Mannen krijgen nu de klappen

Laagopgeleide mannen verdienen minder, zijn vaker werkloos, hebben minder vertrouwen in anderen, plegen vaker zelfmoord. Het aantal verlorenen groeit, becijfert Jan Latten.

Het zijn barre tijden voor mannen. In de economische crisis kregen zij de rake klappen. Vrouwen wisten hun positie te handhaven, en, als we langer terug kijken, sterk te verbeteren. Zij zijn nu dominant in bijvoorbeeld de rechterlijke macht en het onderwijs.

Terwijl het maatschappelijk debat zich op quota voor hoogopgeleide vrouwen in topposities binnen het bedrijfsleven richt, dreigt ‘bestaansonzekerheid’ voor een groeiende groep mannen.

Ook mannen hunkeren naar geborgenheid, aandacht, een gezin en kansen in het leven. Met het toenemende emancipatiesucces van jonge generaties vrouwen – beter opgeleid dan jonge mannen en in toenemende mate economisch zelfstandig – lijken zij deze zaken mis te lopen. Met name mannen zonder noemenswaardige opleiding en met weinig ‘sociaal kapitaal’ lopen risico. Zij missen, meer dan andere mensen, bestaanszekerheid.

Voor het eerst in de geschiedenis hebben jonge mannen vaker dan jonge vrouwen nauwelijks of geen opleiding. Natuurlijk, een diploma hoeft niet allesbepalend te zijn, maar blijft een belangrijke indicatie voor levenskansen.

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten het volgende zien: mannen met relatief weinig opleiding verdienen niet alleen minder geld dan andere mannen, ze zijn ook vaker werkloos. Zij hebben aanmerkelijk meer zorgen over hun huidige – en toekomstige financiële situatie. Ook missen ze vaker vertrouwen in anderen, hebben vaker psychische problemen, plegen vaker zelfmoord en zijn vaker crimineel.

In een situatie waarin vrouwen steeds hoger opgeleid zijn en bovendien ook economisch zelfstandig, kunnen we over de toekomstige kansen voor deze mannen op de relatiemarkt alleen maar speculeren. Zouden zij, net als bij sollicitaties, ‘achteraan’ komen te staan en het nakijken hebben als het gaat om aandacht, een levenspartner die hen steunt en een gezin?

Onderzoek van het CBS laat zien dat zowel kinderen van laagopgeleide vaders als kinderen van laagopgeleide moeders minder vaak op het vwo terechtkomen. Statistisch gezien is het negatieve effect sterker wanneer beide ouders laagopgeleid zijn. Wordt een vrouw verliefd op een laag opgeleide man, dan loopt ze statistisch blijkbaar meer risico dat haar kind het straks op school en in de samenleving minder goed doet.

‘Opwaarts’ verliefd worden daarentegen, verhoogt het onderwijssucces van haar toekomstige kinderen. Alleen al daarom hebben de laagst-opgeleide mannen het moeilijker op de relatiemarkt. En aangezien er inmiddels meer jonge mannen dan vrouwen zijn met weinig opleiding, zijn er voor de mannen aan de onderkant van de hiërarchie steeds minder gegadigden.

In één op de vijf stellen is de vrouw inmiddels de hoofdkostwinner. Ook hier verliezen de mannen dus terrein. Dat is prima voor de gender-balanced bovenlaag, maar minder goed voor de alleenverdienende mannen aan de onderkant. Zodra een man een minimumloon verdient of zelf bijstand ontvangt, heeft hij financieel nauwelijks nog iets toe te voegen. Al sinds de jaren ’70, toen de bijstand werd ingevoerd, heeft de verzorgingsstaat zich immers opgeworpen als eventuele vervanger van een mannelijke kostwinner.

Wanneer een niet-werkende moeder van haar gering verdienende partner scheidt, heeft ze (mogelijk) recht op een bijstandsuitkering. In dat geval verandert haar inkomen niet veel. Het maakt financieel soms ook weinig uit wanneer ze een nieuwe partner krijgt die wellicht ook weer weinig verdient of zelf bijstand ontvangt. Het bijstandsniveau wordt immers aangepast aan het aantal personen in het gezin.

