Ik zoek de deuken en de kreukels

Actrice Carine Crutzen (53), bekend van onder andere Majesteit en De Daltons, speelt gekke Bibi in de toneelklassieker van Willem Jan Otten, Een Sneeuw. „Ik denk wel eens: ik word toch ouder, ik zou wel wat rustiger kunnen worden. Maar nee.”

Cougar

„Ik speel het liefst zoveel mogelijk verschillende vrouwen. Personages met wie iets mis is. Een vrouw die vanuit de goot opkrabbelt, een vrouw die het ogenschijnlijk allemaal voor elkaar heeft en dan door haar hoeven zakt. Mens zijn – en dat klinkt dan heel groot – is conflict hebben met jezelf. Hoe doe je het in het leven? En wat is de zin ervan? Dat geldt zeker voor mijzelf en dus zoek ik dat ook in personages. Ik zoek de deuken en de kreukels, de kwetsbaarheid en de kracht. Acteren is analyse, en overgave aan emotie. Voor film word ik vaak voor klassieke, intelligente, hoog opgeleide vrouwen gevraagd. Al merk ik dat ik een generatie opschuif. Gek genoeg krijg ik nu vaak de rol van cougar aangeboden. Dan moet ik ineens met een 25-jarige jongen in bed liggen. Ik vind dat best, als het verhaal maar genoeg diepgang heeft maar meestal is dat niet zo.”

Bibi

„Ik heb even getwijfeld of ik de rol van Bibi wilde spelen. Een Sneeuw is prachtig, alleen speel ik pas vanaf halverwege het stuk. Dat is heel raar. Iedereen komt op, loopt af, en ik sta als buitenstaander langs de kant. Dan loop ik wat heen en weer tussen de kleedkamers. Toch wilde ik het graag doen, want ze is heel interessant. Bibi is gek, maar Bibi is niet gek. Ze vertoont gestoord gedrag, absoluut, maar gaandeweg besef je dat zij eigenlijk de enige normale is.”

Een Sneeuw

„Het toneelstuk gaat over een familie die de verjaardag viert van een man die niet kan praten. Elk personage heeft een lading. Ik bedoel, elk personage heeft zijn problemen, zijn herinneringen aan het kamp in Indië, maar niemand heeft het erover. Het stuk houdt constant een balletje op en pas als Bibi komt dondert de boel in elkaar. Twee weken terug was de première in de Stadsschouwburg Amsterdam. We hadden goede recensies. Gelukkig. Het is een prachtige schouwburg, maar we hadden weinig try-outs gehad en dan sta je ineens in zo’n grote zaal. Dan is het toch wel moeilijk om ineens over het voetlicht te komen. Hoe brutaler we dan spelen, hoe beter. Bij zo’n première zitten er nogal wat hotemetoten: acteurs, politici, schrijvers. Je moet dan toch denken: ach schijt, wat kan mij het schelen.”

The Post Online

„Ik schrijf regelmatig. Reisverhalen. Opiniestukken. En columns, voor het blog The Post Online bijvoorbeeld. Via Twitter leerde ik hoofdredacteur Bert Brussen kennen. [Brussen schreef eerder voor GeenStijl] Ik vond hem nogal een schreeuwer, maar het klikte. Ik schrijf er nu op onregelmatige basis columns voor. Niet vast, want ik wil geen meningenmachine zijn. Soms zit me iets enorm hoog en dan heb ik de behoefte om het op te schrijven. Over dat ik vind dat er te veel meningen over meningen zijn, of over bezuinigingen op geestesziekten, over zwarte piet, kunstsubsidies, noem maar op. En nee, The Post Online is geen rechts blog. Het heet: ‘Voorbij het eigen gelijk.’ Maar dan nog, is het verboden om rechts te zijn? En wat betekent dat dan precies? Ik vind mezelf liberaal; ik kan me niet voorstellen dat een kunstenaar niet vrijzinnig is.”

