hoofd te praten, meestal omdat ze onuitvoerbaar waren. Zelf zegt hij over zijn invloed: „Ik heb daarover absoluut niet te klagen.”

Achter de schermen heeft hij het oor van het kabinet. Ervóór is hij het gezicht van het veiligheidsbeleid. Maar over hemzelf is vrijwel niets bekend. Wie is Dick Schoof?

Katholiek gezin

Hendrikus Wilhelmus Maria Schoof groeit op in een zeer gelovig katholiek gezin van zeven kinderen. Hij is de een-na-jongste. Als Dick Schoof tien jaar is, verhuist het gezin van Santpoort (bij Haarlem) naar Overijssel omdat vader daar een leidinggevende functie krijgt bij de sociale dienst. Werk neemt in het gezin een belangrijke plek in. De kinderen wordt geleerd dat God hun talenten heeft gegeven die zij moeten inzetten voor de maatschappij. „Lanterfanten op school was niet aan de orde. De talenten die je hebt gekregen, gebruik je”, verwoordt zijn tien jaar oudere broer Nico de opvoeding. Hoewel het gezin niet rijk is, doen de ouders „vreselijk hun best” om iedereen te laten studeren. „Maar dan moest je je er wel voor inzetten.”

Inzet tonen: Dick Schoof blijft dat zijn hele leven belangrijk vinden. Als student planologie gaat hij op kamers in Nijmegen en wordt hij lid van een roeivereniging. Het zijn de jaren zeventig: roerige tijden waarin linkse Nijmeegse studenten de universiteit bezetten. Dick Schoof, toen nog met gitzwart haar tot onder zijn schouders, doet eraan mee. „Maar hij was totaal geen barricadetype”, zegt zijn studievriend Martijn Bakker. „Dick nam zijn slaapzak mee naar de bezetting, maar stond de volgende morgen wel als eerste om half negen aan het kanaal voor de roeitraining. Hij had immers met de coach afgesproken dat er resultaten geboekt moesten worden. Moet er een klus geklaard worden, dan gaat hij ervoor.”

Berg

Mensen om hem heen kennen Dick Schoof niet anders. Een gedreven man die zichzelf doelen stelt. Fiets je met hem een middagje door de Zwitserse Alpen, dan moet Dick Schoof als eerste boven op de berg zijn. Ga je met hem hardlopen, dan is Dick Schoof bezig met de tijd die hij per se wil halen. Dat ondervond zijn broer Nico, die enkele jaren geleden met hem de marathon van New York rende. Dick Schoof kwam binnen na 3 uur en 40 minuten, Nico meer dan een half uur later. Toch was Dick degene die baalde. „Als je de foto’s erbij pakt, zie je het verschil”, zegt Nico. „Ik kwam met een glimlach over de finish, bij Dick droop de teleurstelling eraf. Verdorie, zei hij, ik heb niet de ‘3.30’ gehaald, de tijd die ik wilde.” Zo is zijn broer, zegt hij. „Dick wil dingen bereiken.”

Als student gaat Dick Schoof efficiënt met zijn tijd om. De vakken die er echt toe doen, daarvoor zet hij zich in. Vakken die hem niet zo interesseren, laat hij links liggen. Hij is geen man van de dikke boeken. Als een medestudent hem eens een interessant boek aanbeveelt, vraagt Schoof: „Heb je geen samenvatting van vijf pagina’s voor me?” Hij vindt zijn voorzitterschap van de roeivereniging minstens zo interessant, en de diverse overlegorganen van de universiteit waar hij aan meedoet. Daar scherpt hij zijn bestuurlijke intuïtie.

Als hij klaar is met zijn studie raakt hij korte tijd werkloos. Een zwarte periode. Schoof weet niet hoe hij zijn vrije tijd moet invullen, vertelt jeugdvriend Martijn Bakker. „Dick is geen bourgondiër, hij is niet zo van het uitleven. In al die jaren heb ik hem maar zelden dronken meegemaakt.”

Sturen

Dan vindt hij toch werk, bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daar leert Schoof onderhandelen met ministeries. Het ligt hem wel. De jonge Schoof valt op door zijn werklust en blijkt goed om te kunnen gaan met politieke belangen. Dat blijkt vooral als hij in dienst treedt bij het ministerie van Onderwijs. Hij helpt daar een jarenlang spelende vete tussen CDA en PvdA oplossen over de bekostiging van schoolbesturen.

Hij stapt in 1996 over naar Justitie en komt in 1999 aan het roer te staan van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Schoof ontwikkelt zich tot een van de rolmodellen van de nieuwe ambtenaar die overal inzetbaar is om ingewikkelde klussen te klaren. Maar ook een die niet uitblinkt door grote dossierkennis. De bestuurskundige Roel in ’t Veld zei in die tijd over Schoof: „Zijn kracht is zijn zwakte. Wat hij aan slagvaardigheid wint, verliest hij aan diepgang. Maar ja, wie zit er tegenwoordig op diepgang te wachten?”

In 2003 wordt Schoof directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid bij Binnenlandse Zaken. Daar mengt hij zich in een interne machtsstrijd. Na de moord op Theo van Gogh in 2004 wil de regering terrorismebestrijding centraliseren. Dat gebeurt bij het ministerie van Justitie waar de NCTV wordt ondergebracht. Daardoor dreigt de portefeuille van Schoof te worden uitgekleed. Hij doet er volgens bronnen alles aan om dat te voorkomen, maar dat lukt maar half. Schoof is directeur-generaal Veiligheid, maar heeft nog maar weinig zeggenschap.

