‘Ik zie er relaxter uit nu’

Elke week vertelt iemand over zijn of haar eigenzinnige kledingstijl. Harriet Calo: „Mijn hoofd is nu oud genoeg voor mijn armen.”

foto Jan Willem Kaldenbach

Harriet Calo (63) uit Amsterdam was hoofdredacteur van glossy’s als Avenue en Marie Claire, en heeft nu een modeblog, isntitdivine.com

U wilt er stoer en elegant uitzien, vertelde u.

„Dat vind ik een leuke combinatie. Als ik een mooie, satijnen top draag, doe ik daar sneakers bij aan. Als alles klopt, word je een dame, en dat is niet wat ik wil zijn. Het hoort ook bij deze levensfase om er relaxter uit te zien. Ik hoef niet iedere dag op mijn knapst op mijn werk te verschijnen.

„Toen ik in 2013 stopte bij Sanoma (uitgeverij), dacht ik dat ik veel minder kleren zou gaan kopen. Dat is niet gebeurd. Ik vind het gewoon heerlijk in winkels: die muziek, die meiden, die rekken vol nieuwe dingen. Maar ik koop wel anders. Ik zal niet zo gauw meer een rok aantrekken. En ik ben een echte sneakerkenner geworden. Ik ben veel mobieler dan vroeger, veel meer op straat, loop veel. Ik vind platte schoenen ook heel mooi. Het is niet meer van deze tijd, om te strompelen op moeilijke schoenen. En al helemaal niet elegant.”

Heeft u veel geleden voor de mode?

„Vroeger danste ik de hele nacht op heel hoge hakken en liep daar dan ook op naar huis. Maar dat ging eigenlijk meer over er mooi uitzien, dan over mode. Ik heb wel te veel geld uitgegeven aan mode, zoals aan gouden Chanel-leggings, die ik twee keer heb gedragen.”

Is het nu moeilijker om kleren te vinden dan vroeger?

„Heel gekke dingen, zoals een enorme tutu, dat doe ik niet meer. Maar er blijft genoeg over. Er is een tijd geweest dat ik alleen lange mouwen droeg, omdat ik mijn armen te oud vond voor mijn gezicht. Maar mijn hoofd is nu oud genoeg voor mijn armen.”

Doet u er veel voor om mooi te blijven?

„Dat valt wel mee. Ik eet gezond, en niet te veel. Mijn moeder en oma waren voorbeelden van Hollands welvaren. Mijn zus en ik zeiden altijd tegen elkaar: ‘Dat gaan wij niet doen later.’ En dat is gelukt.”

Milou van Rossum