Echt nooit te oud om te leren

Scholing voor oudere werknemers is uitzonderlijk. Jammer, want ze worden er veel gemotiveerder door.

Foto’s Mieke Meesen

Ed van den Bosch (60) loopt met een brede glimlach door lokaal 305 van het Schoter in Haarlem. „Leren doe je je hele leven – anders ga je het onderwijs maar uit. Dat zei een docent op de pedagogische academie tegen me, ruim veertig jaar geleden.”

Al die tijd heeft Van den Bosch de woorden van die docent onthouden. „Hoe kun je leerlingen iets bijbrengen als je zelf niet weet wat leren is?”

De schoolbel heeft gerinkeld. Net stonden er nog twee brugklasleerlingen aan zijn bureau om iets te vragen over het voltooid deelwoord, nu schuift Van den Bosch de stoelen netjes aan. Her en der raapt hij propjes op. „Je moet voorkomen dat je op de automatische piloot gaat lesgeven. Door je te ontwikkelen, blijf je geïnspireerd. Mensen vragen me soms: ‘Hoe lang moet je nog?’ Hoezo, hoe lang? Zolang mijn lichaam het aankan, ga ik door!”

De woorden van Van den Bosch sluiten mooi aan bij de onderzoeksresultaten die Raymond Montizaan en Andries de Grip van het Research Centre for Education and the Labour Market (Universiteit Maastricht) begin deze maand publiceerden. In een online enquête ondervroegen ze duizenden 45-plussers, werkzaam in het onderwijs en bij de overheid, en hun werkgevers over motivatie bij senioren.

Wat blijkt? Oudere werknemers zijn sneller gemotiveerd en bereid om tot op hogere leeftijd door te werken als hun werkgever ze goede scholingskansen geeft. Extra verlofdagen of een lichter takenpakket werken juist niet motivatieverhogend – terwijl die laatste maatregelen nu vaak onderdeel vormen van CAO-onderhandelingen.

Montizaan (34): „Werkgevers veronderstellen vaak ten onrechte dat het niet loont om in scholing van 45-plussers te investeren, omdat ze relatief snel met pensioen gaan. Veel bedrijven hebben de laatste jaren fors op scholing bezuinigd, en dan vooral op scholing voor ouderen. Maar juist door te investeren, kun je ze langer bij je bedrijf houden.”

Ook werknemers geven meestal de voorkeur aan seniordagen boven scholing, omdat ze er niet direct bij stilstaan dat ze er extra gemotiveerd door kunnen raken. Montizaan: „Bovendien zien ze dat verlof toch als een soort verworven recht. Daar willen ze niet zomaar afstand van doen.”

William Elfrink (63) maakt als procesmanager bij het Rijksvastgoedbedrijf al sinds zijn 59ste gebruik van seniorendagen, vaak om op zijn twee kleinkinderen te passen. „Of ik ga hardlopen, of naar een museum.”

Bij het Rijksvastgoedbedrijf krijgen senioren volop de kans om zich te blijven ontwikkelen, vindt Elfrink. „We hebben eens een cursus gehad speciaal voor 55-plussers, om te kijken waar je nog op wil focussen. En een collega die rond de 60 is, is zelfs nog bezig met een opleiding tot projectmanager bij de Rijksprojectacademie, twee dagen per maand. Dat zoiets kan, vind ik mooi.”

Ook uit het Maastrichtse onderzoek blijkt dat alleen al de mogelijkheid om scholing te volgen, motiveert. Montizaan: „Werknemers die wel het aanbod krijgen, maar er geen gebruik van maken, profiteren ook. Het signaal dat de werkgever in hen wil investeren, is heel waardevol.”

Kennis en ervaring

Juist aan die mindset ontbreekt het nu vaak bij werkgevers, zegt Montizaan. Hij haalt een onderzoek van socioloog Kène Henkens aan, waaruit bleek dat werkgevers in Nederland pessimistischer zijn dan in de rest van Europa over de productiviteit van oudere werknemers. En dat terwijl er vrijwel geen bewijzen voor die verminderde productiviteit zijn, volgens Montizaan. „Je wordt cognitief misschien iets minder snel, maar vaak compenseer je dat als seniorwerknemer ruimschoots met ervaring.”

Barbara Martens werkt al sinds 1973 bij het ROC Nova College Haarlem in de unit gezondheidszorg en welzijn. Dit voorjaar wordt ze 65, maar dat betekent absoluut niet dat ze stilzit. Martens is onder meer lid van de ondernemingsraad en geeft trainingen aan collega’s. Ook stond ze aan de wieg van de Nova Academie, die scholing voor het eigen personeel verzorgt.

In 2014 heeft ze trainingen gevolgd tot assessor. „Bij ons op school moeten de leerlingen een assessment doen aan het eind van hun opleiding. Een eindgesprek, zeg maar. Toen heb ik gezegd: ik wil me verdiepen in het goed voeren van assessmentgesprekken.”

Bij het Consortium Beroepsonderwijs liet ze zich bijscholen en volgde ze de cursus ‘Train de trainer’. „Als je wilt dat alle assessmentgesprekken gelijkwaardig zijn, moet je ervoor zorgen dat alle docenten weten waar ze aan moeten voldoen.” En dus traint Martens nu samen met acht collega’s de overige collega’s. „Daar zitten jonkies tussen, maar ook 50-plussers.”

Volgens Martens hangt de motivatie van werknemers niet zozeer af van hun leeftijd, maar van het feit of de scholing al dan niet aansluit bij hun wensen. „Werknemers moeten gehoord worden en aan hun manager kunnen aangeven waar ze enthousiast van worden.”

Gooi de deur open

Volgens Ed van den Bosch moeten oudere docenten uit hun comfortzone durven stappen. Niet alleen door opleidingen te volgen, maar ook door met collega’s mee te kijken. Soms is de praktijk de beste scholing, vindt Van den Bosch. „Hoe langer je in het vak zit, des te routinematiger je soms te werk gaat. Gooi de deur van je leslokaal open, durf van elkaar te leren.”

Zelf heeft Van den Bosch bijvoorbeeld een cursus e-learning gevolgd. „Daar spijker ik collega’s dan weer in bij.” Hij is pas begin van dit schooljaar overgestapt naar het secundair onderwijs. „Voor die tijd heb ik ruim 35 jaar met veel plezier in het basisonderwijs gewerkt – eerst alleen als leerkracht, later ook als directeur.”

Bij Het Schoolbureau heeft hij afgelopen najaar een crash course gevolgd om als docent Nederlands aan de slag te komen. „Nu hebben we met alle cursisten eens per maand nog specialisatiebijeenkomsten – over orde houden, bijvoorbeeld.”

Om gemotiveerd te blijven is zelfreflectie volgens Van den Bosch essentieel. „Dat heeft niet alleen te maken met leeftijd of beroep. Eigenlijk zou iedereen dagelijks bij zichzelf moeten nagaan: wat heb ik vandaag geleerd?”