Het welvaartspeil in het beschreven scenario blijft laag. Met andere woorden, een man met weinig of geen opleiding in combinatie met een onzekere baan of onzekere financiële situatie voegt als kostwinner maar beperkt iets toe aan de financiële zekerheid van (bijvoorbeeld) een alleenstaande moeder in de bijstand.

In recent onderzoek van CBS staat dat juist onder laagopgeleiden het leven turbulenter verloopt dan onder hoogopgeleiden. Laagopgeleide mannen rond de 30 zijn vaker ex-echtgenoot of ex-vriend – ook als ze vader zijn. Laagopgeleide vrouwen zijn vaker alleenstaande moeder. Vrouwen vragen nog altijd vaker echtscheiding aan dan mannen.

Melden die laagopgeleide mannen zich rond hun dertigste dan opnieuw op de ‘relatiemarkt’, dan stuiten ze daar op hoge eisen. Hoogopgeleide vrouwen en laagopgeleide mannen vinden elkaar nauwelijks. Blijven hoogopgeleide vrouwen misschien liever alleen dan te kiezen voor de vergeten mannen?

Laagopgeleide mannen blijven vaker dan anderen kinderloos: drie van de tien laagopgeleide mannen heeft geen kinderen. En dus hebben ze straks ook geen kleinkinderen – en in wezen vaak niemand. Dat is zorgelijk in een samenleving waarin mantelzorg vooral van familie komt. 85 procent van de laagopgeleide vrouwen heeft daarentegen wel kinderen, hun sociale context is groter waardoor ze sterker in het leven staan dan de alleengaande mannen.

Zo bezien is er een groep mannen in aantocht die de aansluiting mist en voor wie maar weinig vrouwen vallen. Mannen die alleen blijven, zonder nakomelingen of contact met hun kinderen, zonder mantelzorger of iemand die hen op het rechte pad houdt.

Dit is geen uniek Nederlands verschijnsel. In Duitsland vormt het fenomeen een probleem in plattelandsgebieden; daar ontbreken steeds vaker vrouwen omdat ze naar de welvarende steden trekken. In China ontstaat een enorm overschot aan mannen – het gevolg van een ongelijke sexratio onder nieuwgeborenen. Toch zeggen succesvolle vrouwen in Shanghai of Beijing desondanks moeite te hebben een partner te vinden die bij hen past. De miljoenen ongeletterde boeren van het platteland tellen voor hen blijkbaar niet als serieuze optie.

In Nederland trekken jonge vrouwen intussen naar de steden om te studeren of te werken. Ze laten de mannen op het platteland achter.

Diverse instanties vangen inmiddels signalen op van een vergeten probleemgroep. Neem bijvoorbeeld woningbouwverenigingen. Zij treffen vaker alleenstaande mannen met schulden van wie de woning moet worden ontruimd. En in de gezondheidszorg constateert men een snelle stijging van het aantal mannelijke Korsakov patiënten als gevolg van zwaar alcoholgebruik. Daarnaast ziet het CBS dat het aantal zelfdodingen onder mannen van middelbare leeftijd het afgelopen jaar sterk is toegenomen. Rond de Kerst waren er de meldingen van grote aantallen dakloze mannen.

Al deze verschijnselen moeten niet los van elkaar worden gezien.

En dan te bedenken dat volgens prognoses van het CBS het aantal oudere alleenstaande mannen in de komende jaren met honderdduizenden zal toenemen.

De genoemde demografische trends zijn meetbaar en onmiskenbaar. Het is aannemelijk dat ze deels te zien zijn als ‘unintended consequences’ van het emancipatieproces, waarbij de nadruk vanzelfsprekend vooral op de positie van de vrouw ligt. Of het een en ander gericht beleid noodzakelijk maakt, en zo ja welk, is uiteraard aan de politiek, maar dat voornoemde trends zich voordoen en dat we die dus onder ogen moeten zien staat vast.