Recalcitrant

„Ik ben recalcitrant. Ik ben fel. Ook tot mijn eigen verbazing af en toe, hoor. Ik denk wel eens: ik word toch ouder, ik zou wel wat rustiger kunnen worden. Maar nee. Ik heb het altijd gehad. Op mijn middelbare school werd debatteren erg gewaardeerd. Durf nou gewoon eens stelling te nemen, ik zet er een andere tegenover en dan komen we ergens. Maar in Nederland zijn we zo voorzichtig. Ik heb steeds minder angst om dingen uit te spreken. Dat komt misschien ook omdat mijn ouders net zijn overleden en mijn twee zoons de deur uit zijn. Ik ben wees. Verweesd. Ineens sta ik alleen op de wereld. Ik heb natuurlijk mijn partner wel, maar toch gebeurt er iets. Ik was aan alle kanten verbonden – dat wilde ik ook – en dan ineens ben ik onthand. Ik moet de dingen opnieuw uitvinden.”

Psychologie

„Vroeger wilde ik acteren, zingen en schrijven. Ik zat ook in een bandje. In eerste instantie durfde ik niet naar de toneelschool, dus ik ging psychologie studeren. Een logische stap vond ik: het draait net als bij acteren om de vraag hoe de mens in elkaar steekt. Maar ik besefte na een jaar dat ik stom statistiek zat te leren omdat ik te bang was voor de Toneelacademie Maastricht. De knop ging om en ik meldde me aan. Ach, het is een vreemd beroep, acteren. Waarom vind je jezelf zo waardevol dat een hele zaal vol mensen naar jou moet kijken? Het is waarschijnlijk ijdelheid. Het lekkere van spelen – als het goed gaat – is dat je het publiek in de klauwen hebt en je totaal vrij voelt. Dat is een machtsgevoel. Dat zijn allemaal dingen die je negatief zou kunnen vinden, maar misschien ben ik gewoon zo gebakken.”

Herijken

„De eerste keer dat mijn man [acteur Nico de Vries, red.] en ik zonder kinderen op vakantie gingen, hadden we flinke ruzie. Onze twee zoons zijn het huis uit – maar dan ook echt, hun spullen zijn weg – en Nico en ik moeten onszelf herijken. We moeten opnieuw bepalen wie we samen zijn. Vinden we elkaar nog leuk genoeg? Dat is heel eng. We lagen echt soms in bed te praten en dachten, wat doen we nu, wat zeggen we allemaal? Maar uiteindelijk is het goed. Praten. Ik heb hem leren kennen op de toneelschool. We zijn niet getrouwd. Ook heel recalcitrant van ons. [Ze lacht] Het moet per dag, zeggen we. En dat doen we al 32 jaar elke dag.”

Limburg

„Ik ben opgegroeid in Limburg, mijn ouders zijn er altijd blijven wonen. Eerst werd mijn vader ziek: hij had Parkinson en werd dement. En nadat hij was overleden kreeg mijn moeder longkanker. Zij is anderhalf jaar geleden gestorven. Ik ben lang aan het zorgen geweest. Ik weet nog dat ik voor de laatste keer wegreed uit het huis, in de auto van mijn moeder, en toen enorm heb zitten janken. Ik reed niet alleen van het huis van mijn ouders weg, maar ook van Limburg. Alsof ik de deur naar mijn jeugd dichtdeed. Dat is een heel raar gevoel. Ik spreek Limburgs, ik hou van Limburg. Limburg is voor mij vlaaien bakken, met opa op de brommer naar een oudoom en dan bloemen plukken in het veld voor oma.”

Depressie

„Na de toneelschool ben ik vier jaar ziek geweest, waarvan twee jaar echt zwaar depressief. Hyperventilatie. Angstaanvallen. Ik wilde dood in die tijd. Ik was naar Amsterdam verhuisd en probeerde me staande te houden in een totaal andere wereld. Dat ging gewoon niet. Ik wilde altijd een goede dochter zijn. En ik had het beeld van mezelf dat ik heel sterk was. Een praatpaal voor iedereen. Ik deed stoer, maar daaronder zat een kwetsbaar en bang meisje. Die depressie heeft me mijn grenzen doen zien. Ik wil niet meer zo enorm bang zijn. Misschien uit ik me daarom ook makkelijker. Ik verstop me niet langer. Een opluchting was dat. We zijn allemaal mensen. En als ik iets meemaak dan heeft een ander dat waarschijnlijk ook, zo denk ik vanaf die tijd. Ik ben niet uniek.”