In de reclame is de man een sul en de vrouw een bitch

We kijken graag naar onszelf, zeggen reclamemakers. Maar paraderen mannen echt met roze handschoenen door het winkelpad? Tijd voor een realitycheck, schrijft Yaël Vinckx.

Hij paradeert met roze schoonmaakhandschoenen door het winkelpad, tuint met open ogen in iedere ‘superdeal’. Nergens is de man meer een mislukte vrouw dan in de reclame.

Mannen verdienen gemiddeld 18 procent meer dan vrouwen, maar gaan ze boodschappen doen, dan moeten ze plots tussen de naden van de bank naar een euro zoeken. En hebben ze zo’n muntje gevonden, dan houden ze het triomfantelijk omhoog en rennen ze naar de supermarkt om – alweer ! – iets te kopen wat hun vrouwen toch echt niet op het boodschappenlijstje hadden gezet.

Mannen geven in het dagelijks leven leiding aan bedrijven, instellingen en politieke partijen, ze bestieren afdelingen personeelszaken en boekhouding, maar eenmaal in de supermarkt blijken ze niet te kunnen rekenen. En is er plotseling ook iets mis met hun geheugen.

Natuurlijk, het is een parodie, een overdrijving. Zoals een schrijver de karaktertrekken van zijn personages uitvergroot, zo dikt een reclamebureau de fouten van de sullige huisvader aan. Tegelijk moet de huisvader – en niet te vergeten, zijn vrouw – zich wel herkennen in de reclamespot. De onhandige man staat dicht bij ons, zeggen ze bij het reclamebureau. En ook: iedereen heeft wel een oom als meneer Van Dalen, de knullige bedrijfsleider van Albert Heijn.

Op die herkenbaarheid valt wel het een en ander af te dingen. We kijken graag naar onszelf, voeren reclamemakers aan. Onszelf, dat is in hun ogen het blanke middenklasse gezin, met vader, moeder, zoon en dochter. Dat Nederland inmiddels 2,8 miljoen singles, ruim 500.000 alleenstaande ouders en 184.000 stiefgezinnen telt, en dat zeker 25.000 kinderen opgroeien bij een homostel, lijken ze niet te willen opmerken.

Dat de blanke man op de hak wordt genomen, is niet nieuw. In de jaren zeventig dolf Archie Bunker het onderspit in All in the family; in de jaren tachtig moest Al Bundy het ontgelden in Married with Children en gedurende de jaren negentig werd Dan Conner voortdurend in de hoek gezet door zijn hatelijke vrouw Roseanne. Het is een bekend gegeven in comedy; vergroot de fouten uit, dat vindt het publiek grappig en maakt de personages herkenbaar. Dus werden de mannen almaar dikker en knorriger, en waren ze nooit in staat hun vrouwen van repliek te dienen.

Alleen blanke mannen worden zo afgezeken; een vrouw of allochtoon niet. Maar stelt u zich het eens voor. Een dikke vrouw zit op het hoofdkantoor van de Rabobank. Een mannelijke collega schuifelt langs en stelt een rotklus voor, in zijn woorden een ‘superdeal’. In ruil, zo fluistert hij, zal hij tussen de middag een lekker broodje voor haar halen en zal hij haar na kantoortijd nemen op de kopieermachine. En ondertussen zit zij gelukzalig te knikken. Stapt u gelijk over naar de Rabobank? Mwah. Maar waarom lachen we dan wel om een man in dezelfde situatie?

Of deze. Een Surinamer, werkzaam in een fastfoodrestaurant, leunt op de mayonaisefles die over de vloer flotst. Een domme knecht, kortom, en nog zwart ook. Kom daar nog maar eens om na de Zwarte Pieten-discussie.

We kijken graag naar onszelf, zeggen de reclamemakers. Ok, even dan, for the sake of the argument. Ik heb namelijk zo’n standaard blank middenklasse gezin: man, dochter, zoon. Twee keer per week zorgt man voor het avondeten, want de overige dagen werkt hij in zijn eigen onderneming, en ik laat hem, want hij verdient er twee keer meer dan ik. Afijn, op donderdag eten we dus sushi (van de toko om de hoek) en op vrijdag eten we restjes (uit de binnenkant van de ijskast gekrabt).

De rest van de week haal ik de boodschappen, en ik maak mijn afweging op de combinatie geld, tijd en vervoermiddel. De voorraden op de fiets bij Dirk, de vergeten boodschappen bij Albert Heijn om de hoek, en naar de Jumbo ga ik niet, want dan moet ik in de auto naar een buitenwijk en daar heb ik geen zin in.

Nee, ik denk dat er sprake is van een soort misplaatste wraak. Omdat vrouwen in het werk doorgaans minder te zeggen hebben dan mannen, die meer verdienen en meer bevoegdheden hebben, moet de man het ontgelden in wat nog altijd het domein van de vrouw is: het huishouden. Buiten de deur is hij het heertje, maar wij, vrouwen weten wel beter. Binnen de deur is-ie namelijk een sul.

Nu mag u van mij de rest van uw leven naast een sul op de bank zitten. Maar ik ben wel klaar met die reclames waar de vrouw wordt afgeschilderd als een dominante bitch en de man als mislukte vrouw.