Eind 2012 zoekt Schoof het hogerop. Een beoogde carrièresprong naar de hoogste toppen van de ambtelijke dienst mislukt echter. Schoof solliciteert tevergeefs naar de post van secretaris-generaal bij Defensie én bij Justitie, maar hij wordt niet aangenomen. Schoof is te ambitieus en te weinig gericht op overleg en consensus, vinden degenen die over die sollicitaties beslissen. Bovendien heeft hij als directeur-generaal Politie vijanden gemaakt bij de vorming van de Nationale Politie. Schoof mag dan een groot netwerk hebben, vrienden die hem op zo’n cruciaal moment kunnen helpen heeft hij niet.

Ook bij de NCTV is men niet enthousiast over zijn komst. De ondernemingsraad geeft begin 2013 een negatief advies af over zijn kandidatuur. De raad vindt Schoof niet geschikt als baas omdat hij als representant van Binnenlandse Zaken probeerde de NCTV uit te kleden. In een gesprek met de ondernemingsraad zou Schoof over zijn draai hebben gezegd: „Toen was toen, nu is nu.”

Bovendien vindt de ondernemingsraad hem te veel bezig met beeldvorming in de media, en te weinig aandacht hebben voor zijn personeel. Of, zoals Schoof zelf zegt: „Ze zeiden: ‘U bent enorm extern gericht, dus zorg ervoor dat u de interne gerichtheid op de medewerkers niet vergeet.’ Na een goed gesprek daarover was er unanieme instemming met mijn benoeming.”

Helikopter

Bij de NCTV krijgt Schoof meteen te maken met Syriëgangers, de megabeveiligingsoperatie rond de nucleaire top in Den Haag en de MH17 die neerstort. Schoof maakt in 2014 soms werkweken van negentig uur – met plezier. Hoezeer hij zich met zijn werk identificeert blijkt uit de inrichting van zijn werkkamer op de zevende verdieping van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar staat onder meer een kleine replica van een helikopter van een antiterreureenheid.

De veiligheidscoördinator staat in het centrum van de belangstelling. Schoof vindt dat niet onplezierig. Het is nodig dat terrorismebestrijding een „professioneel, niet-politiek gezicht” kent, vindt hij. En hij denkt dat hij het wel goed doet. „Hij is geen glamourboy”, zegt zijn broer Nico, „maar inhoudelijk in de belangstelling staan vindt hij wel mooi.”

Mediaoptredens betekenen voor Dick Schoof: balanceren. Hij is ambtenaar en mag de politiek verantwoordelijken niet te veel in de wielen rijden. Volgens intimi moet Schoof soms „flink zijn best doen” om niet te veel te zeggen, waardoor politici in een lastige positie zouden komen. Daarnaast let hij op zijn uitstraling naar het publiek: geen onnodige onrust zaaien, maar tegelijk laten zien dat de overheid alert is. Schoof weet dat midden meestal goed te vinden, zegt bestuurskundige Paul ’t Hart, die Schoof ‘lesgeeft’ op de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. „Wat Schoof goed doet”, zegt hij, „is doseren en anticiperen. Rustig blijven en overzicht houden – best knap voor iemand die juist veel onrust en dynamiek uitstraalt. Hij schakelt na een incident niet meteen door naar het hoogste dreigingsniveau. Als hij dat wel zou doen en er gebeurt niks, blijven burgers met een katterig gevoel achter.”

Al die aandacht heeft ook een keerzijde: hij wordt persoonlijk beveiligd. Maar ras-optimist Schoof probeert er de vrolijke kant van in te zien. Dat hij bijvoorbeeld in een snelle gepantserde auto wordt rondgereden en nooit stil hoeft te staan, vertelt broer Nico „Dat zijn de dingen die hij leuk vindt. Hij is heel positief ingesteld.”

Wake-upcall

Dick Schoof vindt zijn werk zó leuk, dat hij er volledig door wordt meegesleept en zijn privéleven kan verwaarlozen. Hij heeft weinig vrienden. Geen tijd voor. Zijn twee geadopteerde dochters hadden hem vroeger wel vaker willen zien. „Hij was de man die als het meezat op zondag het vlees kwam snijden”, zegt jeugdvriend Martijn Bakker. „Nee zeggen tegen zijn werk vindt hij heel moeilijk. Daar heeft hij vroeger missers mee gemaakt.”

Schoof scheidde een aantal jaar geleden van zijn vrouw. „Dat was voor hem een wake-upcall, zo van: waar ben je in godsnaam mee bezig?”, zegt Bakker. Schoof nam zichzelf voor meer tijd te nemen voor andere dingen in het leven. Voor zijn dochters, voor reflectie op waar hij echt gelukkig van wordt. Maar net nadat hij zich dit had voorgenomen, werd hij terrorismecoördinator, met minder tijd dan ooit. „En dan treedt zijn optimisme aan de dag”, zegt Bakker. „Hij heeft weer een doel, dus moet hij zich daar dan maar even op richten en op de een of andere manier zorgen dat hij een balans vindt tussen zijn werk en zijn dochters.”

Heeft hij die balans gevonden?

„Ik ben nog steeds wel erg gefocust op mijn werk”, zegt Dick Schoof er zelf over. „Wat ik doe, wil ik ook goed doen, maar ik doe het nu wel anders.” Mensen om hem heen merken dat hij zijn prioriteiten beter is gaan stellen. Meer tijd is gaan besteden aan zijn dochters. Zijn omgeving verrassen met de mededeling dat hij het boek The Sleepwalkers – How Europe Went to War in 1914 van Christopher Clark had gekocht. En al bijna uit had. En laatst was er een dag waarop Dick Schoof helemaal niet heeft gewerkt. Hij ging skiën met zijn dochter en heeft geen moment de telefoon opgepakt. Dat zien zijn vrienden als een goed teken. En Schoof zelf ook. „Je moet stabiel en een beetje gelukkig zijn, anders kun je deze baan niet aan.”