Mezen helpen elkaar

illustratie irene goede

Als je een pindasnoer in de tuin hebt, of zo’n pot vogelpindakaas of een vetbol, kun je zelf bioloog gaan spelen. Ga een tijdje voor het raam zitten. Welke vogels komen er op je pindasnoer af? Je kunt ook kijken hoe laat de vogels komen. En of ze in een groepje komen of in hun eentje.

Echte biologen hebben dat ook gedaan. Ze gingen in de winter vogels tellen bij voedertafels. Niet in de tuin, maar in een Engels bos waar veel mezen wonen. Ze telden koolmezen, pimpelmezen en glanskoppen. Dat zijn grijze mezen met een zwart petje. Die zie je niet zo vaak, want glanskoppen houden meer van bossen dan van tuintjes. Vooral ’s ochtends kwamen alle mezen eten bij de tafels. Is dat bij jou ook zo? En de mezen kwamen in gemengde groepjes. Pimpelmezen met koolmezen en af en toe een glanskop. Gezellig.

Maar nu komt het leukste. De mezen bleken elkaar te kennen. En ze kenden niet alleen de mezen van hun eigen soort, maar ook die van de andere soorten. Alle mezen uit het bos hadden heel snel door wanneer er nieuw eten op de voedertafel lag. Dat kan niet zomaar. Ze moeten met elkaar mee vliegen naar de voedertafel! Het leek alsof de glanskoppen de verkenners waren, en dat de pimpelmezen en de koolmezen er achteraan gingen.

Wat zouden die glanskoppen daarvan vinden? Geen idee. Misschien vervelend, omdat het eten opraakte. Maar misschien ook wel fijn. Want in een grote groep zijn mezen veiliger. Mezen samen aan een snoer pinda’s – dat is dan net zoiets als met je vrienden een frietje halen!

Er is nog iets bijzonders. De biologen hadden niet dagenlang naast de voedertafel gezeten voor hun onderzoek. Ze hadden een heleboel mezen in het bos ‘gechipt’. Ze gaven mezen een chipje onder hun huid, net zoals je met de poes kan doen. In de voedertafels zat een chiplezer verstopt. Die hield automatisch bij welke mees bij de voedertafel kwam. De biologen konden rustig een beker warme chocomel gaan drinken.