Column

Iedereen denkt: hee, wat een vlotte jeans draagt meneer

Omdat ik op weg naar een spreekbeurt in Arnhem in de trein uit de broek scheurde, moest ik snel een nieuwe. Ik had weinig tijd en liep de op het oog hipste winkel in de buurt van het station binnen. De winkel heette Score, de verkoper had een baard en droeg de spijkerbroek in de sokken.

Ik wilde een zwarte spijkerbroek, maar zo simpel was dat niet.

„Wat voor broek?” vroeg de verkoper.

Met mijn antwoord – ‘niet te strak en niet te wijd’ – kon hij niets. „G-Star, Diesel, Chasin…”

Ik koos G-Star. Hij verdween om vijf minuten later hoofdschuddend terug te komen.

„Van G-Star hebben we niets in het zwart.”

„Doe dan maar Chasin.”

Hadden ze ook niet.

„Wat hebben jullie wel?” vroeg ik.

Ook daarvoor moest hij naar het magazijn, een minuten vretende tocht. Zwarte spijkerbroeken hadden ze alleen van het merk Diesel, bleek even later. En dan alleen een ‘joggjeans’, hetgeen me werd uitgelegd als een spijkerbroek die aanvoelde als een joggingbroek.

Ik: „Maar het is wel een spijkerbroek?”

Hij: „Het is geen jeans.”

Ik: „Wat is het dan?”

Hij: „Jogging-stretch, maar iedereen denkt: hee wat een vlotte jeans draagt meneer.”

Hij sloeg de armen over elkaar. „Wat doen we?”

Hij kwam terug met de grootste maat, het resultaat oogde naar tevredenheid. Ik wilde hem aanhouden en vertrekken.

„Ga je ’m ook wassen?”

De vraag riep een serie vervolgvragen op.

Hoefde dat tegenwoordig niet meer? En zo ‘ja’, wat dan nog? „Nou gewoon”, zei de verkoper, „omdat hij dan toch minimaal twee maten kleiner wordt”.

„Smaller?” vroeg ik.

„Nee, korter”, zei de verkoper. Hij voegde eraan toe: „En dat is echt geen gezicht.”

Ik wees hem erop dat hij de broek zelf in sokken droeg. Hij: „Maar dan weet je hij langer is, dan weet je dat. Dan mag het wel.”

Ik zag aan zijn hoofd dat de zaak hem boven het hoofd begon te groeien. Hij riep zijn collega erbij, een meisje in een lange, scheve trui.

„Ik zei tegen meneer dat dit na een keer wassen te kort wordt. Wat vind jij?”

Zij vond hetzelfde, maar zei het anders: „Hij wordt korter, dat is wat het verhaal is.”

Hij: „Ik kan voor een ander kleurtje wel het magazijn in duiken.”

Daarvoor had ik geen tijd. In een nieuwe broek verliet ik de winkel en tijdens de spreekbeurt daarna zag ik ze alle vijf kijken met een blik van ‘hee wat een vlotte broek draagt meneer’. Voor jullie heb ik een joggjeans gekocht, dacht ik de hele tijd als ik naar die koppen keek. Ik probeerde om maar zoveel mogelijk van de broek te genieten, dat kan binnenkort niet meer.